Keuzerondjes gebruiken

Met keuzerondjes kunt u gebruikers een aantal opties geven die elkaar uitsluiten. Gebruikers kunnen elk keuzerondje in een groep in- of uitschakelen. Als het keuzerondje is geselecteerd, is de status van de optie Aan (ingeschakeld) en wordt de waarde van de optie geregistreerd. Als het keuzerondje niet is geselecteerd, is de status van de optie Uit (uitgeschakeld) en wordt de waarde van de optie niet geregistreerd. Er kan slechts één keuzerondje in een groep de status Aan hebben.

U kunt een keuzerondje eruit laten zien als een selectievakje door de weergave-eigenschappen ervan in te stellen op het tabblad Veld van het palet Object. Denk voordat u dit doet echter na over het verwachtingspatroon dat gebruikers hebben voor het gedrag van selectievakjes. Verwachten zij dat selectievakjes meerdere keuzes bieden? Zo ja, dan moet u de standaard handhaven en geen keuzerondjefunctionaliteit toekennen aan selectievakje-afbeeldingen.

Nadat u een keuzerondje aan het formulierontwerp hebt toegevoegd, kunt u de tekst van het bijschrift bewerken en de eigenschappen van het object aanpassen op de tabbladen Veld, Waarde en Binding in het palet Object. U kunt de volgende eigenschappen opgeven:

Met keuzerondjes kunt u ook scripts en berekeningen gebruiken. Als een gebruiker gegevens moet invullen, kunt u aangeven of de invoer wordt aanbevolen of is vereist en kunt u berichten opgeven om de gebruikers van deze aanwijzingen te voorzien. Gegevens die gebruikers invoeren, kunt u met behulp van scripts valideren.

Een uitsluitingsgroep is een groep keuzerondjes. In de uitsluitingsgroep kan slechts één keuzerondje tegelijk worden geselecteerd.

U kunt met een uitsluitingsgroep werken alsof het één object is. Sommige opties in het palet Object gelden voor alle keuzerondjes in dezelfde uitsluitingsgroep. U kunt keuzerondjes verplaatsen tussen uitsluitingsgroepen en nieuwe uitsluitingsgroepen maken. Als verschillende keuzerondjes deel uitmaken van dezelfde uitsluitingsgroep, kunt u eenvoudig een aantal objecten verplaatsen naar een andere uitsluitingsgroep.

Als u een nieuw keuzerondje toevoegt aan het formulier en als het laatste object dat u hebt toegevoegd aan hetzelfde subformulier ook een keuzerondje is, maakt het nieuwe keuzerondje deel uit van dezelfde uitsluitingsgroep. Als het laatste object dat u hebt toegevoegd geen keuzerondje is, wordt via het keuzerondje een nieuwe uitsluitingsgroep gemaakt.

De grootte van uitsluitingsgroepen wordt automatisch aangepast, zodat alle keuzerondjes binnen de groep passen. Als u een keuzerondje versleept naar een leeg gebied op de pagina, wordt de uitsluitingsgroep groter, zodat het keuzerondje hierin wordt opgenomen. Als u de grootte van de uitsluitingsgroep handmatig aanpast, wordt de grootte van alle opgenomen keuzerondjes ook aangepast.

De grootte voor een keuzerondje instellen

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  2. Typ in het vak Grootte een andere waarde (in punten) en druk op Enter.

    Afhankelijk van de grootte die u invoert, moet u de grootte van het keuzerondje mogelijk wijzigen.

De stijl van het keuzerondje opgeven

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  2. Selecteer een optie in de lijst Knopstijl:

    • Als u de stijl van het keuzerondje wilt instellen op de standaard, een opgevulde cirkel, selecteert u Standaard.

    • Als u de knopstijl wilt instellen op een vinkje, selecteert u Vinkje.

    • Als u de knopstijl wilt instellen op een cirkel, selecteert u Cirkel.

    • Als u de knopstijl wilt instellen op een kruis, selecteert u Kruisje.

    • Als u de knopstijl wilt instellen op een ruit, selecteert u Ruitje.

    • Als u de knopstijl wilt instellen op een vierkant, selecteert u Vierkantje.

    • Als u de knopstijl wilt instellen op een sterretje, selecteert u Sterretje.

Aan-waarden toewijzen aan keuzerondjes

Elk keuzerondje in een uitsluitingsgroep wordt gekoppeld aan een Aan-waarde die het geselecteerde keuzerondje in de formuliergegevens aangeeft. U kunt deze waarden wijzigen, bijvoorbeeld om ze aan te passen aan de bestaande waarden in een gegevensbron.

Als u Aan-waarden opgeeft, zijn de standaardwaarden gehele getallen vanaf 1 voor het eerste keuzerondje in de uitsluitingsgroep dat is toegevoegd aan het formulier. Als u de optie Itemwaarden opgeven uitschakelt, komen de Aan-waarden overeen met de bijschrifttekst van het keuzerondje.

  1. Selecteer de uitsluitingsgroep of een van de keuzerondjes in de groep.

  2. Klik in palet Object op het tabblad Binding en selecteer Itemwaarden opgeven.

  3. Dubbelklik op de eerste Aan-waarde die u wilt wijzigen.

  4. Typ de nieuwe Aan-waarde.

  5. Druk op Enter om de volgende Aan-waarde te wijzigen of dubbelklik op een andere Aan-waarde om deze te wijzigen.

Aangepaste eigenschappen voor de gegevensbinding van keuzerondjes opgeven

Met de opties voor gegevensbinding kunt u een formulier ontwerpen waarmee u gegevens kunt vastleggen ten behoeve van de infrastructuur van de organisatie en/of een externe gegevensbron kunt gebruiken om een formulier tijdens runtime voor te bewerken. U kunt de eigenschappen voor de gegevensbinding voor keuzerondjes instellen op het tabblad Binding van het palet Object.

  1. Selecteer de groep.

  2. Zorg ervoor dat het formulier verbinding met de gegevensbron kan maken wanneer het formulier wordt geopend.

  3. Koppel de uitsluitingsgroep aan het overeenkomstige gegevensknooppunt. Zie Velden aan een gegevensbron binden voor informatie over hoe objecten aan een gegevensbron kunnen worden gebonden.

Een nieuwe uitsluitingsgroep maken

  1. Selecteer de keuzerondjes die u wilt opnemen in een afzonderlijke uitsluitingsgroep in de Indelingseditor of het palet Hiërarchie.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik met de rechtermuisknop op een van de geselecteerde objecten in de Indelingseditor en selecteer Onderbrengen in nieuwe keuzerondjesgroep.

    • Klik met de rechtermuisknop op een van de geselecteerde objecten in het palet Hiërarchie en selecteer Onderbrengen in nieuwe keuzerondjesgroep.

    Opmerking: Nadat u een groep keuzerondjes hebt toegevoegd, voegt u een ander object toe aan de pagina. (U kunt bijvoorbeeld een tekstobject toevoegen.) Als u nieuwe keuzerondjes toevoegt aan het formulierontwerp, wordt een nieuwe uitsluitingsgroep gemaakt.

Een keuzerondje verplaatsen naar een andere uitsluitingsgroep

  1. Selecteer het keuzerondje dat u wilt verplaatsen naar een andere uitsluitingsgroep in de Indelingseditor of het palet Hiërarchie.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Als u het keuzerondje wilt verplaatsen op het formulier, sleept u het object in de Indelingseditor naar een positie binnen de randen van een andere uitsluitingsgroep.

    • Als u uitsluitingsgroepen wilt wijzigen zonder het keuzerondje te verplaatsen op de pagina, sleept u het keuzerondje naar een andere uitsluitingsgroep in het palet Hiërarchie.

Een uitsluitingsgroep verplaatsen

  1. Klik op de rand van de uitsluitingsgroep om deze te selecteren.

  2. Sleep de groep naar een nieuwe positie op de pagina. Alle keuzerondjes in de groep worden samen verplaatst.

Uitsluitingsgroepen samenvoegen

  1. Klik op de rand van de uitsluitingsgroepen om ze te selecteren.

  2. Selecteer Indeling > Keuzerondjesgroepen samenvoegen.

Het gedrag van de uitsluitingsgroep definiëren

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Waarde en selecteer een van deze opties in de lijst Type:

    • Als u gebruikers de mogelijkheid wilt bieden wel of geen gegevens in te voeren, selecteert u Door gebruiker ingevoerd.

    • Als u gebruikers wilt vragen gegevens in te voeren en het veld aanbevolen te maken, selecteert u Door gebruiker ingevoerd - aanbevolen en typt u een aangepast bericht in het vak Bericht indien leeg.

    • Als u gebruikers wilt vragen gegevens in te voeren en het veld vereist wilt maken, selecteert u Door gebruiker ingevoerd - vereist en typt u een aangepast bericht in het vak Bericht indien leeg.

    • Als u het veld alleen-lezen wilt maken en een gegevenswaarde wilt weergeven die is berekend en wordt weergegeven met een gekoppeld script, selecteert u Berekend - alleen-lezen. Gebruikers kunnen de berekende waarde niet bewerken.

    • Als u het veld bewerkbaar wilt maken en een waarde wilt weergeven die is berekend en wordt weergegeven met een gekoppeld script, selecteert u Berekend - kan door gebruiker worden overschreven. Gebruikers kunnen de waarde wijzigen als het berekeningsscript zo is geschreven dat ingevoerde gegevens worden geaccepteerd. Als een gebruiker de berekende waarde bewerkt, wordt het aangepaste bericht weergegeven dat u in het vak Bericht bij overschrijven hebt opgegeven.

    • Als u het veld alleen-lezen wilt maken en een waarde wilt weergeven die is samengevoegd of berekend en wordt weergegeven tijdens runtime, selecteert u Alleen-lezen. Gebruikers kunnen de waarde niet bewerken.

  2. Als de waarde aanbevolen of vereist is, geeft u een berichttekst op in het vak Bericht indien leeg.

  3. Als de waarde wordt berekend, moet u het berekeningsscript aan het object toewijzen met de Scripteditor.

  4. (Optioneel) Als een berekende waarde kan worden overschreven, typt u een bericht in het vak Bericht bij overschrijven.

De standaardselectie voor de uitsluitingsgroep opgeven

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Waarde.

  2. Kies in de vervolgkeuzelijst Standaard de waarde die overeenstemt met het keuzerondje waarvan u de status Aan wilt inschakelen.

Opmerking: De lijst Standaardwaarde is alleen beschikbaar als voor Type de optie Door gebruiker ingevoerd of Alleen-lezen is gekozen. U kunt de instelling van de status Aan van een keuzerondje wijzigen op het tabblad Binding.