Veldwaarden opmaken en patronen gebruiken

Indien nodig kunt u een of meer van de volgende patronen opgeven om te bepalen wat voor indeling veldwaarden bij uitvoering krijgen. Het gaat hier om velden zoals tekstvelden, numerieke velden en datum-/tijdvelden.

  • Een weergavepatroon, waarmee u aangeeft hoe de gegevens in het formulier moeten worden weergegeven. Als u een initiële standaardwaarde opgeeft, wordt deze waarde weergegeven op basis van het gekozen weergavepatroon. Het weergavepatroon zorgt er ook voor dat de gegevens die door de gebruiker zijn ingevoerd, in deze notatie worden weergegeven en dat eventuele gebonden waarden tijdens het gebruik worden opgehaald.

  • Een bewerkingspatroon, waarmee u aangeeft met welke notatie de gegevens tijdens het gebruik van het formulier moeten worden ingevoerd in een datum-/tijdveld, een numeriek veld, een tekstveld of een wachtwoordveld.

  • Een validatiepatroon, waarmee de invoer van de gebruiker tijdens het gebruik van het formulier wordt gevalideerd.

  • Een gegevenspatroon, dat de syntaxis voor de gebonden of opgeslagen gegevens bepaalt.

De opmaakopties die u hier kiest, zijn afhankelijk van het doel van uw formulier. Als u bijvoorbeeld een interactief formulier ontwerpt, moet u voor elk veld een bewerkingspatroon opgeven om de gegevens te verwerken die door de gebruiker worden ingevoerd en ook een validatiepatroon om de geldigheid van de ingevoerde informatie te controleren. U hoeft alleen een gegevenspatroon te definiëren als de velden zijn gebonden aan een gegevensbron.

Houd er rekening mee dat als u alleen een bewerkingspatroon opgeeft voor een object Numeriek veld of Decimaal veld, invullers nog steeds alfabetische tekens kunnen invoeren in het veld. Als u dit gedrag wilt voorkomen, kunt u een van de volgende acties nemen:

  • Geef niet alleen een bewerkingspatroon op. Zorg dat Acrobat en Adobe Reader filteren op ongewenste alfabetische tekens.

  • Geef bewerkings- en weergavepatronen op. Zorg dat de gegevens correct zijn opgemaakt volgens het weergavepatroon.

  • Geef bewerkings- en validatiepatronen op. Zorg dat de waarde wordt geweigerd en het veld gewist als een invuller een alfabetisch teken invoert.

Wanneer gebruikt u patronen

Gebruik patronen als u wilt bepalen hoe de waarden in de velden worden verwerkt tijdens het gebruik van het formulier. Gebruikers kunnen bijvoorbeeld letters en cijfers invoeren in een tekstveld en de speciale interpunctietekens of spaties kunnen automatisch worden toegewezen op basis van een vooraf gedefinieerd patroon voordat de waarde wordt weergegeven.

De invoer van de gebruiker vastleggen en weergeven

Als u een formulier maakt om hierin gegevens vast te leggen, kunt u opgeven met welke notatie de gegevens moeten worden opgemaakt. Met een weergavepatroon bepaalt u de manier waarop de gegevens worden weergegeven. Als u geen weergavepatroon opgeeft, worden de gegevens weergegeven met de standaardinstellingen van Designer.

Als gebruikers gegevens invoeren die niet overeenstemmen met de standaardinstellingen van Designer, moet u een bewerkingspatroon opgeven. Het bewerkingspatroon bepaalt de notatie waarmee de gebruikers de gegevens kunnen invoeren. Op basis van dit patroon worden de gegevens die door de gebruiker zijn ingevoerd geconverteerd naar een onbewerkte waarde en wordt deze waarde vervolgens aan de hand van het weergavepatroon opgemaakt.

Als u een interactief formulier ontwerpt, moet u erover nadenken welke gebruikersinvoer gevalideerd moet worden. Voor een tekstveld is bijvoorbeeld al dan niet validatie nodig, afhankelijk van het gebruik. Voor een tekstveld met meerdere regels waarin de invuller van het formulier opmerkingen kan plaatsen, is geen validatie nodig. Zo is ook het invullen van niet-numerieke gegevens in een numeriek veld niet mogelijk. Als u de gegevens echter wilt beperken tot een specifiek bereik van getallen, moet u de gebruikersinvoer valideren. U kunt een eigen bericht weergeven om gebruikers tijdens het gebruik van het formulier te vragen een correcte waarde in te voeren. Als u geen eigen bericht opgeeft, geneert het systeem automatisch een bericht.

Met de opties op het tabblad Formuliervalidatie in het dialoogvenster Formuliereigenschappen kunt u instellen hoe in Acrobat validatieberichten worden weergegeven, hoe velden met incorrecte of ontbrekende gegevens worden gemarkeerd en dat de focus wordt ingesteld op de het eerste veld waarvoor de validatie niet is gelukt. Zie Validatiefouten weergeven in Acrobat.

Opmerking: Gebruikersinvoer kan worden verwerkt met FormCalc-formules en JavaScript-scripts (met een script kunt u bijvoorbeeld de onbewerkte waarde van een veld opvragen). Aangezien in formules en scripts onbewerkte en onopgemaakte waarden worden verwerkt, is het belangrijk dat al die velden worden gevalideerd waar de invoer beperkt is.

Een voorbeeld van hoe u een bewerkings- en validatiepatroon samen kunt gebruiken is een creditcard- of sofinummer. U kunt bijvoorbeeld een tekstveld definiëren met de volgende bewerkingspatronen:

text{9999-9999-9999-9999}|text{9999 9999 9999 9999} for credit cards

or

text{999-99-9999}|text{999 99 9999} for a US social security number

In beide gevallen kan de gebruiker het nummer invoeren met afbreekstreepjes (-), spaties ( ) of als een getal van 16 of 9 cijfers. De canonicale ofwel eenvoudigste vorm van het nummer is dat met 16 of 9 cijfers.

U kunt ook het volgende validatiepatroon toevoegen:

text{9999999999999999}

or

text{999999999}

In dit geval wordt alleen het nummer opgeslagen en vindt alleen validatie plaats van het juiste aantal cijfers. Het is in een dergelijk geval echter soms nuttiger om een validatiescript op te geven in plaats van een patroon. Er zijn algoritmes die een controlesom uitvoeren op een creditcardnummer om de geldigheid van het nummer te controleren, zodat het niet een willekeurig getal van 16 cijfers betreft. Een voorbeeld hiervan is het algoritme van Luhn voor creditcards.

Het resultaat is een formulier met een tekstveld waarbij het bewerkingspatroon de gebruiker toestaat gegevens op drie veelvoorkomende manieren voor creditcards in te voeren. Bij de validatie wordt een script uitgevoerd dat controleert of het nummer een geldig creditcardnummer is.

Gebonden gegevens opvragen en weergeven

Als gebonden gegevens met een formulier worden samengevoegd, kunt u opgeven hoe de gegevens voor de weergave moeten worden opgemaakt door een weergavepatroon te gebruiken. Als u geen weergavepatroon opgeeft, worden de gegevens weergegeven met de standaardinstellingen van Designer.

Als de gebonden gegevens niet overeenstemmen met de standaardinstellingen van Designer, moet u een gegevenspatroon opgeven. Het gegevenspatroon bepaalt de syntaxis voor de gebonden gegevens. Op basis van dit patroon worden de opgehaalde gegevens geconverteerd naar onbewerkte waarden en worden deze vervolgens opgemaakt voor weergave.

Standaardinstellingen voor de opmaak van waarden

Standaardwaarden moeten voldoen aan de volgende regels, afhankelijk van het veldtype.

Veld

Regel

Datum-/tijdveld

Een standaardwaarde voor datum/tijd moet de korte notatie krijgen voor de landinstelling die is opgegeven voor het datum-/tijdveld. In Designer wordt de standaardwaarde echter zowel tijdens het ontwerpen als tijdens het gebruik van het formulier weergegeven in de middellange notatie.

Stel dat u een formulier maakt waarin het datum-/tijdveld bijvoorbeeld is ingesteld op het gebruik van de landinstelling Duits (Duitsland). U voert de standaardwaarde voor een datum in de korte notatie DD.MM.YY in. Nadat u de focus naar een ander veld hebt verplaatst, wordt de opgegeven waarde in het veld op de pagina weergegeven in de middellange notatie DD.MM.YYYY. De opgemaakte waarde wordt ook in de middellange notatie weergegeven als u het formulier bekijkt op het tabblad Voorbeeld-PDF.

Opmerking: Tijdens het gebruik van het formulier moeten de personen die het formulier invullen, voor de waarde van de datum-/tijdvelden de korte notatie gebruiken voor de landinstelling die voor het veld is opgegeven. Als u op het tabblad Bewerken in het dialoogvenster Patronen (tabblad Veld > Patronen) een bewerkingspatroon opgeeft, vervangt dat patroon de korte notatie, en moeten gebruikers gegevens invoeren in de notatie die overeenkomt met het bewerkingspatroon.

Numeriek of decimaal veld

Een numerieke standaardwaarde kan elk geheel getal (integer) zijn of elk decimaal getal dat slechts één enkel grondtal (radix) bevat. Het radixteken kan een "." (punt) of een "," (komma) zijn, afhankelijk van de geselecteerde landinstelling. Scheidingstekens voor duizendtallen (of groeperingstekens) en valutatekens zijn niet geldig als deel van de standaardwaarde.

Als een numeriek veld bijvoorbeeld op de landinstelling Engels (VS) is ingesteld en u de standaardwaarde $1,234.56 opgeeft, zijn zowel het valutateken "$" (dollarteken) als het scheidingsteken voor duizendtallen "," (komma) niet geldig.

Tekstveld

Een standaardtekstwaarde (met inbegrip van wachtwoorden) kan elke alfanumerieke tekenreeks zijn, met inbegrip van spaties.

Opmerking: Alleen die velden die in de tabel worden weergegeven, hebben standaardwaarden die moeten overeenkomen met de landspecifieke notatie.

Een standaardwaarde opgeven

In datum-/tijdvelden, numerieke velden en tekstvelden kunt u automatisch een initiële waarde (standaardwaarde) weergeven als het formulier wordt geopend. Deze waarde kan tijdens het gebruik worden afgeleid van een eigenschap, maar u kunt de initiële waarde ook uitdrukkelijk opgeven in Designer. Deze waarde kan ook worden afgeleid van een externe gegevensbron door een binding te gebruiken. Tijdens het gebruik van het formulier worden standaardwaarden van velden door Designer opgemaakt overeenkomstig de landinstelling die voor elk veld is opgegeven.

  1. Selecteer een datum-/tijdveld, een decimaal veld, een numeriek veld of een tekstveld.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Veld. Selecteer een landinstelling in de lijst Landinstelling.

  3. Klik in het palet Object op het tabblad Waarde. Typ de waarde in het vak Standaard.

    De standaardwaarde moet worden opgegeven in een notatie die door de landinstelling wordt bepaald.

    Opmerking: Als de gegevens zijn gebonden en er een gegevenspatroon is opgegeven, moet deze waarde overeenkomen met het gegevenspatroon dat is opgegeven op het tabblad Binding.

Een weergavepatroon instellen

Tijdens het gebruik van het formulier worden de datum, de tijd en de waarden van numerieke velden door Designer weergegeven in een notatie die door de landinstelling wordt bepaald. Als u een veldwaarde niet in de standaardnotatie maar in een andere notatie wilt weergeven, kunt u op het tabblad Veld een aangepast patroon opgeven door te klikken op de knop Patronen.

Opmerking: U kunt vervolgkeuzelijsten gebruiken om gebruikers te helpen aangepaste gegevens in te voeren, maar u kunt voor de aangepaste invoer van gebruikers geen weergavepatroon opgeven. U kunt een script schrijven om indien nodig de notatie voor de gegevensinvoer van de gebruiker aan te passen.

Omdat met het weergavepatroon wordt bepaald hoe de gegevens in het formulier worden weergegeven, worden alle standaardwaarden, de waarden die gebruikers hebben ingevoerd en de waarden die uit een database zijn opgehaald omgezet in de notatie die door het weergavepatroon zijn gedefinieerd.

Opmerking: Datums die vallen vóór 1 januari 1900 worden niet opgemaakt volgens het weergavepatroon.
  1. Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld of het tekstveld.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  3. Klik op Patronen en selecteer een van de vooraf gedefinieerde weergavepatronen in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.

Gebruikers vragen om gegevens in te voeren

Als gebruikers gegevens moeten opgeven of een keuze moeten maken, is het handig daarom te vragen. U kunt een bericht schrijven waarmee gebruikers wordt gevraagd een waarde in te voeren in een datum-/tijdveld, numeriek veld, tekstveld, wachtwoordveld of vervolgkeuzelijst, of waarmee gebruikers wordt gevraagd een optie te kiezen in een vervolgkeuzelijst, keuzelijst of een groep van keuzerondjes.

Aanbevelen dat gebruikers gegevens invoeren

U kunt aanbevelen dat gebruikers gegevens in een veld invoeren, en ze het formulier toch laten verzenden als ze dit niet doen. Als een gebruiker gegevens in het veld invoert, het veld verlaat en de waarde vervolgens wist, verschijnt er een berichtvenster. Er verschijnt alleen een aangepast bericht als dat is geschreven in het vak Bericht indien leeg. Er verschijnt standaardbericht voor een leeg veld als u niet een aangepast bericht hebt getypt. Er verschijnt alleen een bericht als er gegevens in het veld stonden, de waarde is verwijderd en de gebruiker het veld verlaat zonder opnieuw gegevens in te voeren. Als de gebruiker nooit heeft geprobeerd gegevens in te voeren in het veld en het formulier probeert te verzenden, verschijnt het bericht dat invoer in het veld vereist is. De gebruiker kan dit bericht negeren en het formulier verzenden. Kies Door gebruiker ingevoerd - aanbevolen om aan te bevelen dat gebruikers gegevens in een veld invoeren.

Vereisen dat gebruikers gegevens invoeren

U kunt instellen dat invoer in een veld verplicht is en dat gebruikers het formulier alleen kunnen verzenden als er een waarde in het veld staat. Als een gebruiker gegevens in het veld invoert, het veld verlaat en de waarde vervolgens wist, verschijnt er een berichtvenster. Er verschijnt alleen een aangepast bericht als dat is geschreven in het vak Bericht indien leeg. Er verschijnt standaardbericht voor een leeg veld als u niet een aangepast bericht hebt getypt. Er verschijnt alleen een bericht als er gegevens in het veld stonden, de waarde is verwijderd en de gebruiker het veld verlaat zonder opnieuw gegevens in te voeren. Als de gebruiker nooit heeft geprobeerd gegevens in te voeren in het veld en het formulier probeert te verzenden, verschijnt het bericht dat invoer in het veld vereist is. Kies Door gebruiker ingevoerd - vereist om gebruikers te verplichten gegevens in een veld in te voeren.

Met de opties op het tabblad Formuliervalidatie in het dialoogvenster Formuliereigenschappen kunt u instellen hoe in Acrobat validatieberichten worden weergegeven, hoe velden met incorrecte of ontbrekende gegevens worden gemarkeerd en dat de focus wordt ingesteld op de het eerste veld waarvoor de validatie niet is gelukt. Zie Validatiefouten weergeven in Acrobat.

Opmerking: Als gebruikers geen waarde invoeren in het veld en het formulier proberen te verzenden, wordt het foutbericht veld is vereist weergegeven. Als gebruikers de aanbevolen of vereiste gegevens niet hebben ingevuld, kunnen zij het PDF-formulier echter wel opslaan en sluiten. In dat geval worden er geen berichten weergegeven om de gebruikers te vragen gegevens in te voeren.
  1. Selecteer het veld, de vervolgkeuzelijst, de keuzelijst of de groep keuzerondjes.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Waarde. Kies in de lijst Type één van deze opties:

    • Door gebruiker ingevoerd - aanbevolen

    • Door gebruiker ingevoerd - vereist

  3. Typ in het vak Bericht indien leeg de tekst voor de vraag. Als dat van toepassing is, moet in de vraag de vereiste invoernotatie worden opgenomen. Als u bijvoorbeeld een bewerkingspatroon hebt opgegeven, moeten de gegevens die de gebruiker invoert ook overeenstemmen met dit bewerkingspatroon.

Een bewerkingspatroon opgeven

Tijdens het gebruik van het formulier worden de datum, de tijd en de waarden van numerieke en decimale velden door Designer weergegeven in een notatie die door de landinstelling wordt bepaald. Als u de personen die het formulier invullen, wilt toestaan gegevens in te vullen in een andere notatie dan de door de landinstelling bepaalde standaardnotatie, kunt u op het tabblad Veld een bewerkingspatroon opgeven. Als de invoer van de gebruiker niet overeenkomt met het bewerkingspatroon, worden de gegevens ingevoerd zoals ze zijn.

Als u alleen een bewerkingspatroon opgeeft voor een object Numeriek veld of Decimaal veld, kunnen invullers nog steeds alfabetische tekens invoeren in het veld.

Het bewerkingspatroon en het weergavepatroon hoeven niet hetzelfde te zijn. Aangezien het voor gebruikers eenvoudiger is om korte datums in te voeren en lange datums te lezen, kunt u bijvoorbeeld overwegen om een korte datumnotatie als bewerkingspatroon voor een datum-/tijdveld en een lange datumnotatie als weergavepatroon op te geven. Als het weergavepatroon en het bewerkingspatroon verschillend zijn, wordt de opmaak van de waarde aangepast aan het weergavepatroon zodra de gebruiker het veld verlaat.

Opmerking: Deze optie is niet beschikbaar als de optie Type op het tabblad Waarde in het palet Object is ingesteld op Beveiligd, Berekend - alleen-lezen of Alleen-lezen.
  1. Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld of het wachtwoordveld.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  3. Klik op Patronen, klik op het tabblad Bewerken en selecteer een van de vooraf gedefinieerde weergavepatronen in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.

Gebruikersinvoer valideren

Voor een veld zijn drie verschillende validaties mogelijk. De volgorde voor het uitvoeren van deze validaties is als volgt:

  • Het veld testen op null-inhoud.

  • De indeling van de veldwaarde vergelijken met een specifiek veldpatroon. Zie Eenvoudige patronen voor meer informatie over veldpatronen.

  • Een validatiescript aanroepen.

U kunt een validatiepatroon opgeven om de gegevens die de gebruikers invoeren in de datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden op hun geldigheid te controleren. De standaardinstelling is dat een lege invoer niet wordt aanvaard als een waarde vereist is. De onbewerkte waarden worden rechtstreeks met het validatiepatroon vergeleken en als de onbewerkte waarde overeenstemt met het validatiepatroon, wordt de notatie van de waarde voor de weergave toegepast.

Als de waarde die door de gebruiker is ingevoerd niet overeenstemt met het validatiepatroon, wordt op het scherm door het programma een foutmelding of waarschuwing weergegeven. De foutmelding/waarschuwing wordt in Acrobat, Adobe Reader of Forms opgevangen en er wordt automatisch een bericht op het scherm van de gebruiker weergegeven. Als u geen bewerkingspatroon hebt opgegeven en de gegevens die de gebruiker invoert niet overeenstemmen met de standaardinstellingen van Designer, resulteert de validatie in een fout.

Er wordt een validatiebericht weergegeven wanneer objecten die waarden vereisen, null-waarden bevatten en de gebruiker gegevens naar Forms probeert te verzenden.

Opmerking: Gebruikers kunnen een PDF-formulier opslaan en sluiten als niet alle vereiste waarden zijn opgegeven. In dat geval wordt geen validatieprocedure uitgevoerd.

Als u dat wilt, kunt u een eigen bericht voor het validatiepatroon opgeven ter vervanging van het standaardfout- of waarschuwingsbericht.

In aanvulling op een validatiepatroon, of in situaties waarbij geen validatiepatroon wordt ondersteund (bijvoorbeeld voor groepen van keuzerondjes en selectievakjes), kunt u de invoer van de gebruiker alsnog valideren door een validatiescript te gebruiken. Door de invoer met een script te valideren, zorgt u ervoor dat de gegevens door de toepassing zullen worden geaccepteerd. Ook in dit geval is het mogelijk een eigen melding voor fouten of waarschuwingen tijdens het gebruik van het formulier op te geven.

Met de opties op het tabblad Formuliervalidatie in het dialoogvenster Formuliereigenschappen kunt u instellen hoe in Acrobat validatieberichten worden weergegeven, hoe velden met incorrecte of ontbrekende gegevens worden gemarkeerd en dat de focus wordt ingesteld op de het eerste veld waarvoor de validatie niet is gelukt. (Zie Validatiefouten weergeven in Acrobat.)

U kunt een bericht voor een validatiepatroon of validatiescript dynamisch vullen met een waarde uit een gegevensbron. Met deze optie zorgt u ervoor dat gebruikers een geldige waarde in het veld invoeren.

Een validatiepatroon en een eigen bericht definiëren

  1. Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld, het wachtwoordveld, de vervolgkeuzelijst of de keuzelijst.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Waarde.

  3. Klik op Validatiepatronen en selecteer een van de vooraf gedefinieerde validatiepatronen in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.

  4. Typ in het vak Bericht van validatiepatroon de tekst voor het bericht dat aan gebruikers wordt getoond om hen te vragen een correcte waarde in te voeren. In dit bericht moet u de vereiste invoernotatie opnemen. Druk op Ctrl+Enter als u een nieuwe regel wilt beginnen in het bericht.

  5. Als u wilt dat in de plaats van een waarschuwingsbericht een programmafout op het scherm wordt weergegeven, kiest u de optie Fout.

Een bericht weergeven als met een bijbehorend script de ingevoerde gegevens niet worden aanvaard

  1. Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld, het wachtwoordveld, de vervolgkeuzelijst, de keuzelijst, het selectievakje of de groep keuzerondjes.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Waarde. Typ de tekst voor het bericht in het vak Bericht van validatiescript.

  3. Als u wilt dat in de plaats van een waarschuwingsbericht een programmafout op het scherm wordt weergegeven, kiest u de optie Fout.

Een gegevenspatroon instellen

Met gegevensbindingsopties kunt u een formulier ontwerpen waarmee u gegevens kunt vastleggen voor de infrastructuur van de onderneming en/of een externe gegevensbron gebruiken om tijdens het gebruik gegevens in een formulier in te vullen. Met de juiste bindingsinformatie (zie Velden aan een gegevensbron binden) en toegang tot de gegevensbron (zie Werken met gegevensbronnen) kunt u in Acrobat en Adobe Reader bijvoorbeeld gegevens van een OLEDB-database importeren en weergeven wanneer het formulier wordt geopend. U kunt objecten ook binden aan een XML-schema, een XML-bestand of een WSDL-gegevensbron.

Acrobat, Adobe Reader en Forms interpreteren de eigenschappen voor gegevensbinding voor het opslaan van vastgelegde gegevens en het parseren van opgehaalde gegevens. De gegevens van een object worden standaard opgeslagen en samengevoegd volgens de Adobe-regels voor de samenvoeging van gegevens. Als een formulier in Acrobat of Adobe Reader wordt geopend of door Forms wordt weergegeven, worden de waarden vanuit de gegevensbron in de velden ingevuld. Eventuele wijzigingen die de gebruiker aanbrengt in de waarde van een veld, worden doorgevoerd in de gekoppelde gegevensbron wanneer het formulier in Acrobat of Adobe Reader wordt opgeslagen of wanneer de gegevens naar Forms worden verzonden.

Als de gegevens niet zijn gebonden aan een gegevensbron (bijvoorbeeld wanneer de formuliergegevens worden teruggezonden via e-mail) wordt met het gegevenspatroon de notatie opgegeven waarin de gegevens worden opgeslagen. Als u geen gegevenspatroon maakt, worden de gegevens opgeslagen in de canonicale notatie. Als een formulier kan worden ingevuld door gebruikers met verschillende landinstellingen of als de gegevens kunnen worden teruggezonden met verschillende landinstellingen, kunt u verzekeren dat de gegevens op dezelfde manier worden geïnterpreteerd door alle gebruiker door deze in een canonicale notatie weer te geven.

U kunt gegevenspatronen opgeven voor datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden. Als een opgehaalde waarde door het gebruik van het gegevenspatroon niet kan worden geparseerd met Acrobat, Adobe Reader of Forms, wordt de waarde ongewijzigd in het formulier weergegeven (de notatie wordt niet aangepast voor de weergave).

  1. Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld of het wachtwoordveld.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.

  3. Klik op Patronen, klik op het tabblad Gegevens en selecteer een van de vooraf gedefinieerde patronen voor gegevnsbinding in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.

Eenvoudige patronen

U kunt eenvoudige patronen gebruiken om de waarden van datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden op te maken. Elk patroon heeft eigen regels die de geldigheid van de notatie van het patroon bepalen. U kunt in een patroon slechts een beperkt aantal tekens gebruiken en de syntaxis van een geldig patroon is verschillend voor datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden.

Meer informatie over de geldige tekens die u in een patroon kunt gebruiken en voorbeelden van geldige notaties vindt u in één van de onderstaande secties. Zie Complexe veldpatronen voor meer informatie over complexe patronen voor een datum-/tijdveld, een numeriek veld of een tekstveld.

Landinstellingen

Een landinstelling is een standaardterm die bij het ontwikkelen van internationale normen wordt gebruikt om een bepaald land (taal, land of regio) aan te duiden. Voor FormCalc is de landinstelling relevant, omdat deze de notatie van datums, tijden, numerieke en valutawaarden bevat die specifiek is voor een bepaald land of een bepaalde regio. Hierdoor kunnen eindgebruikers met hun eigen vertrouwde notaties werken.

Elke landinstelling bestaat uit een unieke tekenreeks, ook wel id genoemd. Deze reeksen worden samengesteld door de Internet Engineering Task Force (IETF) van de ISO (International Standards Organization), een werkgroep van de Internet Society (www.isoc.org).

Id's voor landinstellingen bestaan uit een taalgedeelte, een land- of regiogedeelte of beide. In de volgende tabel vindt u de landcodes die geldig zijn in deze versie van Designer:

Taal

Land of regio

ISO-code

Arabisch

Algerije

ar_DZ

Arabisch

Bahrein

ar_BH

Arabisch

Egypte

ar_EG

Arabisch

Irak

ar_IQ

Arabisch

Jordanië

ar_JO

Arabisch

Koeweit

ar_KW

Arabisch

Libanon

ar_LB

Arabisch

Libië

ar_LY

Arabisch

Marokko

ar_MA

Arabisch

Oman

ar_OM

Arabisch

Qatar

ar_QA

Arabisch

Saoedi-Arabië

ar_SA

Arabisch

Soedan

ar_SD

Arabisch

Syrië

ar_SY

Arabisch

Tunesië

ar_TN

Arabisch

Verenigde Arabische Emiraten

ar_AE

Arabisch

Jemen

ar_YE

Armeens

Armenië

hy_AM

Azerbeidzjaans-Cyrillisch

Azerbeidzjan

az_Cyrl_AZ

Azerbeidzjaans-Latijn

Azerbeidzjan

az_Latn_AZ

Baskisch

Spanje

eu_ES

Bosnisch

Bosnië-Herzegovina

bs_BA

Bulgaars

Bulgarije

bg_BG

Catalaans

Spanje

ca_ES

Chinees

Volksrepubliek China (Vereenvoudigd)

zh_CN

Chinees

Hong Kong S.A.R., China

zh_HK

Chinees

Taiwan (Traditioneel)

zh_TW

Kroatisch

Kroatië

hr_HR

Tsjechisch

Tsjechië

cs_CZ

Deens

Denemarken

da_DK

Nederlands

België

nl_BE

Nederlands

Nederland

nl_NL

Engels

Australië

en_AU

Engels

België

en_BE

Engels

Canada

en_CA

Engels

Hong Kong S.A.R., China

en_HK

Engels

India

en_IN

Engels

India Roepie

en_IN_RUPEE

Engels

Ierland

en_IE

Engels

Nieuw-Zeeland

en_NZ

Engels

Filipijnen

en_PH

Engels

Singapore

en_SG

Engels

Zuid-Afrika

en_ZA

Engels

Verenigd Koninkrijk

en_GB

Engels

Verenigd Koninkrijk Euro

en_GB_EURO

Engels

Verenigde Staten

en_US

Engels

Amerikaanse Maagdeneilanden

en_VI

Estisch

Estland

et_EE

Fins

Finland

fi_FI

Frans

België

fr_BE

Frans

Canada

fr_CA

Frans

Frankrijk

fr_FR

Frans

Luxemburg

fr_LU

Frans

Zwitserland

fr_CH

Duits

Oostenrijk

de_AT

Duits

Duitsland

de_DE

Duits

Luxemburg

de_LU

Duits

Zwitserland

de_CH

Grieks

Griekenland

el_GR

Hebreeuws

Israël

he_IL

Hongaars

Hongarije

hu_HU

Bahasa Indonesia

Indonesië

id_ID

Italiaans

Italië

it_IT

Italiaans

Zwitserland

it_CH

Japans

Japan

ja_JP

Kazachs

Kazachstan

kk_KZ

Khmer

Cambodja

km_KH

Koreaans

Korea

ko_KR

Koreaans

Koreaans Hanja

ko_KR_HANI

Lao

Laos

lo_LA

Lets

Letland

lv_LV

Litouws

Litouwen

lt_LT

Maleis

Maleisië

ms_MY

Noors - Bokmål

Noorwegen

nb_NO

Noors - Nynorsk

Noorwegen

nn_NO

Perzisch

Iran

fa_IR

Pools

Polen

pl_PL

Portugees

Brazilië

pt_BR

Portugees

Portugal

pt_PT

Roemeens

Roemenië

ro_RO

Russisch

Rusland

ru_RU

Servisch-Cyrillisch

Servië en Montenegro

sr_Cyrl_CS

Servisch-Latijn

Servië en Montenegro

sr_Latn_CS

Slovaaks

Slowakije

sk_SK

Sloveens

Slovenië

sl_SI

Spaans

Argentinië

es_AR

Spaans

Bolivia

es_BO

Spaans

Chili

es_CL

Spaans

Colombia

es_CO

Spaans

Costa Rica

es_CR

Spaans

Dominicaanse Republiek

es_DO

Spaans

Ecuador

es_EC

Spaans

El Salvador

es_SV

Spaans

Guatemala

es_GT

Spaans

Honduras

es_HN

Spaans

Mexico

es_MX

Spaans

Nicaragua

es_NI

Spaans

Panama

es_PA

Spaans

Paraguay

es_PY

Spaans

Peru

es_PE

Spaans

Puerto Rico

es_PR

Spaans

Spanje

es_ES

Spaans

Verenigde Staten

es_US

Spaans

Uruguay

es_UY

Spaans

Venezuela

es_VE

Zweeds

Zweden

sv_SE

Tagalog

Filipijnen

tl_PH

Thai

Thailand

th_TH

Thai

Traditioneel Thais

th_TH_TH

Turks

Turkije

tr_TR

Oekraïens

Oekraïne

uk_UA

Vietnamees

Vietnam

vi_VN

Gewoonlijk zijn beide elementen van de landinstelling belangrijk. De dagen van de week en de maanden hebben bijvoorbeeld in het Engels van Canada en Groot-Brittannië dezelfde notatie, maar dit geldt niet voor datums. Daarom volstaat het opgeven van een willekeurige landinstelling voor de Engelse taal niet. Ook alleen het land opgeven als landinstelling is niet voldoende. Canada bijvoorbeeld, kent verschillende datumnotaties voor Engels en Frans. Zie Een landinstelling (taal en land of regio) voor een object opgeven voor meer informatie over de taalinstellingen in Designer.

In het algemeen werken toepassingen in elke omgeving waarin een landinstelling aanwezig is. Deze landinstelling is dan de landinstelling van de omgeving. In sommige gevallen kan een toepassing op een systeem of binnen een omgeving functioneren waar een landinstelling ontbreekt. In deze zeldzame gevallen wordt de landinstelling van de omgeving standaard ingesteld op het Engels van de Verenigde Staten (en_US). Deze landinstelling is dan de standaardlandinstelling.

Epoche

Datumwaarden en tijdwaarden hebben een bepaalde oorsprong of epoche. Dit is een moment in de tijd waarop dingen beginnen. Elke datumwaarde en tijdwaarde die vóór de epoche ligt, is ongeldig.

De waarde-eenheid die voor datumfuncties wordt gehanteerd, is het aantal dagen dat is verstreken na de epoche. De waarde-eenheid voor tijdfuncties is het aantal milliseconden dat is verstreken na de epoche.

Designer definieert dag 1 van de epoche voor alle datumfuncties als 1 januari 1900. Milliseconde 1 van de epoche voor alle tijdfuncties is middernacht, 00:00:00 GMT (Greenwich Mean Time). Dit betekent dat er negatieve tijdwaarden kunnen worden geretourneerd aan gebruikers in tijdzones ten oosten van GMT.

Datumnotaties

Een datumnotatie geeft verkort weer hoe een datum op het scherm verschijnt. De aanduiding bestaat uit letters en symbolen, die aangeven hoe een datum moet worden opgegeven. In de volgende tabel ziet u voorbeelden van datumnotaties.

Datumnotatie

Voorbeeld

MM/DD/YY

11/11/78

DD/MM/YY

25/07/85

MMMM DD, YYYY

maart 10, 1964

Datumnotaties worden vastgelegd in een ISO-norm. Elk land of elke regio geeft de eigen datumnotatie op. Dit zijn de vier algemene categorieën datumnotaties: kort, middellang, lang en volledig. De volgende tabel bevat voor elk van deze categorieën een voorbeeld van een datumnotatie voor een bepaalde landinstelling.

ISO-code landinstelling en beschrijving

Datumnotatie (categorie)

Voorbeeld

en_GB

Engels (Verenigd Koninkrijk)

DD/MM/YY (Kort)

08/12/92

08/04/05

fr_CA

Frans (Canada)

YY-MM-DD (Middellang)

92-08-18

de_DE

Duits (Duitsland)

D. MMMM YYYY (Lang)

17. Juni 1989

fr_FR

Frans (Frankrijk)

EEEE, ' le ' D MMMM YYYY (Volledig)

Lundi, le 29 Octobre, 1990

Tijdnotaties

Een tijdnotatie geeft verkort weer hoe een tijd op het scherm verschijnt De aanduiding bestaat uit letters, leestekens en symbolen in bepaalde patronen. De volgende tabel bevat voorbeelden van tijdnotaties.

Tijdnotatie

Voorbeeld

h:MM A

7:15 PM

HH:MM:SS

21:35:26

HH:MM:SS 'uur' A Z

14:20:10 uur PM EDT

Tijdnotaties zijn vastgelegd in een ISO-norm. Elk land geeft de eigen tijdnotatie op voor de vijf algemene categorieën: standaard, kort, middellang, lang en volledig. De landinstelling zorgt ervoor dat de juiste tijdnotatie wordt gebruikt.

De volgende tabel bevat voor elk van deze categorieën een voorbeeld van een datumnotatie voor een bepaalde landinstelling.

ISO-code landinstelling en beschrijving

Tijdnotatie (categorie)

Voorbeeld

en_GB

Engels (Verenigd Koninkrijk)

HH:MM (Kort)

14:13

fr_CA

Frans (Canada)

HH:MM:SS (Middellang)

12:15:50

de_DE

Duits (Duitsland)

HH:MM:SS z (Lang)

14:13:13 -0400

fr_FR

Frans (Frankrijk)

HH ' h ' MM Z (Volledig)

14 h 13 GMT-04:00

Datum- en tijdpatronen

Als u datum- en tijdpatronen voor datum-/tijdvelden maakt, moet u de volgende symbolen gebruiken. Bepaalde datumsymbolen worden alleen gebruikt bij Chinese, Japanse en Koreaanse landinstellingen. Deze symbolen zijn ook hieronder opgegeven. Zie Voorbeelden van datum-/tijdpatronen voor meer informatie.

Opmerking: De komma (,), het koppelteken (-), de dubbele punt (:), de schuine streep of slash (/), de punt (.) en de spatie ( ) worden gebruikt als letterlijke tekens en u kunt deze tekens op elke positie in een patroon opgeven. Als u een tekstfragment in een patroon wilt opgeven, moet u voor en na de tekenreeks enkelvoudige aanhalingstekens (') opgeven. 'Het bedrag moet uiterlijk worden betaald op' DD-MM-JJ kan bijvoorbeeld worden ingesteld als het weergavepatroon.

Datumsymbool

Beschrijving

Opgemaakte waarde waarbij de door de landinstelling bepaalde invoerwaarde 1/1/08 (1 januari 2008) is

D

Dag van de maand met 1 of 2 cijfers (1-31)

1

DD

Dag van de maand met 2 cijfers en een voorloopnul (01-31)

01

J

Dag van het jaar met 1, 2 of 3 cijfers (1-366)

1

JJJ

Dag van het jaar met 3 cijfers en voorloopnullen (001-366)

001

M

Maand van het jaar met 1 of 2 cijfers (1-12)

1

MM

Maand van het jaar met 2 cijfers en een voorloopnul (01-12)

01

MMM

Verkorte naam van de maand

Jan

MMMM

Volledige naam van de maand

Januari

E

Dag van de week met 1 cijfer (1-7), waarbij (1=zondag)

3 (1 januari 2008 valt namelijk op een dinsdag)

EEE

Verkorte naam van de weekdag

Din (1 januari 2008 valt namelijk op een dinsdag)

EEEE

Volledige naam van de weekdag

Dinsdag (1 januari 2008 valt namelijk op een dinsdag)

YY

Jaar met twee cijfers, waarbij getallen lager dan 30 na het jaar 2000 vallen en de getallen 30 en hoger vóór het jaar 2000 vallen, bijvoorbeeld: 00=2000, 29=2029, 30=1930 en 99=1999.

08

YYYY

Jaar met vier cijfers

2008

G

Tijdrekening (BC of AD)

AD

w

Week van de maand met 1 cijfer (0-5), waarbij week 1 de eerste reeks is van vier opeenvolgende dagen die eindigen op een zaterdag

1

WW

Week van het jaar met 2 cijfers (01-53) volgens ISO-8601, waarbij week 1 de week is waarin 4 januari valt

01

Er zijn enkele aanvullende datumpatronen beschikbaar voor het opgeven van gegevenspatronen bij Chinese, Japanse en Koreaanse landinstellingen.

De Japanse tijdrekening kan worden weergegeven met verschillende symbolen. De laatste vier symbolen voor tijdrekening zijn alternatieve symbolen waarmee de Japanse tijdrekening kan worden weergegeven.

CJK-datumsymbolen

Beschrijving

DDD

De numerieke waarde van de dag van de maand, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.

DDDD

De uitgebreide numerieke waarde van de dag van de maand, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.

YYY

De numerieke waarde van het jaar, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.

YYYYY

De uitgebreide numerieke waarde van het jaar, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.

g

De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk, Heisei, wordt met dit patroon de ASCII-letter H (U+48) weergegeven

gg

De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk wordt met dit patroon het Japanse karakter weergegeven dat wordt vertegenwoordigd door het Unicode-symbool (U+5E73)

ggg

De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk worden met dit patroon de Japanse karakters weergegeven die worden vertegenwoordigd door de Unicode-symbolen (U+5E73 U+6210)

g

De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk wordt met dit patroon de letter H met volledige breedte weergegeven (U+FF28)

g g

De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk wordt met dit patroon het Japanse karakter weergegeven dat wordt vertegenwoordigd door het Unicode-symbool (U+337B)

Tijdsymbool

Beschrijving

Invoerwaarde afhankelijk van landinstelling

Opgemaakte waarde

h

Uur van de halve dag met 1 of 2 cijfers (1-12) (a.m./p.m.)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

12 of 2

hh

Uur van de halve dag met 2 cijfers en een voorloopnul (01-12) (a.m./p.m.)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

12 of 02

k

Uur van de halve dag met 0 of 2 cijfers (1-11) (a.m./p.m.)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

0 of 2

kk

Uur van de halve dag met 2 cijfers (00-11) (a.m./p.m.)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

00 of 02

H

Uur van de dag met 1 of 2 cijfers (0-23)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

0 of 14

HH

Uur van de dag met 2 cijfers en een voorloopnul (00-23)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

00 of 14

K

Uur van de dag met 1 of 2 cijfers (1-24)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

24 of 14

KK

Uur van de dag met 2 cijfers en een voorloopnul (01-24)

12:08 a.m. of 2:08 p.m.

24 of 14

M

Minuut van het uur met 1 of 2 cijfers (0-59)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.

2:08 p.m.

8

MM

Minuut van het uur met 2 cijfers en een voorloopnul (00-59)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.

2:08 p.m.

08

S

Seconde van de minuut met 1 of 2 cijfers (0-59)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een symbool voor uren en minuten.

2:08:09 p.m.

9

SS

Seconde van de minuut met 2 cijfers en een voorloopnul (00-59)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een symbool voor uren en minuten.

2:08:09 p.m.

09

FFF

Duizendste van de seconde met 3 cijfers (000-999)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een symbool voor uren, minuten en seconden.

2:08:09 p.m.

09

A

Het dagdeel van middernacht tot twaalf uur 's middags (a.m.) of van twaalf uur 's middags tot middernacht (p.m.)

2:08:09 p.m.

p.m.

z

Notatie met tijdzone volgens de ISO-8601-norm (bijvoorbeeld: Z, +0500, -0030, -01, +0100)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.

2:08:09 p.m.

-0400

zz

Alternatieve notatie met tijdzone volgens de ISO-8601-norm (bijvoorbeeld: Z, +05:00, -00:30, -01, +01:00)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.

2:08:09 p.m.

-04:00

Z

Verkorte naam van de tijdzone (bijvoorbeeld: GMT, GMT+05:00, GMT-00:30, EST, PDT)

Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.

2:08:09 p.m.

EDT

Gereserveerde symbolen

De volgende symbolen hebben een speciale betekenis en kunnen dus niet als letterlijke tekens worden gebruikt.

Symbool

Beschrijving

?

Dit symbool kan voor elk willekeurig teken worden gebruikt. Wanneer dit symbool voor weergave wordt samengevoegd, verandert het in een spatie.

*

Dit symbool komt het overeen met 0 of vaste spaties in Unicode. Wanneer dit symbool voor weergave wordt samengevoegd, verandert het in een spatie.

+

Dit symbool komt overeen met één of meer vaste spaties in Unicode. Wanneer dit symbool voor weergave wordt samengevoegd, verandert het in een spatie.

Complexe veldpatronen

Naast de eenvoudige patronen die u voor datum-/tijdvelden, numerieke velden en tekstvelden kunt opgeven, kunt u ook een landspecifiek patroon definiëren of variabele patronen verwerken.

Landinstellingspecifieke patronen

Als u op een patroon een specifieke landinstelling wilt toepassen, ongeacht de landinstelling die reeds aan een object is toegekend, kunt u een landspecifiek patroon definiëren. De syntaxis van een landspecifiek patroon is als volgt:

category_name(locale_name){pattern}

waarbij

  • category_name kan date, time, num of text zijn.

  • naam_landinstelling wordt gevormd door een taal- en/of land- of regiocode, zoals gedefinieerd in de norm RFC 1766 (Codes voor de identificatie van talen, 1995).

  • patroon is het eenvoudige patroon voor de verwerking van waarden.

Als u er bijvoorbeeld voor wilt zorgen dat een datum-/tijdveld wordt omgezet in een datum in de notatie van de Franse taal volgens de landcode van Frankrijk, geeft u het patroon als volgt op:

date(fr_FR){DD MMMM, YYYY}

Variabele patronen

Als de door de gebruiker ingevoerde gegevens of gebonden gegevens beschikbaar zijn in meer dan één notatie (telefoonnummers kunnen bijvoorbeeld met of zonder een netnummer van twee of drie cijfers worden geschreven), kunt u een patroon definiëren waarin rekening wordt gehouden met deze verschillen. Met de volgende syntaxis kunt u een aantal aanvaardbare patronen opgeven:

category_name{pattern}|category_name{pattern}|category_name{pattern}

waarbij alle patronen van elkaar worden gescheiden door een verticaal streepje (|). U kunt een onbeperkt aantal patronen opgeven. Met de volgende notatie kunt u bijvoorbeeld twee verschillende tekstpatronen verwerken:

text{999*9999}|text{999*999*9999}

Een standaardfont voor waarden in nieuwe formulieren instellen

  1. Selecteer Opties in het menu Opties.

  2. Klik op Standaardfonts.

  3. Selecteer onder Standaardwaarde van bijschriftfonts voor nieuwe formulieren, de opties Font, Grootte en Stijl, afhankelijk van hetgeen gewenst is.

Een standaardfont voor waarden in bestaande formulieren instellen

  1. Klik op Bestand > Formuliereigenschappen.

  2. Klik op Standaardfonts.

  3. Selecteer onder Standaardwaarde van bijschriftfonts, de opties Font, Grootte en Stijl, afhankelijk van hetgeen gewenst is.