Afbeeldingsvelden gebruiken

Designer bevat twee typen afbeeldingsobjecten.

  • Met een afbeeldingsobject kunt u een afbeelding met het kenmerk Alleen-lezen toevoegen die niet door de gebruikers kan worden bewerkt. Dit object is handig om het uiterlijk van het formulier te verbeteren. Zie Afbeeldingen gebruiken voor meer informatie over dit type afbeeldingsobject.

  • Met een afbeeldingsveldobject kunt u een afbeelding toevoegen die kan worden gewijzigd in een interactief formulier.

Afbeeldingsvelden kunnen worden gekoppeld aan een externe gegevensbron en kunnen worden uitgevoerd via een script. Afbeeldingsvelden bieden ondersteuning voor het samenvoegen van externe beeldgegevens via gegevensbinding. Wanneer de gegevensbron een waarde voor een afbeeldingsveld bevat, wordt de afbeelding op het formulier weergegeven. Op deze manier kunnen afbeeldingen dynamisch worden geselecteerd en geladen. Gebruikers kunnen vanuit een formulier bijvoorbeeld items in een catalogus selecteren en vervolgens kan via scripts bij elk item een afbeelding worden weergegeven. Als het formulier een leeg afbeeldingsveld bevat, geeft het pad naar de afbeelding aan welke afbeelding op het formulier moet worden weergegeven.

Opmerking: Interactieve afbeeldingen in afbeeldingsveldobjecten kunnen worden bijgewerkt wanneer het formulier wordt geopend in Acrobat en Adobe Reader 7.0.5 en hoger. Interactieve afbeeldingen krijgen het kenmerk Alleen-lezen en kunnen niet worden bijgewerkt wanneer het formulier wordt geopend in Acrobat 6.0.2 en Adobe Reader 6.0.2. In een interactief PDF- of HTML-formulier dat met Forms is gemaakt, kan een gebruiker via scripts echter hetzelfde formulier samenvoegen met een andere afbeelding.

Afbeeldingsvelden bieden ondersteuning voor de volgende bestandsindelingen:

Windows BMP-bestanden (bitmap)
Designer ondersteund BMP-afbeeldingen.

JPEG-bestanden (Joint Photographic Experts Group)
Designer biedt ondersteuning voor JPG-afbeeldingen die EXIF-gegevens (Exchangeable Image File) van digitale camera's bevatten.

GIF-bestanden (Graphics Interchange Format)
Hoewel Designer ondersteuning biedt voor GIF-afbeeldingen, worden geanimeerde GIF-bestanden niet ondersteund. Designer ondersteunt ook transparantie in GIF-bestanden, zodat afbeeldingen kunnen worden gebruikt als overlay op formulieren.

PNG-bestanden (Portable Network Graphics)
Designer ondersteunt een transparantiekleur in PNG-bestanden, zodat afbeeldingen kunnen worden gebruikt als overlay op formulieren.

TIF-bestanden (Tagged Image File)
Designer biedt ondersteuning voor TIF-afbeeldingen van het type monochroom (1 kleurencomponent met 1-bits diepte), grijsschaal (1 kleurencomponent met 8-bits diepte), RGB (3 kleurencomponenten met 8-bits diepte) en paletkleuren (1 kleurencomponent met 1-, 2-, 4- en 8-bits diepte).

U kunt een standaardafbeelding tijdens runtime in een formulier invoegen door de naam of het URL-adres (Uniform Resource Locator) van het bestand op te geven. De afbeelding wordt aanvankelijk ingevoegd als een gekoppeld bestand, wat betekent dat het afzonderlijk van het formulier wordt opgeslagen en wordt weergegeven wanneer het formulier wordt geopend. U kunt de beeldgegevens ook insluiten tijdens het maken van het formulier.

Belangrijk: Koppelingen naar afbeeldingen worden niet aanbevolen wanneer de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsgegevens van belang is. Als de afbeelding wordt beschouwd als vertrouwelijke informatie, is het raadzaam de afbeelding in het formulier in te sluiten. U kunt ook een beveiligde HTTPS-verbinding gebruiken in combinatie met een URL. Het HTTPS-protocol zorgt ervoor dat de overdracht van de afbeeldingsgegevens wordt beveiligd, maar uitsluitend voor de duur van de gegevensoverdracht. De afbeelding zelf wordt niet beveiligd (er wordt geen verificatie uitgevoerd).

Nadat u een afbeeldingsveld aan het formulierontwerp hebt toegevoegd, kunt u de eigenschappen van het object bewerken in het palet Object. U kunt de volgende eigenschappen opgeven:

Bedenk dat als het afbeeldingsbestand of een koppeling naar het afbeeldingsbestand zich in het gegevensbestand bevindt, de afbeelding alleen wordt weergegeven wanneer het formulier wordt weergegeven en niet zichtbaar is bij het ontwerpen van het formulier. Selecteer tevens, als u van plan bent het formulier off line te gebruiken, de optie Beeldgegevens insluiten op het tabblad Veld van het palet Object, zodat alle onderdelen van het formulier beschikbaar zijn.

Een standaardafbeelding opgeven die moet worden gekoppeld

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Veld

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Als u de locatie van het afbeeldingsbestand weet, typt u in het vak URL de URL naar het afbeeldingsbestand en drukt u op Enter.

    • Als u naar de locatie van het afbeeldingsbestand wilt bladeren, klikt u op de knop Bladeren  rechts van het vak URL, gaat u naar het afbeeldingsbestand dat u wilt invoegen en klikt u op Openen.

    Opmerking: Als u relatieve paden wilt opgeven om gekoppelde afbeeldingsbestanden op te halen wanneer het formulier wordt geopend, moeten de afbeeldingsbestanden zijn opgeslagen in een map die voor de gebruikers toegankelijk is. Als Forms beschikbaar is, moet het pad relatief zijn ten opzichte van Forms.

De afbeeldingsgegevens in het formulier insluiten tijdens het maken van het formulier

 Klik in het palet Object op het tabblad Veld en selecteer de optie Beeldgegevens insluiten.

Wanneer u de afbeelding in het formulier insluit, wordt er een kopie van de afbeeldingsgegevens in het formulier opgeslagen. Als u het afbeeldingsveld wilt gebruiken om afbeeldingen dynamisch te laden wanneer het formulier wordt weergegeven, schakelt u de optie Beeldgegevens insluiten niet in.

Opmerking: Als u het object Streepjescode op formulier gebruikt, moet u de optie Beeldgegevens insluiten niet inschakelen, tenzij u een verzameling hebt toegewezen waarin afbeeldingsvelden niet worden opgenomen in de streepjescode. De ingesloten afbeeldingsgegevens zijn omvangrijker dan het object Streepjescode op formulier kan bevatten.

Een afbeelding vergroten/verkleinen

  1. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  2. Kies een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Grootte wijzigen om aan te geven wat er moet gebeuren wanneer de afbeelding wordt geladen:

    • Als u de afbeelding wilt vergroten of verkleinen en de hoogte-/breedteverhouding van de afbeelding wilt behouden, selecteert u Afbeelding proportioneel vergroten/verkleinen.

    • Als u de afbeelding wilt vergroten of verkleinen om deze aan te passen aan de afmetingen van het object, selecteert u Afbeelding vergroten/verkleinen om passend te maken voor rechthoek. Hierbij blijft de hoogte-breedteverhouding van de afbeelding niet behouden.

    • Als u de werkelijke grootte van de afbeelding wilt behouden, selecteert u Oorspronkelijke grootte gebruiken. De grootte van de afbeelding wordt niet gewijzigd.

Aangepaste eigenschappen voor de gegevensbinding van een afbeeldingsveld opgeven

Met bindingsopties kunt u een formulier ontwerpen om gegevens vast te leggen voor de infrastructuur van uw organisatie en/of een externe gegevensbron gebruiken om een formulier tijdens runtime te vullen.

  1. Selecteer het afbeeldingsveld.

  2. Zorg ervoor dat het formulier verbinding met de gegevensbron kan maken wanneer het formulier wordt geopend.

  3. Koppel het veld aan het overeenkomstige gegevensknooppunt. Zie Velden aan een gegevensbron binden voor informatie over hoe objecten aan een gegevensbron kunnen worden gebonden.