Objecten gebruiken in interactieve formulieren

Designer omvat verschillende standaard- en aangepaste objecten die gegevensinvoer- en toegangsfuncties bieden, die berekeningen en scripts ondersteunen voor het initiëren van acties en die het vastleggen en wijzigen van gegevens verwerken. U kunt al deze objecten op een formulier gebruiken. Daarnaast kunt u statische objecten gebruiken, zoals tekstvelden en tekenobjecten.

U kunt ook aangepaste objecten maken waarvan u de eigenschappen vaak wilt gebruiken in uw formulieren. U maakt eigen objecten aan door eigenschappen te definiëren en de gewenste functionaliteit, zoals scripts of berekeningen, toe te voegen aan standaardobjecten van Designer. U slaat de aangepaste objecten op in het palet Objectbibliotheek, ofwel in de categorie Aangepast of in een categorie die u zelf maakt.

Als u objecten kiest, moet u begrijpen welke functies en mogelijkheden objecten bieden. U moet rekening houden met verschillende zaken bij het selecteren van objecten:

  • Bepaal het type informatie dat u in uw formulieren moet opnemen en zorg ervoor dat u bekend raakt met de kenmerken van de objecten.

  • Denk er aan dat velden verschillende eisen voor lengte en weergave hebben, alsmede beperkingen en vereisten voor gegevensinvoer.

  • Analyseer het type gegevens dat u wilt weergeven en vastleggen en bepaal welke objecten deze typen gegevens ondersteunen.

  • Met bepaalde objecten kunt u berekeningen toevoegen en scripts schrijven voor het initiëren van acties op velden. Bepaal welke typen scripts u kunt gebruiken bij bepaalde objecten.