|
Aangepaste schermlezertekst opgeven voor een objectGebruik het palet Toegankelijkheid als u voor een object een aangepaste tekst voor de schermlezer wilt opgeven.
Wanneer u uw formulier wilt testen, controleert u of Acrobat is ingesteld op het lezen van formuliervelden. U kunt dit controleren in het dialoogvenster Voorkeuren (categorie Lezen) dat u opent via het menu Bewerken.
Selecteer het object in het formulierontwerp.
Klik op het palet Toegankelijkheid en typ in het tekstvak Aangepaste schermlezertekst de aangepaste tekst.
Aangepaste knopinfo voor een object opgevenGebruik het palet Toegankelijkheid als u voor een object aangepaste knopinfo wilt opgeven. Bij de meeste objecten wordt knopinfo weergegeven als de gebruiker de muisaanwijzer op het object plaatst. Bij sommige alleen-lezen objecten, zoals een object Streepjescode op formulier, wordt knopinfo alleen weergegeven als er een schermlezer wordt gebruikt.
U kunt niet zowel een unieke aangepaste knopinfo als een unieke aangepaste schermlezertekst voor één object hebben. U moet een van beide kiezen. Als u aangepaste knopinfo wilt, typt u de aangepaste tekst en selecteert u Knopinfo in de lijst Voorrang van schermlezer of neemt u geen aangepaste schermlezertekst op. Als u wilt dat een aangepaste schermlezertekst zowel de knopinfo als de schermlezertekst is, typt u de aangepaste schermlezertekst en selecteert u Eigen tekst in de lijst Voorrang van schermlezer.
Als er niets is opgegeven in het vak Knopinfo of in het vak Aangepaste schermlezertekst, wordt door de schermlezer het bijschrift voor de knopinfo en voor lezen gebruikt.
Selecteer het object in het formulierontwerp.
Klik op het palet Toegankelijkheid en typ de gewenste tekst in het vak Knopinfo. U maakt knopinfo op meerdere regels door na het typen van de eerste regel op Ctrl + Enter te drukken om naar de volgende regel te gaan.
Als voor dit object ook een aangepaste schermlezertekst is opgegeven en u wilt dat de schermlezer de tekst van de knopinfo leest in plaats van de aangepaste schermlezertekst, kiest u in de keuzelijst Voorrang van schermlezer de optie Knopinfo.
Een andere zoekvolgorde voor schermlezertekst opgevenStandaard zoekt de schermlezer naar formulierinstellingen voor schermlezertekst in deze volgorde: Aangepaste tekst, Knopinfo, Bijschrift en Naam. U kunt deze standaardvolgorde wijzigen met de optie Voorrang van schermlezer.
Selecteer het object in het formulierontwerp.
Klik in het palet Toegankelijkheid.
Selecteer de gewenste optie in de keuzelijst Voorrang van schermlezer.
Als u bijvoorbeeld wilt dat de schermlezer de naam van het veld in plaats van het bijschrift voorleest, kiest u de optie Naam. Hiermee wijzigt u ook de zoekvolgorde in Naam, Eigen tekst, Knopinfo en vervolgens Bijschrift.
Schermlezertekst uitschakelen voor een objectHet kan soms voorkomen dat u wilt dat de schermlezer helemaal geen tekst van een object voorleest, zelfs niet het type object. U kunt de schermlezertekst voor elk object afzonderlijk uitschakelen.
Wanneer u uw formulier wilt testen, controleert u of Acrobat is ingesteld op het lezen van formuliervelden. U kunt dit controleren in het dialoogvenster Voorkeuren (categorie Lezen) dat u opent via het menu Bewerken.
Selecteer het object in het formulierontwerp.
Klik in het palet Toegankelijkheid.
Kies in de keuzelijst Voorrang van schermlezer de optie Geen.
Keuzerondjes toegankelijk makenAls u met de Tab-toets in een uitsluitingsgroep komt, wordt eerst de tekst voor de uitsluitingsgroep gelezen door de schermlezer. Vervolgens wordt het bijschrift voor het actieve keuzerondje gelezen.
Als een gebruiker met een visuele handicap met de Tab-toets naar een keuzerondje gaat, moeten er twee dingen worden gelezen door de schermlezer:
Een algemene beschrijving met het doel van de groep keuzerondjes
Een betekenisvolle beschrijving van het doel van elk keuzerondje
Een formulier bevat bijvoorbeeld een groep keuzerondjes die betrekking heeft op de betalingsmethode. Voor de volledige uitsluitingsgroep is een mogelijke gesproken tekst: 'Selecteer een betalingsmethode'. De opties moeten de waarden 'Contant', 'Creditcard' en 'Cheque' krijgen. Als een gebruiker met de Tab-toets naar de uitsluitingsgroep gaat en het eerste keuzerondje (Contant) wordt geactiveerd, noemt de schermlezer het type object, leest de volgende tekst voor: 'Selecteer een betalingsmethode. Contant' en wordt de status (in- of uitgeschakeld) gezegd.
Designer bevat opties die schermlezers ondersteunen bij het definiëren van ingesproken tekst. U kunt het palet Toegankelijkheid gebruiken als u voor een object aangepaste tekst en knopinfo voor de schermlezer wilt opgeven. U kunt ook namen van objecten (die op het tabblad Binding voor de optie Naam zijn opgegeven) en bijschriften gebruiken. De bijschriften van de keuzerondjes moeten in de meeste gevallen betekenisvolle tekst bieden voor de schermlezer.
Keuzerondjes toegankelijk maken met de bijschriften van de keuzerondjesSelecteer in het palet Hiërarchie de uitsluitingsgroep.
Klik op het palet Toegankelijkheid en voer in het vak Aangepaste schermlezertekst de spraaktekst in voor de groep. Typ bijvoorbeeld: Selecteer een betalingsmethode.
Als de bijschriften van alle keuzerondjes bestaan uit betekenisvolle spraaktekst, selecteert u in het palet Object het tabblad Binding en schakelt u het selectievakje Itemwaarden opgeven uit.
Keuzerondjes toegankelijk maken met een opgegeven itemwaardeSelecteer in het palet Hiërarchie de uitsluitingsgroep.
Klik op het palet Toegankelijkheid en voer in het vak Aangepaste schermlezertekst de spraaktekst in voor de groep. Typ bijvoorbeeld: Selecteer een betalingsmethode.
Selecteer in het palet Hiërarchie het eerste keuzerondje van de groep.
Klik in het palet Object op het tabblad Veld. Dubbelklik in het gebied Item op het item en typ een betekenisvolle waarde voor het ingeschakelde keuzerondje. Typ bijvoorbeeld: Contant.
Herhaal stap 3 en 4 voor alle keuzerondjes in de uitsluitingsgroep.
Lijsten toegankelijk makenAls het formulierontwerp lijsten bevat die door geneste subformulieren in een formulierontwerp worden gemaakt, kunt u het palet Toegankelijkheid gebruiken om de juiste rol in te stellen voor elk subformulier. Op die manier zorgt u ervoor dat de naam van de lijst, het aantal lijstitems, de nestniveaus en het einde van de lijst door de schermlezer kunnen worden voorgelezen.
Wijs bijvoorbeeld de rol Lijst toe aan het subformulier van het hoogste niveau en de rol Lijstitem aan de geneste subformulieren die de lijstitems vormen.
Opmerking: Sommige formulierontwerpen kunnen lijsten bevatten die u voor de toegankelijkheid hebt gemaakt door subformulieren te nesten. Voor formulierontwerpen die u wilt renderen in HTML, wordt aanbevolen dat u elk subformulier instelt op stroominhoud. Als u elk subformulier configureert om inhoud te plaatsen, worden lijsten van dit type mogelijk niet correct gerenderd.
Afbeeldingen toegankelijk makenAfbeeldingen kunnen gebruikers met bepaalde handicaps helpen het formulier te begrijpen, maar veel schermlezers kunnen geen afbeeldingen lezen. Het is mogelijk dat afbeeldingen uw formulier minder toegankelijk maken voor gebruikers met een visuele handicap.
Als u ervoor kiest afbeeldingen te gebruiken, is het raadzaam beschrijvingen toe te voegen voor alle afbeeldings- en afbeeldingsveldobjecten. Wanneer gebruikers naar het object navigeren, leest de schermlezer de tekst. Zorg ervoor dat de tekst een beschrijving geeft van het object en het doel van het object in het formulier.
U kunt op de volgende manieren tekstbeschrijvingen toevoegen: met knopinfo of aangepaste schermlezertekst in het palet Toegankelijkheid, of met tekstvelden, bijschriften en objectnamen die zijn opgegeven op het tabblad Binding voor de optie Naam.
Naast het toevoegen van beschrijvende tekst voor afbeeldingen, is het verstandig rekening te houden met de volgende algemene richtlijnen om de toegankelijkheid van afbeeldingen in uw formulieren te verbeteren:
Zorg ervoor dat afbeeldingen de formulierinhoud verbeteren, zonder overbodige details.
Gebruik voor kleurafbeeldingen kleuren met hoge contrasten voor optimale leesbaarheid.
Zorg ervoor dat de afbeelding groot genoeg is om te lezen.
Scripts toegankelijk makenTijdens het ontwerpen van formulieren kan de ontwikkelaar scripts gebruiken om gebruikers meer functionaliteit te bieden. U kunt scripts toevoegen aan de meeste velden en objecten op formulieren. Zo kunt u bijvoorbeeld eenvoudige scripts maken om de waarden op een interactief formulier dynamisch bij te werken, afhankelijk van de gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd.
Houd bij het ontwerpen van scripts voor toegankelijkheid rekening met de volgende algemene richtlijnen:
Vermijd visuele onderbrekingen in de formulierinhoud. Gebruik bijvoorbeeld geen functies waardoor inhoud gaat knipperen of bewegen.
Zorg ervoor dat pop-ups alleen verschijnen als gevolg van een actie van de gebruiker. Ook de focus van het formulier en de weergave van de inhoud mogen alleen veranderen als gevolg van een actie van de gebruiker. Met de focus van het formulier wordt de huidige weergave voor de gebruiker bedoeld. Als de gebruiker bijvoorbeeld velden in het onderste gedeelte van het formulier aan het invullen is, mag de focus niet veranderen naar de linkerbovenhoek van het formulier, tenzij de gebruiker naar deze locatie navigeert.
Gehandicapte gebruikers hebben mogelijk meer tijd nodig om velden in te vullen. Geef daarom geen tijdgebonden reacties op voor invoervelden.
Denk eraan dat scripts die op de client worden uitgevoerd, de normale werking van schermlezers en toetsenborden kunnen onderbreken wanneer de focus van het clientprogramma door een script wordt gewijzigd. Zo kunnen de gebeurtenissen voor het wijzigen van gegevens of het klikken met de muis ongewenste acties veroorzaken in vervolgkeuzelijsten of keuzelijsten. Scripts die op de client worden uitgevoerd, moeten zodanig worden geschreven dat problemen met schermlezers en toetsenborden worden uitgesloten.
Zie Grondbeginselen van scripts voor meer informatie over scripts.
|
|
|