|
Eenvoudige tabellen toegankelijk makenIn tabellen kunt u inhoud op een effectieve manier indelen en weergeven in toegankelijke formulieren. Als u een tabel op de juiste manier gebruikt, vormen de rijen en kolommen van de tabel een voorspelbare en consistente structuur voor de inhoud van een formulier.
Wanneer een gebruiker bijvoorbeeld navigeert naar een cel in een tekstrij, geeft de schermlezer de locatie van de cel aan en wordt de celinhoud voorgelezen. Op de schermlezer wordt de locatie van een cel aangegeven met een combinatie van een rij- en een kolomkop of een rij- en een kolomnummer.
Naast de locatie van een cel kunnen schermlezers ook koptekstgegevens aangeven, zoals de inhoud van de cel boven in de kolom. Aangezien schermlezers de gebruiker informatie geven over de locatie van de inhoud in de tabel, is de tabelindeling rechtstreeks van invloed op de toegankelijkheid van de tabel.
U wordt aangeraden tabellen met een eenvoudige indeling te gebruiken. Eenvoudige tabellen beginnen met een enkele koptekstrij gevolgd door de tekstrijen.
Let op de volgende punten bij het ontwerpen van eenvoudig toegankelijke tabellen:
De tabvolgorde van een tabel is een geografische volgorde die hetzelfde is als voor het formulier zelf. Zorg ervoor dat de tabelinhoud zodanig is ingedeeld dat deze begrijpelijk is wanneer de inhoud van links naar rechts en van boven naar beneden wordt gelezen.
De meeste schermlezers interpreteren de eerste rij in een tabel als de koptekstrij. Bij het voorlezen van de inhoud van een cel in een tekstrij, lezen deze schermlezers eerst de inhoud van de bijbehorende cel in de koptekstrij voor. Zorg ervoor dat de inhoud in elke cel van de koptekstrij een duidelijke beschrijving bevat van de kolominhoud.
Gebruik geen cellen die twee of meer kolommen omvatten en ook geen geneste tabellen of tabelsecties. Schermlezers kunnen deze functies moeilijk interpreteren of gebruiken deze niet. Als een cel in een tekstrij bijvoorbeeld twee kolommen omvat, verwijzen schermlezers mogelijk niet naar de juiste celinhoud in de koptekstrij bij het voorlezen van de volgende cel in de rij.
Navigeren in tabellen in toegankelijke formulierenSchermlezers lezen in toegankelijke formulieren hardop voor waar de cursor zich bevindt in de tabel. Wanneer een gebruiker door de tabelcellen in een formulier navigeert, leest de schermlezer de inhoud van de cellen voor. Als een gebruiker naar een cel gaat waarin een tabel is genest, leest de schermlezer de inhoud van de cel en de geneste tabel voor.
De bewerkbare velden in een geneste tabel zijn opgenomen in de tabvolgorde van het formulier. Daarom kunnen gebruikers met de pijltoetsen van het ene bewerkbare veld in een geneste tabel naar het andere gaan. Wanneer een gebruiker een geneste tabel ingaat of verlaat, wordt respectievelijk het begin en einde van de tabel voorgelezen.
Opmerking: In de virtuele-cursormodus van JAWS wordt het begin en einde van een geneste tabel niet voorgelezen.
Resultaat
|
Actie
|
De schermlezer leest de huidige tabelcel voor.
|
Ctrl+Alt+5 (numeriek toetsenblok)
|
U verplaatst zich horizontaal door de cellen.
|
Ctrl+Alt+Pijl-links of -rechts
|
U verplaatst zich verticaal door de cellen.
|
Ctrl+Alt+Pijl-omhoog of -omlaag
|
Complexe tabellen toegankelijk makenWanneer u een tabel maakt die goed toegankelijk moet zijn, raden we u aan de indeling van de tabel eenvoudig te houden, met één koptekstrij gevolgd door de tekstrijen. Sommige inhoud kan het beste worden weergegeven in een tabelindeling in plaats van in een andere vorm, maar hiervoor is een meer complexe indeling vereist. U moet bijvoorbeeld cellen die meerdere kolommen beslaan of meerdere rijen met kopteksten gebruiken om de inhoud duidelijk te maken.
U kunt complexe tabellen maken met behulp van het tabelobject of door subformulierobjecten te combineren. Met het tabelobject kunt u functies gebruiken die u kunnen helpen bij het ontwerpproces, zoals opties voor het invoegen en het vergroten of verkleinen van kolommen en rijen.
Afhankelijk van uw ontwerpervaring en uw voorkeuren kunt u ervoor kiezen complexe tabellen te maken door subformulierobjecten te combineren. U kunt bijvoorbeeld een subformulier met twee rijen maken en dit subformulier opgeven als koptekst voor de tabel en een ander subformulier opgeven voor de tekstrijen van de tabel.
Wanneer u subformulierobjecten in plaats van tabelobjecten gebruikt om tabellen te maken, moet u de volgende extra stappen uitvoeren:
Stel het type voor elk subformulier in op Geplaatst. Zie Eigenschappen voor subformulieren op het tabblad Subformulier.
Stel in het palet Toegankelijkheid de juiste rol in voor elk subformulier voor de tabel. Wijs bijvoorbeeld de rol Koptekstrij toe aan het subformulier dat wordt gebruikt als koptekst voor de tabel. Zie Eigenschappen voor toegankelijkheid in het palet Toegankelijkheid.
Aan rijen die informatie over de tabel of de tabelinhoud bevatten maar die geen deel uitmaken van de tabel, wijst u de subformulierrol Geen toe. De schermlezer leest dan de inhoud van de rij voor.
De functies die de schermlezer ondersteunt, bepalen welke gegevens worden voorgelezen voor een complexe tabel. Stel dat een tabel een koptekstrij en een sectie met een koptekstrij bevat. Wanneer de gebruiker naar een cel in een tekstrij in de tabelsectie gaat, moet de schermlezer de volgende inhoud voorlezen in de hier aangegeven volgorde:
De inhoud in de juiste cel in de koptekstrij voor de tabel.
De inhoud in de juiste cel in de koptekstrij voor de sectie.
De inhoud in de geselecteerde cel.
Sommige schermlezers kunnen niet de cellen in beide koptekstrijen voorlezen.
|
|
|