|
Designer bevat een aantal opties die ondersteuning bieden voor schermlezers. Voor elk veld op een formulier kunt u één van de verschillende instellingen voor de schermlezertekst opgeven:
Aangepaste schermlezertekst, die u kunt instellen in het palet Toegankelijkheid
Knopinfo voor objecten, die u kunt instellen in het palet Toegankelijkheid
Bijschriften voor velden
Namen van objecten, zoals deze op het tabblad Binding voor de optie Naam zijn opgegeven
De instellingen bepalen de informatie die schermlezers lezen voor objecten op PDF-formulieren. Voor elk object wordt slechts één instelling hardop voorgelezen.
Als het formulier is opgeslagen als gecodeerde PDF, wordt door Designer in het formulier naar deze instellingen gezocht. De zoekvolgorde die standaard wordt toegepast is als volgt: Eigen tekst, Knopinfo, Bijschrift en Naam. U kunt deze standaardvolgorde uitschakelen met de optie Voorrang van schermlezer in het palet Toegankelijkheid.
 U kunt dynamisch de tekst voor knopinfo en aangepaste tekst voor schermlezers vullen met waarden uit een gegevensbron. Opmerking: Knopinfo wordt weergegeven als de gebruiker de muisaanwijzer op een object plaatst. De instellingen op het palet Toegankelijkheid hebben geen invloed op objecten als het formulier wordt gegenereerd als een PDF-formulier.
- Rol
- Bepaalt hoe schermlezers het subformulier, de tabel, de geselecteerde rij in een tabel, de lijst, de kop of het kopniveau interpreteren:
- Tabel
- Hiermee wordt de rol van tabel toegewezen aan het geselecteerde subformulier. Wanneer de gebruiker naar dit subformulier navigeert, identificeren de meeste schermlezers het object als een tabel en geven ze het aantal rijen en kolommen aan.
- Koptekstrij
- Hiermee wordt de rol van koptekstrij toegewezen aan het geselecteerde subformulier of aan de geselecteerde tabelrij. Als de inhoud van een tekstrijcel wordt voorgelezen, identificeren de meeste schermlezers eerst de inhoud van de bijbehorende cel in de koptekstrij.
- Tekstrij
- Hiermee wordt de rol van tekstrij toegewezen aan het geselecteerde subformulier of aan de geselecteerde tabelrij. Indien een cel een subformulier bevat, lezen schermlezers doorgaans de inhoud van de bijbehorende cel in de koptekstrij voor, gevolgd door de velden in het subformulier.
- Voettekstrij
- Hiermee wordt de rol van voettekstrij toegewezen aan het geselecteerde subformulier of aan de geselecteerde tabelrij.
- Lijst
- Hiermee wordt de rol van lijst toegewezen aan het geselecteerde subformulier.
- Lijstitem
- Hiermee wordt de rol van lijstitem toegewezen aan het geselecteerde subformulier. U kunt de rol van lijstitem alleen toewijzen aan een subformulier dat zich in een subformulier bevindt met de rol van lijst. U kunt een tabel of tabelrij niet definiëren als een lijst of lijstitem. Een lijstitem kan echter wel een tabel bevatten.
- Kop
- Hiermee wordt de rol van kop toegewezen aan het geselecteerde tekstobject.
- Kopniveau 1 tot Kopniveau 6
- Hiermee wordt de rol van kopniveau toegewezen aan het geselecteerde tekstobject.
- (Geen)
- Hiermee wordt een rij opgegeven die informatie over de tabel of de inhoud ervan overdraagt. De rij wordt niet als onderdeel van de tabel beschouwd. De schermlezer leest echter wel de inhoud ervan voor.
- Knopinfo
- Hiermee definieert u knopinfo voor het object. Knopinfo wordt weergegeven als de gebruiker de muisaanwijzer op het object plaatst. Schermlezers lezen de tekst voor die u in dit tekstvak invoert.
U kunt voor één object niet zowel een unieke aangepaste knopinfo als een unieke aangepaste schermlezertekst hebben. U moet een van beide kiezen. Als u dezelfde tekst wilt gebruiken voor de knopinfo en de voorgelezen tekst door de schermlezer, typt u de knopinfo en kiest u Knopinfo in de lijst Voorrang van schermlezer.
Opmerking: Knopinfo is een dynamische eigenschap voor de meeste objecten. Dynamische eigenschappen worden aangegeven met groen onderstreepte actieve labels waarop u kunt klikken om de eigenschap dynamisch te binden aan een gegevensbron. Met de opdracht Dynamische eigenschappen weergeven in het menu van het palet Object kunt u actieve labels in- of uitschakelen.
- Voorrang van schermlezer
- Hiermee geeft u aan welke instelling de schermlezer moet lezen. Voor elk object wordt slechts één instelling hardop voorgelezen:
- Eigen tekst
- Hiermee wordt de tekst voorgelezen die in het tekstvak Aangepaste schermlezertekst is opgegeven. Dit is de standaardinstelling.
- Knopinfo
- Hiermee wordt de tekst voorgelezen die in het tekstvak Knopinfo is opgegeven.
- Bijschrift
- Hiermee wordt het bijschrift voorgelezen dat voor het object is opgegeven. De positie van het bijschrift ten opzichte van het object is niet van invloed op de volgorde waarin de schermlezer het bijschrift leest. De standaardinstelling is dat een schermlezer het bijschrift voorleest als er niets is ingevoerd in het vak Knopinfo of Aangepaste schermlezertekst. Deze instelling is de voorkeursinstelling voor alle schermlezers.
- Naam
- Hiermee wordt de naam van het object voorgelezen, dat in het palet Object op het tabblad Binding in het tekstvak Naam is opgegeven.
- Geen
- Hiermee schakelt u de aangepaste knopinfo of aangepaste schermlezertekst voor het veld uit.
- Aangepaste schermlezertekst
- Hiermee definieert u een eigen tekst voor het geselecteerde object. De schermlezer leest de tekst die in dit tekstvak is ingevoerd.
U kunt voor één object niet zowel een unieke aangepaste knopinfo als een unieke aangepaste schermlezertekst hebben. U moet een van beide kiezen. Als u een aangepaste schermlezertekst zowel voor de knopinfo als voor de schermlezertekst wilt gebruiken, typt u de aangepaste tekst en selecteert u Eigen tekst in de lijst Voorrang van schermlezer.
Opmerking: Aangepaste schermlezertekst is een dynamische eigenschap voor de meeste objecten. Dynamische eigenschappen worden aangegeven met groen onderstreepte actieve labels waarop u kunt klikken om de eigenschap dynamisch te binden aan een gegevensbron. Met de opdracht Dynamische eigenschappen weergeven in het menu van het palet Object kunt u actieve labels in- of uitschakelen.
|
|
|