Een landinstelling (taal en land of regio) voor een object opgeven

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  2. Kies in de vervolgkeuzelijst Landinstelling een van de opties of kies een van de beschikbare alternatieven voor de landinstelling van het object:

    • Als u de standaardlandinstelling wilt gebruiken die is opgegeven op het tabblad Standaardwaarden van het dialoogvenster Formuliereigenschappen, selecteert u Standaardlandinstelling.

    • Als u de landinstelling van het computersysteem van de gebruiker wilt gebruiken, selecteert u Landinstelling van de computer.

    Opmerking: Tijdens het ontwerp en het gebruik worden de opgemaakte waarden in het veld weergegeven in een indeling die in overeenstemming met de landinstelling is.