Objecten waarin gegevens kunnen worden ingevoerd en die kunnen worden gekoppeld aan FormCalc- of JavaScript-expressies. U kunt bijvoorbeeld scripts gebruiken om een waarde te berekenen of de gegevens te valideren die door de gebruiker zijn ingevoerd. De geldigheid van de ingevoerde gegevens wordt doorgaans gecontroleerd door de eigenschappen van het object. Voor objecten waarvoor complexe invoerpatronen (bewerkingspatronen) moeten worden gebruikt, wordt de geldigheid gecontroleerd op basis van patrooninstellingen die op het tabblad Waarde van het palet Object zijn opgegeven.
U kunt bepaalde objecten gebruiken om een verzoek op de clientcomputer te starten. Zo kunt u bijvoorbeeld een opdrachtknop maken om tijdens het gebruik van het formulier gegevens uit een gegevensbron op te vragen. In dat geval moet u ook een script schrijven om de opgevraagde gegevenswaarde in een specifiek veld op het formulier te plaatsen.
U kunt scripts maken om opdrachten, functies of berekeningen uit te voeren wanneer tijdens het gebruik van het formulier één van de gebeurtenissen van een object wordt aangeroepen. Gebeurtenissen treden op tijdens het gebruik wanneer de gebruiker de actie uitvoert die aan de gebeurtenis is gekoppeld. Door een script te definiëren, kunt u de methoden aanroepen die door een object worden ondersteund en de bijbehorende eigenschappen bekijken of instellen.
Sommige objecten, zoals cirkels en inhoudsgebieden, bieden geen ondersteuning voor gebeurtenissen. Objecten waarmee u scripts en berekeningen kunt gebruiken of die gebeurtenissen ondersteunen, zijn onder meer streepjescodes, opdrachtknoppen, selectievakjes, datum-/tijdvelden, vervolgkeuzelijsten, Flash-velden, keuzelijsten, numerieke velden, wachtwoordvelden, keuzerondjes, handtekeningvelden, subformulieren en tekstvelden. De gebeurtenissen die worden ondersteund, zijn afhankelijk van het object en zijn verschillend voor elk type object.