|
Indien nodig kunt u een of meer van de volgende patronen opgeven om te bepalen wat voor indeling veldwaarden bij uitvoering krijgen. Het gaat hier om velden zoals tekstvelden, numerieke velden en datum-/tijdvelden.
Een weergavepatroon, waarmee u aangeeft hoe de gegevens in het formulier moeten worden weergegeven. Als u een initiële standaardwaarde opgeeft, wordt deze waarde weergegeven op basis van het gekozen weergavepatroon. Het weergavepatroon zorgt er ook voor dat de gegevens die door de gebruiker zijn ingevoerd, in deze notatie worden weergegeven en dat eventuele gebonden waarden tijdens het gebruik worden opgehaald.
Een bewerkingspatroon, waarmee u aangeeft met welke notatie de gegevens tijdens het gebruik van het formulier moeten worden ingevoerd in een datum-/tijdveld, een numeriek veld, een tekstveld of een wachtwoordveld.
Een validatiepatroon, waarmee de invoer van de gebruiker tijdens het gebruik van het formulier wordt gevalideerd.
Een gegevenspatroon, dat de syntaxis voor de gebonden of opgeslagen gegevens bepaalt.
De opmaakopties die u hier kiest, zijn afhankelijk van het doel van uw formulier. Als u bijvoorbeeld een interactief formulier ontwerpt, moet u voor elk veld een bewerkingspatroon opgeven om de gegevens te verwerken die door de gebruiker worden ingevoerd en ook een validatiepatroon om de geldigheid van de ingevoerde informatie te controleren. U hoeft alleen een gegevenspatroon te definiëren als de velden zijn gebonden aan een gegevensbron.
Houd er rekening mee dat als u alleen een bewerkingspatroon opgeeft voor een object Numeriek veld of Decimaal veld, invullers nog steeds alfabetische tekens kunnen invoeren in het veld. Als u dit gedrag wilt voorkomen, kunt u een van de volgende acties nemen:
Geef niet alleen een bewerkingspatroon op. Zorg dat Acrobat en Adobe Reader filteren op ongewenste alfabetische tekens.
Geef bewerkings- en weergavepatronen op. Zorg dat de gegevens correct zijn opgemaakt volgens het weergavepatroon.
Geef bewerkings- en validatiepatronen op. Zorg dat de waarde wordt geweigerd en het veld gewist als een invuller een alfabetisch teken invoert.
Wanneer gebruikt u patronenGebruik patronen als u wilt bepalen hoe de waarden in de velden worden verwerkt tijdens het gebruik van het formulier. Gebruikers kunnen bijvoorbeeld letters en cijfers invoeren in een tekstveld en de speciale interpunctietekens of spaties kunnen automatisch worden toegewezen op basis van een vooraf gedefinieerd patroon voordat de waarde wordt weergegeven.
De invoer van de gebruiker vastleggen en weergevenAls u een formulier maakt om hierin gegevens vast te leggen, kunt u opgeven met welke notatie de gegevens moeten worden opgemaakt. Met een weergavepatroon bepaalt u de manier waarop de gegevens worden weergegeven. Als u geen weergavepatroon opgeeft, worden de gegevens weergegeven met de standaardinstellingen van Designer.
Als gebruikers gegevens invoeren die niet overeenstemmen met de standaardinstellingen van Designer, moet u een bewerkingspatroon opgeven. Het bewerkingspatroon bepaalt de notatie waarmee de gebruikers de gegevens kunnen invoeren. Op basis van dit patroon worden de gegevens die door de gebruiker zijn ingevoerd geconverteerd naar een onbewerkte waarde en wordt deze waarde vervolgens aan de hand van het weergavepatroon opgemaakt.
Als u een interactief formulier ontwerpt, moet u erover nadenken welke gebruikersinvoer gevalideerd moet worden. Voor een tekstveld is bijvoorbeeld al dan niet validatie nodig, afhankelijk van het gebruik. Voor een tekstveld met meerdere regels waarin de invuller van het formulier opmerkingen kan plaatsen, is geen validatie nodig. Zo is ook het invullen van niet-numerieke gegevens in een numeriek veld niet mogelijk. Als u de gegevens echter wilt beperken tot een specifiek bereik van getallen, moet u de gebruikersinvoer valideren. U kunt een eigen bericht weergeven om gebruikers tijdens het gebruik van het formulier te vragen een correcte waarde in te voeren. Als u geen eigen bericht opgeeft, geneert het systeem automatisch een bericht.
Met de opties op het tabblad Formuliervalidatie in het dialoogvenster Formuliereigenschappen kunt u instellen hoe in Acrobat validatieberichten worden weergegeven, hoe velden met incorrecte of ontbrekende gegevens worden gemarkeerd en dat de focus wordt ingesteld op de het eerste veld waarvoor de validatie niet is gelukt. Zie Validatiefouten weergeven in Acrobat.
Opmerking: Gebruikersinvoer kan worden verwerkt met FormCalc-formules en JavaScript-scripts (met een script kunt u bijvoorbeeld de onbewerkte waarde van een veld opvragen). Aangezien in formules en scripts onbewerkte en onopgemaakte waarden worden verwerkt, is het belangrijk dat al die velden worden gevalideerd waar de invoer beperkt is.
Een voorbeeld van hoe u een bewerkings- en validatiepatroon samen kunt gebruiken is een creditcard- of sofinummer. U kunt bijvoorbeeld een tekstveld definiëren met de volgende bewerkingspatronen:
text{9999-9999-9999-9999}|text{9999
9999 9999 9999} for credit cards
or
text{999-99-9999}|text{999
99 9999} for a US social security number
In beide gevallen kan de gebruiker het nummer invoeren met afbreekstreepjes (-), spaties ( ) of als een getal van 16 of 9 cijfers. De canonicale ofwel eenvoudigste vorm van het nummer is dat met 16 of 9 cijfers.
U kunt ook het volgende validatiepatroon toevoegen:
text{9999999999999999}
or
text{999999999}
In dit geval wordt alleen het nummer opgeslagen en vindt alleen validatie plaats van het juiste aantal cijfers. Het is in een dergelijk geval echter soms nuttiger om een validatiescript op te geven in plaats van een patroon. Er zijn algoritmes die een controlesom uitvoeren op een creditcardnummer om de geldigheid van het nummer te controleren, zodat het niet een willekeurig getal van 16 cijfers betreft. Een voorbeeld hiervan is het algoritme van Luhn voor creditcards.
Het resultaat is een formulier met een tekstveld waarbij het bewerkingspatroon de gebruiker toestaat gegevens op drie veelvoorkomende manieren voor creditcards in te voeren. Bij de validatie wordt een script uitgevoerd dat controleert of het nummer een geldig creditcardnummer is.
Gebonden gegevens opvragen en weergevenAls gebonden gegevens met een formulier worden samengevoegd, kunt u opgeven hoe de gegevens voor de weergave moeten worden opgemaakt door een weergavepatroon te gebruiken. Als u geen weergavepatroon opgeeft, worden de gegevens weergegeven met de standaardinstellingen van Designer.
Als de gebonden gegevens niet overeenstemmen met de standaardinstellingen van Designer, moet u een gegevenspatroon opgeven. Het gegevenspatroon bepaalt de syntaxis voor de gebonden gegevens. Op basis van dit patroon worden de opgehaalde gegevens geconverteerd naar onbewerkte waarden en worden deze vervolgens opgemaakt voor weergave.
Standaardinstellingen voor de opmaak van waardenStandaardwaarden moeten voldoen aan de volgende regels, afhankelijk van het veldtype.
Veld
|
Regel
|
Datum-/tijdveld
|
Een standaardwaarde voor datum/tijd moet de korte notatie krijgen voor de landinstelling die is opgegeven voor het datum-/tijdveld. In Designer wordt de standaardwaarde echter zowel tijdens het ontwerpen als tijdens het gebruik van het formulier weergegeven in de middellange notatie.
Stel dat u een formulier maakt waarin het datum-/tijdveld bijvoorbeeld is ingesteld op het gebruik van de landinstelling Duits (Duitsland). U voert de standaardwaarde voor een datum in de korte notatie DD.MM.YY in. Nadat u de focus naar een ander veld hebt verplaatst, wordt de opgegeven waarde in het veld op de pagina weergegeven in de middellange notatie DD.MM.YYYY. De opgemaakte waarde wordt ook in de middellange notatie weergegeven als u het formulier bekijkt op het tabblad Voorbeeld-PDF.
Opmerking: Tijdens het gebruik van het formulier moeten de personen die het formulier invullen, voor de waarde van de datum-/tijdvelden de korte notatie gebruiken voor de landinstelling die voor het veld is opgegeven. Als u op het tabblad Bewerken in het dialoogvenster Patronen (tabblad Veld > Patronen) een bewerkingspatroon opgeeft, vervangt dat patroon de korte notatie, en moeten gebruikers gegevens invoeren in de notatie die overeenkomt met het bewerkingspatroon.
|
Numeriek of decimaal veld
|
Een numerieke standaardwaarde kan elk geheel getal (integer) zijn of elk decimaal getal dat slechts één enkel grondtal (radix) bevat. Het radixteken kan een "." (punt) of een "," (komma) zijn, afhankelijk van de geselecteerde landinstelling. Scheidingstekens voor duizendtallen (of groeperingstekens) en valutatekens zijn niet geldig als deel van de standaardwaarde.
Als een numeriek veld bijvoorbeeld op de landinstelling Engels (VS) is ingesteld en u de standaardwaarde $1,234.56 opgeeft, zijn zowel het valutateken "$" (dollarteken) als het scheidingsteken voor duizendtallen "," (komma) niet geldig.
|
Tekstveld
|
Een standaardtekstwaarde (met inbegrip van wachtwoorden) kan elke alfanumerieke tekenreeks zijn, met inbegrip van spaties.
|
Opmerking: Alleen die velden die in de tabel worden weergegeven, hebben standaardwaarden die moeten overeenkomen met de landspecifieke notatie.
Een standaardwaarde opgevenIn datum-/tijdvelden, numerieke velden en tekstvelden kunt u automatisch een initiële waarde (standaardwaarde) weergeven als het formulier wordt geopend. Deze waarde kan tijdens het gebruik worden afgeleid van een eigenschap, maar u kunt de initiële waarde ook uitdrukkelijk opgeven in Designer. Deze waarde kan ook worden afgeleid van een externe gegevensbron door een binding te gebruiken. Tijdens het gebruik van het formulier worden standaardwaarden van velden door Designer opgemaakt overeenkomstig de landinstelling die voor elk veld is opgegeven.
Selecteer een datum-/tijdveld, een decimaal veld, een numeriek veld of een tekstveld.
Klik in het palet Object op het tabblad Veld. Selecteer een landinstelling in de lijst Landinstelling.
Klik in het palet Object op het tabblad Waarde. Typ de waarde in het vak Standaard.
De standaardwaarde moet worden opgegeven in een notatie die door de landinstelling wordt bepaald.
Opmerking: Als de gegevens zijn gebonden en er een gegevenspatroon is opgegeven, moet deze waarde overeenkomen met het gegevenspatroon dat is opgegeven op het tabblad Binding.
Een weergavepatroon instellenTijdens het gebruik van het formulier worden de datum, de tijd en de waarden van numerieke velden door Designer weergegeven in een notatie die door de landinstelling wordt bepaald. Als u een veldwaarde niet in de standaardnotatie maar in een andere notatie wilt weergeven, kunt u op het tabblad Veld een aangepast patroon opgeven door te klikken op de knop Patronen.
Opmerking: U kunt vervolgkeuzelijsten gebruiken om gebruikers te helpen aangepaste gegevens in te voeren, maar u kunt voor de aangepaste invoer van gebruikers geen weergavepatroon opgeven. U kunt een script schrijven om indien nodig de notatie voor de gegevensinvoer van de gebruiker aan te passen.
Omdat met het weergavepatroon wordt bepaald hoe de gegevens in het formulier worden weergegeven, worden alle standaardwaarden, de waarden die gebruikers hebben ingevoerd en de waarden die uit een database zijn opgehaald omgezet in de notatie die door het weergavepatroon zijn gedefinieerd.
Opmerking: Datums die vallen vóór 1 januari 1900 worden niet opgemaakt volgens het weergavepatroon.
Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld of het tekstveld.
Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.
Klik op Patronen en selecteer een van de vooraf gedefinieerde weergavepatronen in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.
Gebruikers vragen om gegevens in te voerenAls gebruikers gegevens moeten opgeven of een keuze moeten maken, is het handig daarom te vragen. U kunt een bericht schrijven waarmee gebruikers wordt gevraagd een waarde in te voeren in een datum-/tijdveld, numeriek veld, tekstveld, wachtwoordveld of vervolgkeuzelijst, of waarmee gebruikers wordt gevraagd een optie te kiezen in een vervolgkeuzelijst, keuzelijst of een groep van keuzerondjes.
Aanbevelen dat gebruikers gegevens invoerenU kunt aanbevelen dat gebruikers gegevens in een veld invoeren, en ze het formulier toch laten verzenden als ze dit niet doen. Als een gebruiker gegevens in het veld invoert, het veld verlaat en de waarde vervolgens wist, verschijnt er een berichtvenster. Er verschijnt alleen een aangepast bericht als dat is geschreven in het vak Bericht indien leeg. Er verschijnt standaardbericht voor een leeg veld als u niet een aangepast bericht hebt getypt. Er verschijnt alleen een bericht als er gegevens in het veld stonden, de waarde is verwijderd en de gebruiker het veld verlaat zonder opnieuw gegevens in te voeren. Als de gebruiker nooit heeft geprobeerd gegevens in te voeren in het veld en het formulier probeert te verzenden, verschijnt het bericht dat invoer in het veld vereist is. De gebruiker kan dit bericht negeren en het formulier verzenden. Kies Door gebruiker ingevoerd - aanbevolen om aan te bevelen dat gebruikers gegevens in een veld invoeren.
Vereisen dat gebruikers gegevens invoerenU kunt instellen dat invoer in een veld verplicht is en dat gebruikers het formulier alleen kunnen verzenden als er een waarde in het veld staat. Als een gebruiker gegevens in het veld invoert, het veld verlaat en de waarde vervolgens wist, verschijnt er een berichtvenster. Er verschijnt alleen een aangepast bericht als dat is geschreven in het vak Bericht indien leeg. Er verschijnt standaardbericht voor een leeg veld als u niet een aangepast bericht hebt getypt. Er verschijnt alleen een bericht als er gegevens in het veld stonden, de waarde is verwijderd en de gebruiker het veld verlaat zonder opnieuw gegevens in te voeren. Als de gebruiker nooit heeft geprobeerd gegevens in te voeren in het veld en het formulier probeert te verzenden, verschijnt het bericht dat invoer in het veld vereist is. Kies Door gebruiker ingevoerd - vereist om gebruikers te verplichten gegevens in een veld in te voeren.
Met de opties op het tabblad Formuliervalidatie in het dialoogvenster Formuliereigenschappen kunt u instellen hoe in Acrobat validatieberichten worden weergegeven, hoe velden met incorrecte of ontbrekende gegevens worden gemarkeerd en dat de focus wordt ingesteld op de het eerste veld waarvoor de validatie niet is gelukt. Zie Validatiefouten weergeven in Acrobat.
Opmerking: Als gebruikers geen waarde invoeren in het veld en het formulier proberen te verzenden, wordt het foutbericht veld is vereist weergegeven. Als gebruikers de aanbevolen of vereiste gegevens niet hebben ingevuld, kunnen zij het PDF-formulier echter wel opslaan en sluiten. In dat geval worden er geen berichten weergegeven om de gebruikers te vragen gegevens in te voeren.
Selecteer het veld, de vervolgkeuzelijst, de keuzelijst of de groep keuzerondjes.
Klik in het palet Object op het tabblad Waarde. Kies in de lijst Type één van deze opties:
Typ in het vak Bericht indien leeg de tekst voor de vraag. Als dat van toepassing is, moet in de vraag de vereiste invoernotatie worden opgenomen. Als u bijvoorbeeld een bewerkingspatroon hebt opgegeven, moeten de gegevens die de gebruiker invoert ook overeenstemmen met dit bewerkingspatroon.
Een bewerkingspatroon opgevenTijdens het gebruik van het formulier worden de datum, de tijd en de waarden van numerieke en decimale velden door Designer weergegeven in een notatie die door de landinstelling wordt bepaald. Als u de personen die het formulier invullen, wilt toestaan gegevens in te vullen in een andere notatie dan de door de landinstelling bepaalde standaardnotatie, kunt u op het tabblad Veld een bewerkingspatroon opgeven. Als de invoer van de gebruiker niet overeenkomt met het bewerkingspatroon, worden de gegevens ingevoerd zoals ze zijn.
Als u alleen een bewerkingspatroon opgeeft voor een object Numeriek veld of Decimaal veld, kunnen invullers nog steeds alfabetische tekens invoeren in het veld.
Het bewerkingspatroon en het weergavepatroon hoeven niet hetzelfde te zijn. Aangezien het voor gebruikers eenvoudiger is om korte datums in te voeren en lange datums te lezen, kunt u bijvoorbeeld overwegen om een korte datumnotatie als bewerkingspatroon voor een datum-/tijdveld en een lange datumnotatie als weergavepatroon op te geven. Als het weergavepatroon en het bewerkingspatroon verschillend zijn, wordt de opmaak van de waarde aangepast aan het weergavepatroon zodra de gebruiker het veld verlaat.
Opmerking: Deze optie is niet beschikbaar als de optie Type op het tabblad Waarde in het palet Object is ingesteld op Beveiligd, Berekend - alleen-lezen of Alleen-lezen.
Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld of het wachtwoordveld.
Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.
Klik op Patronen, klik op het tabblad Bewerken en selecteer een van de vooraf gedefinieerde weergavepatronen in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.
Gebruikersinvoer validerenVoor een veld zijn drie verschillende validaties mogelijk. De volgorde voor het uitvoeren van deze validaties is als volgt:
Het veld testen op null-inhoud.
De indeling van de veldwaarde vergelijken met een specifiek veldpatroon. Zie Eenvoudige patronen voor meer informatie over veldpatronen.
Een validatiescript aanroepen.
U kunt een validatiepatroon opgeven om de gegevens die de gebruikers invoeren in de datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden op hun geldigheid te controleren. De standaardinstelling is dat een lege invoer niet wordt aanvaard als een waarde vereist is. De onbewerkte waarden worden rechtstreeks met het validatiepatroon vergeleken en als de onbewerkte waarde overeenstemt met het validatiepatroon, wordt de notatie van de waarde voor de weergave toegepast.
Als de waarde die door de gebruiker is ingevoerd niet overeenstemt met het validatiepatroon, wordt op het scherm door het programma een foutmelding of waarschuwing weergegeven. De foutmelding/waarschuwing wordt in Acrobat, Adobe Reader of Forms opgevangen en er wordt automatisch een bericht op het scherm van de gebruiker weergegeven. Als u geen bewerkingspatroon hebt opgegeven en de gegevens die de gebruiker invoert niet overeenstemmen met de standaardinstellingen van Designer, resulteert de validatie in een fout.
Er wordt een validatiebericht weergegeven wanneer objecten die waarden vereisen, null-waarden bevatten en de gebruiker gegevens naar Forms probeert te verzenden.
Opmerking: Gebruikers kunnen een PDF-formulier opslaan en sluiten als niet alle vereiste waarden zijn opgegeven. In dat geval wordt geen validatieprocedure uitgevoerd.
Als u dat wilt, kunt u een eigen bericht voor het validatiepatroon opgeven ter vervanging van het standaardfout- of waarschuwingsbericht.
In aanvulling op een validatiepatroon, of in situaties waarbij geen validatiepatroon wordt ondersteund (bijvoorbeeld voor groepen van keuzerondjes en selectievakjes), kunt u de invoer van de gebruiker alsnog valideren door een validatiescript te gebruiken. Door de invoer met een script te valideren, zorgt u ervoor dat de gegevens door de toepassing zullen worden geaccepteerd. Ook in dit geval is het mogelijk een eigen melding voor fouten of waarschuwingen tijdens het gebruik van het formulier op te geven.
Met de opties op het tabblad Formuliervalidatie in het dialoogvenster Formuliereigenschappen kunt u instellen hoe in Acrobat validatieberichten worden weergegeven, hoe velden met incorrecte of ontbrekende gegevens worden gemarkeerd en dat de focus wordt ingesteld op de het eerste veld waarvoor de validatie niet is gelukt. (Zie Validatiefouten weergeven in Acrobat.)
 U kunt een bericht voor een validatiepatroon of validatiescript dynamisch vullen met een waarde uit een gegevensbron. Met deze optie zorgt u ervoor dat gebruikers een geldige waarde in het veld invoeren. Een validatiepatroon en een eigen bericht definiërenSelecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld, het wachtwoordveld, de vervolgkeuzelijst of de keuzelijst.
Klik in het palet Object op het tabblad Waarde.
Klik op Validatiepatronen en selecteer een van de vooraf gedefinieerde validatiepatronen in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.
Typ in het vak Bericht van validatiepatroon de tekst voor het bericht dat aan gebruikers wordt getoond om hen te vragen een correcte waarde in te voeren. In dit bericht moet u de vereiste invoernotatie opnemen. Druk op Ctrl+Enter als u een nieuwe regel wilt beginnen in het bericht.
Als u wilt dat in de plaats van een waarschuwingsbericht een programmafout op het scherm wordt weergegeven, kiest u de optie Fout.
Een bericht weergeven als met een bijbehorend script de ingevoerde gegevens niet worden aanvaardSelecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld, het wachtwoordveld, de vervolgkeuzelijst, de keuzelijst, het selectievakje of de groep keuzerondjes.
Klik in het palet Object op het tabblad Waarde. Typ de tekst voor het bericht in het vak Bericht van validatiescript.
Als u wilt dat in de plaats van een waarschuwingsbericht een programmafout op het scherm wordt weergegeven, kiest u de optie Fout.
Een gegevenspatroon instellenMet gegevensbindingsopties kunt u een formulier ontwerpen waarmee u gegevens kunt vastleggen voor de infrastructuur van de onderneming en/of een externe gegevensbron gebruiken om tijdens het gebruik gegevens in een formulier in te vullen. Met de juiste bindingsinformatie (zie Velden aan een gegevensbron binden) en toegang tot de gegevensbron (zie Werken met gegevensbronnen) kunt u in Acrobat en Adobe Reader bijvoorbeeld gegevens van een OLEDB-database importeren en weergeven wanneer het formulier wordt geopend. U kunt objecten ook binden aan een XML-schema, een XML-bestand of een WSDL-gegevensbron.
Acrobat, Adobe Reader en Forms interpreteren de eigenschappen voor gegevensbinding voor het opslaan van vastgelegde gegevens en het parseren van opgehaalde gegevens. De gegevens van een object worden standaard opgeslagen en samengevoegd volgens de Adobe-regels voor de samenvoeging van gegevens. Als een formulier in Acrobat of Adobe Reader wordt geopend of door Forms wordt weergegeven, worden de waarden vanuit de gegevensbron in de velden ingevuld. Eventuele wijzigingen die de gebruiker aanbrengt in de waarde van een veld, worden doorgevoerd in de gekoppelde gegevensbron wanneer het formulier in Acrobat of Adobe Reader wordt opgeslagen of wanneer de gegevens naar Forms worden verzonden.
Als de gegevens niet zijn gebonden aan een gegevensbron (bijvoorbeeld wanneer de formuliergegevens worden teruggezonden via e-mail) wordt met het gegevenspatroon de notatie opgegeven waarin de gegevens worden opgeslagen. Als u geen gegevenspatroon maakt, worden de gegevens opgeslagen in de canonicale notatie. Als een formulier kan worden ingevuld door gebruikers met verschillende landinstellingen of als de gegevens kunnen worden teruggezonden met verschillende landinstellingen, kunt u verzekeren dat de gegevens op dezelfde manier worden geïnterpreteerd door alle gebruiker door deze in een canonicale notatie weer te geven.
U kunt gegevenspatronen opgeven voor datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden. Als een opgehaalde waarde door het gebruik van het gegevenspatroon niet kan worden geparseerd met Acrobat, Adobe Reader of Forms, wordt de waarde ongewijzigd in het formulier weergegeven (de notatie wordt niet aangepast voor de weergave).
Selecteer het datum-/tijdveld, het numerieke veld, het tekstveld of het wachtwoordveld.
Klik in het palet Object op het tabblad Subformulier.
Klik op Patronen, klik op het tabblad Gegevens en selecteer een van de vooraf gedefinieerde patronen voor gegevnsbinding in de lijst Type selecteren of typ een aangepast patroon in het vak Patroon.
Eenvoudige patronenU kunt eenvoudige patronen gebruiken om de waarden van datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden op te maken. Elk patroon heeft eigen regels die de geldigheid van de notatie van het patroon bepalen. U kunt in een patroon slechts een beperkt aantal tekens gebruiken en de syntaxis van een geldig patroon is verschillend voor datum-/tijdvelden, numerieke velden, tekstvelden en wachtwoordvelden.
Meer informatie over de geldige tekens die u in een patroon kunt gebruiken en voorbeelden van geldige notaties vindt u in één van de onderstaande secties. Zie Complexe veldpatronen voor meer informatie over complexe patronen voor een datum-/tijdveld, een numeriek veld of een tekstveld.
LandinstellingenEen landinstelling is een standaardterm die bij het ontwikkelen van internationale normen wordt gebruikt om een bepaald land (taal, land of regio) aan te duiden. Voor FormCalc is de landinstelling relevant, omdat deze de notatie van datums, tijden, numerieke en valutawaarden bevat die specifiek is voor een bepaald land of een bepaalde regio. Hierdoor kunnen eindgebruikers met hun eigen vertrouwde notaties werken.
Elke landinstelling bestaat uit een unieke tekenreeks, ook wel id genoemd. Deze reeksen worden samengesteld door de Internet Engineering Task Force (IETF) van de ISO (International Standards Organization), een werkgroep van de Internet Society (www.isoc.org).
Id's voor landinstellingen bestaan uit een taalgedeelte, een land- of regiogedeelte of beide. In de volgende tabel vindt u de landcodes die geldig zijn in deze versie van Designer:
Taal
|
Land of regio
|
ISO-code
|
Arabisch
|
Algerije
|
ar_DZ
|
Arabisch
|
Bahrein
|
ar_BH
|
Arabisch
|
Egypte
|
ar_EG
|
Arabisch
|
Irak
|
ar_IQ
|
Arabisch
|
Jordanië
|
ar_JO
|
Arabisch
|
Koeweit
|
ar_KW
|
Arabisch
|
Libanon
|
ar_LB
|
Arabisch
|
Libië
|
ar_LY
|
Arabisch
|
Marokko
|
ar_MA
|
Arabisch
|
Oman
|
ar_OM
|
Arabisch
|
Qatar
|
ar_QA
|
Arabisch
|
Saoedi-Arabië
|
ar_SA
|
Arabisch
|
Soedan
|
ar_SD
|
Arabisch
|
Syrië
|
ar_SY
|
Arabisch
|
Tunesië
|
ar_TN
|
Arabisch
|
Verenigde Arabische Emiraten
|
ar_AE
|
Arabisch
|
Jemen
|
ar_YE
|
Armeens
|
Armenië
|
hy_AM
|
Azerbeidzjaans-Cyrillisch
|
Azerbeidzjan
|
az_Cyrl_AZ
|
Azerbeidzjaans-Latijn
|
Azerbeidzjan
|
az_Latn_AZ
|
Baskisch
|
Spanje
|
eu_ES
|
Bosnisch
|
Bosnië-Herzegovina
|
bs_BA
|
Bulgaars
|
Bulgarije
|
bg_BG
|
Catalaans
|
Spanje
|
ca_ES
|
Chinees
|
Volksrepubliek China (Vereenvoudigd)
|
zh_CN
|
Chinees
|
Hong Kong S.A.R., China
|
zh_HK
|
Chinees
|
Taiwan (Traditioneel)
|
zh_TW
|
Kroatisch
|
Kroatië
|
hr_HR
|
Tsjechisch
|
Tsjechië
|
cs_CZ
|
Deens
|
Denemarken
|
da_DK
|
Nederlands
|
België
|
nl_BE
|
Nederlands
|
Nederland
|
nl_NL
|
Engels
|
Australië
|
en_AU
|
Engels
|
België
|
en_BE
|
Engels
|
Canada
|
en_CA
|
Engels
|
Hong Kong S.A.R., China
|
en_HK
|
Engels
|
India
|
en_IN
|
Engels
|
India Roepie
|
en_IN_RUPEE
|
Engels
|
Ierland
|
en_IE
|
Engels
|
Nieuw-Zeeland
|
en_NZ
|
Engels
|
Filipijnen
|
en_PH
|
Engels
|
Singapore
|
en_SG
|
Engels
|
Zuid-Afrika
|
en_ZA
|
Engels
|
Verenigd Koninkrijk
|
en_GB
|
Engels
|
Verenigd Koninkrijk Euro
|
en_GB_EURO
|
Engels
|
Verenigde Staten
|
en_US
|
Engels
|
Amerikaanse Maagdeneilanden
|
en_VI
|
Estisch
|
Estland
|
et_EE
|
Fins
|
Finland
|
fi_FI
|
Frans
|
België
|
fr_BE
|
Frans
|
Canada
|
fr_CA
|
Frans
|
Frankrijk
|
fr_FR
|
Frans
|
Luxemburg
|
fr_LU
|
Frans
|
Zwitserland
|
fr_CH
|
Duits
|
Oostenrijk
|
de_AT
|
Duits
|
Duitsland
|
de_DE
|
Duits
|
Luxemburg
|
de_LU
|
Duits
|
Zwitserland
|
de_CH
|
Grieks
|
Griekenland
|
el_GR
|
Hebreeuws
|
Israël
|
he_IL
|
Hongaars
|
Hongarije
|
hu_HU
|
Bahasa Indonesia
|
Indonesië
|
id_ID
|
Italiaans
|
Italië
|
it_IT
|
Italiaans
|
Zwitserland
|
it_CH
|
Japans
|
Japan
|
ja_JP
|
Kazachs
|
Kazachstan
|
kk_KZ
|
Khmer
|
Cambodja
|
km_KH
|
Koreaans
|
Korea
|
ko_KR
|
Koreaans
|
Koreaans Hanja
|
ko_KR_HANI
|
Lao
|
Laos
|
lo_LA
|
Lets
|
Letland
|
lv_LV
|
Litouws
|
Litouwen
|
lt_LT
|
Maleis
|
Maleisië
|
ms_MY
|
Noors - Bokmål
|
Noorwegen
|
nb_NO
|
Noors - Nynorsk
|
Noorwegen
|
nn_NO
|
Perzisch
|
Iran
|
fa_IR
|
Pools
|
Polen
|
pl_PL
|
Portugees
|
Brazilië
|
pt_BR
|
Portugees
|
Portugal
|
pt_PT
|
Roemeens
|
Roemenië
|
ro_RO
|
Russisch
|
Rusland
|
ru_RU
|
Servisch-Cyrillisch
|
Servië en Montenegro
|
sr_Cyrl_CS
|
Servisch-Latijn
|
Servië en Montenegro
|
sr_Latn_CS
|
Slovaaks
|
Slowakije
|
sk_SK
|
Sloveens
|
Slovenië
|
sl_SI
|
Spaans
|
Argentinië
|
es_AR
|
Spaans
|
Bolivia
|
es_BO
|
Spaans
|
Chili
|
es_CL
|
Spaans
|
Colombia
|
es_CO
|
Spaans
|
Costa Rica
|
es_CR
|
Spaans
|
Dominicaanse Republiek
|
es_DO
|
Spaans
|
Ecuador
|
es_EC
|
Spaans
|
El Salvador
|
es_SV
|
Spaans
|
Guatemala
|
es_GT
|
Spaans
|
Honduras
|
es_HN
|
Spaans
|
Mexico
|
es_MX
|
Spaans
|
Nicaragua
|
es_NI
|
Spaans
|
Panama
|
es_PA
|
Spaans
|
Paraguay
|
es_PY
|
Spaans
|
Peru
|
es_PE
|
Spaans
|
Puerto Rico
|
es_PR
|
Spaans
|
Spanje
|
es_ES
|
Spaans
|
Verenigde Staten
|
es_US
|
Spaans
|
Uruguay
|
es_UY
|
Spaans
|
Venezuela
|
es_VE
|
Zweeds
|
Zweden
|
sv_SE
|
Tagalog
|
Filipijnen
|
tl_PH
|
Thai
|
Thailand
|
th_TH
|
Thai
|
Traditioneel Thais
|
th_TH_TH
|
Turks
|
Turkije
|
tr_TR
|
Oekraïens
|
Oekraïne
|
uk_UA
|
Vietnamees
|
Vietnam
|
vi_VN
|
Gewoonlijk zijn beide elementen van de landinstelling belangrijk. De dagen van de week en de maanden hebben bijvoorbeeld in het Engels van Canada en Groot-Brittannië dezelfde notatie, maar dit geldt niet voor datums. Daarom volstaat het opgeven van een willekeurige landinstelling voor de Engelse taal niet. Ook alleen het land opgeven als landinstelling is niet voldoende. Canada bijvoorbeeld, kent verschillende datumnotaties voor Engels en Frans. Zie Een landinstelling (taal en land of regio) voor een object opgeven voor meer informatie over de taalinstellingen in Designer.
In het algemeen werken toepassingen in elke omgeving waarin een landinstelling aanwezig is. Deze landinstelling is dan de landinstelling van de omgeving. In sommige gevallen kan een toepassing op een systeem of binnen een omgeving functioneren waar een landinstelling ontbreekt. In deze zeldzame gevallen wordt de landinstelling van de omgeving standaard ingesteld op het Engels van de Verenigde Staten (en_US). Deze landinstelling is dan de standaardlandinstelling.
EpocheDatumwaarden en tijdwaarden hebben een bepaalde oorsprong of epoche. Dit is een moment in de tijd waarop dingen beginnen. Elke datumwaarde en tijdwaarde die vóór de epoche ligt, is ongeldig.
De waarde-eenheid die voor datumfuncties wordt gehanteerd, is het aantal dagen dat is verstreken na de epoche. De waarde-eenheid voor tijdfuncties is het aantal milliseconden dat is verstreken na de epoche.
Designer definieert dag 1 van de epoche voor alle datumfuncties als 1 januari 1900. Milliseconde 1 van de epoche voor alle tijdfuncties is middernacht, 00:00:00 GMT (Greenwich Mean Time). Dit betekent dat er negatieve tijdwaarden kunnen worden geretourneerd aan gebruikers in tijdzones ten oosten van GMT.
DatumnotatiesEen datumnotatie geeft verkort weer hoe een datum op het scherm verschijnt. De aanduiding bestaat uit letters en symbolen, die aangeven hoe een datum moet worden opgegeven. In de volgende tabel ziet u voorbeelden van datumnotaties.
Datumnotatie
|
Voorbeeld
|
MM/DD/YY
|
11/11/78
|
DD/MM/YY
|
25/07/85
|
MMMM DD, YYYY
|
maart 10, 1964
|
Datumnotaties worden vastgelegd in een ISO-norm. Elk land of elke regio geeft de eigen datumnotatie op. Dit zijn de vier algemene categorieën datumnotaties: kort, middellang, lang en volledig. De volgende tabel bevat voor elk van deze categorieën een voorbeeld van een datumnotatie voor een bepaalde landinstelling.
ISO-code landinstelling en beschrijving
|
Datumnotatie (categorie)
|
Voorbeeld
|
en_GB
Engels (Verenigd Koninkrijk)
|
DD/MM/YY (Kort)
|
08/12/92
08/04/05
|
fr_CA
Frans (Canada)
|
YY-MM-DD (Middellang)
|
92-08-18
|
de_DE
Duits (Duitsland)
|
D. MMMM YYYY (Lang)
|
17. Juni 1989
|
fr_FR
Frans (Frankrijk)
|
EEEE, ' le ' D MMMM YYYY (Volledig)
|
Lundi, le 29 Octobre, 1990
|
TijdnotatiesEen tijdnotatie geeft verkort weer hoe een tijd op het scherm verschijnt De aanduiding bestaat uit letters, leestekens en symbolen in bepaalde patronen. De volgende tabel bevat voorbeelden van tijdnotaties.
Tijdnotatie
|
Voorbeeld
|
h:MM A
|
7:15 PM
|
HH:MM:SS
|
21:35:26
|
HH:MM:SS 'uur' A Z
|
14:20:10 uur PM EDT
|
Tijdnotaties zijn vastgelegd in een ISO-norm. Elk land geeft de eigen tijdnotatie op voor de vijf algemene categorieën: standaard, kort, middellang, lang en volledig. De landinstelling zorgt ervoor dat de juiste tijdnotatie wordt gebruikt.
De volgende tabel bevat voor elk van deze categorieën een voorbeeld van een datumnotatie voor een bepaalde landinstelling.
ISO-code landinstelling en beschrijving
|
Tijdnotatie (categorie)
|
Voorbeeld
|
en_GB
Engels (Verenigd Koninkrijk)
|
HH:MM (Kort)
|
14:13
|
fr_CA
Frans (Canada)
|
HH:MM:SS (Middellang)
|
12:15:50
|
de_DE
Duits (Duitsland)
|
HH:MM:SS z (Lang)
|
14:13:13 -0400
|
fr_FR
Frans (Frankrijk)
|
HH ' h ' MM Z (Volledig)
|
14 h 13 GMT-04:00
|
Datum- en tijdpatronenAls u datum- en tijdpatronen voor datum-/tijdvelden maakt, moet u de volgende symbolen gebruiken. Bepaalde datumsymbolen worden alleen gebruikt bij Chinese, Japanse en Koreaanse landinstellingen. Deze symbolen zijn ook hieronder opgegeven. Zie Voorbeelden van datum-/tijdpatronen voor meer informatie.
Opmerking: De komma (,), het koppelteken (-), de dubbele punt (:), de schuine streep of slash (/), de punt (.) en de spatie ( ) worden gebruikt als letterlijke tekens en u kunt deze tekens op elke positie in een patroon opgeven. Als u een tekstfragment in een patroon wilt opgeven, moet u voor en na de tekenreeks enkelvoudige aanhalingstekens (') opgeven. 'Het bedrag moet uiterlijk worden betaald op' DD-MM-JJ kan bijvoorbeeld worden ingesteld als het weergavepatroon.
Datumsymbool
|
Beschrijving
|
Opgemaakte waarde waarbij de door de landinstelling bepaalde invoerwaarde 1/1/08 (1 januari 2008) is
|
D
|
Dag van de maand met 1 of 2 cijfers (1-31)
|
1
|
DD
|
Dag van de maand met 2 cijfers en een voorloopnul (01-31)
|
01
|
J
|
Dag van het jaar met 1, 2 of 3 cijfers (1-366)
|
1
|
JJJ
|
Dag van het jaar met 3 cijfers en voorloopnullen (001-366)
|
001
|
M
|
Maand van het jaar met 1 of 2 cijfers (1-12)
|
1
|
MM
|
Maand van het jaar met 2 cijfers en een voorloopnul (01-12)
|
01
|
MMM
|
Verkorte naam van de maand
|
Jan
|
MMMM
|
Volledige naam van de maand
|
Januari
|
E
|
Dag van de week met 1 cijfer (1-7), waarbij (1=zondag)
|
3 (1 januari 2008 valt namelijk op een dinsdag)
|
EEE
|
Verkorte naam van de weekdag
|
Din (1 januari 2008 valt namelijk op een dinsdag)
|
EEEE
|
Volledige naam van de weekdag
|
Dinsdag (1 januari 2008 valt namelijk op een dinsdag)
|
YY
|
Jaar met twee cijfers, waarbij getallen lager dan 30 na het jaar 2000 vallen en de getallen 30 en hoger vóór het jaar 2000 vallen, bijvoorbeeld: 00=2000, 29=2029, 30=1930 en 99=1999.
|
08
|
YYYY
|
Jaar met vier cijfers
|
2008
|
G
|
Tijdrekening (BC of AD)
|
AD
|
w
|
Week van de maand met 1 cijfer (0-5), waarbij week 1 de eerste reeks is van vier opeenvolgende dagen die eindigen op een zaterdag
|
1
|
WW
|
Week van het jaar met 2 cijfers (01-53) volgens ISO-8601, waarbij week 1 de week is waarin 4 januari valt
|
01
|
Er zijn enkele aanvullende datumpatronen beschikbaar voor het opgeven van gegevenspatronen bij Chinese, Japanse en Koreaanse landinstellingen.
De Japanse tijdrekening kan worden weergegeven met verschillende symbolen. De laatste vier symbolen voor tijdrekening zijn alternatieve symbolen waarmee de Japanse tijdrekening kan worden weergegeven.
CJK-datumsymbolen
|
Beschrijving
|
DDD
|
De numerieke waarde van de dag van de maand, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.
|
DDDD
|
De uitgebreide numerieke waarde van de dag van de maand, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.
|
YYY
|
De numerieke waarde van het jaar, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.
|
YYYYY
|
De uitgebreide numerieke waarde van het jaar, weergegeven met de tekens die bij de landinstelling horen.
|
g
|
De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk, Heisei, wordt met dit patroon de ASCII-letter H (U+48) weergegeven
|
gg
|
De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk wordt met dit patroon het Japanse karakter weergegeven dat wordt vertegenwoordigd door het Unicode-symbool (U+5E73)
|
ggg
|
De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk worden met dit patroon de Japanse karakters weergegeven die worden vertegenwoordigd door de Unicode-symbolen (U+5E73 U+6210)
|
g
|
De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk wordt met dit patroon de letter H met volledige breedte weergegeven (U+FF28)
|
g g
|
De alternatieve naam van een landinstelling voor een tijdperk. Voor het huidige Japanse tijdperk wordt met dit patroon het Japanse karakter weergegeven dat wordt vertegenwoordigd door het Unicode-symbool (U+337B)
|
Tijdsymbool
|
Beschrijving
|
Invoerwaarde afhankelijk van landinstelling
|
Opgemaakte waarde
|
h
|
Uur van de halve dag met 1 of 2 cijfers (1-12) (a.m./p.m.)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
12 of 2
|
hh
|
Uur van de halve dag met 2 cijfers en een voorloopnul (01-12) (a.m./p.m.)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
12 of 02
|
k
|
Uur van de halve dag met 0 of 2 cijfers (1-11) (a.m./p.m.)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
0 of 2
|
kk
|
Uur van de halve dag met 2 cijfers (00-11) (a.m./p.m.)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
00 of 02
|
H
|
Uur van de dag met 1 of 2 cijfers (0-23)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
0 of 14
|
HH
|
Uur van de dag met 2 cijfers en een voorloopnul (00-23)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
00 of 14
|
K
|
Uur van de dag met 1 of 2 cijfers (1-24)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
24 of 14
|
KK
|
Uur van de dag met 2 cijfers en een voorloopnul (01-24)
|
12:08 a.m. of 2:08 p.m.
|
24 of 14
|
M
|
Minuut van het uur met 1 of 2 cijfers (0-59)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.
|
2:08 p.m.
|
8
|
MM
|
Minuut van het uur met 2 cijfers en een voorloopnul (00-59)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.
|
2:08 p.m.
|
08
|
S
|
Seconde van de minuut met 1 of 2 cijfers (0-59)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een symbool voor uren en minuten.
|
2:08:09 p.m.
|
9
|
SS
|
Seconde van de minuut met 2 cijfers en een voorloopnul (00-59)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een symbool voor uren en minuten.
|
2:08:09 p.m.
|
09
|
FFF
|
Duizendste van de seconde met 3 cijfers (000-999)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een symbool voor uren, minuten en seconden.
|
2:08:09 p.m.
|
09
|
A
|
Het dagdeel van middernacht tot twaalf uur 's middags (a.m.) of van twaalf uur 's middags tot middernacht (p.m.)
|
2:08:09 p.m.
|
p.m.
|
z
|
Notatie met tijdzone volgens de ISO-8601-norm (bijvoorbeeld: Z, +0500, -0030, -01, +0100)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.
|
2:08:09 p.m.
|
-0400
|
zz
|
Alternatieve notatie met tijdzone volgens de ISO-8601-norm (bijvoorbeeld: Z, +05:00, -00:30, -01, +01:00)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.
|
2:08:09 p.m.
|
-04:00
|
Z
|
Verkorte naam van de tijdzone (bijvoorbeeld: GMT, GMT+05:00, GMT-00:30, EST, PDT)
Opmerking: U moet dit symbool gebruiken met een uursymbool.
|
2:08:09 p.m.
|
EDT
|
Gereserveerde symbolenDe volgende symbolen hebben een speciale betekenis en kunnen dus niet als letterlijke tekens worden gebruikt.
Symbool
|
Beschrijving
|
?
|
Dit symbool kan voor elk willekeurig teken worden gebruikt. Wanneer dit symbool voor weergave wordt samengevoegd, verandert het in een spatie.
|
*
|
Dit symbool komt het overeen met 0 of vaste spaties in Unicode. Wanneer dit symbool voor weergave wordt samengevoegd, verandert het in een spatie.
|
+
|
Dit symbool komt overeen met één of meer vaste spaties in Unicode. Wanneer dit symbool voor weergave wordt samengevoegd, verandert het in een spatie.
|
Complexe veldpatronenNaast de eenvoudige patronen die u voor datum-/tijdvelden, numerieke velden en tekstvelden kunt opgeven, kunt u ook een landspecifiek patroon definiëren of variabele patronen verwerken.
Landinstellingspecifieke patronenAls u op een patroon een specifieke landinstelling wilt toepassen, ongeacht de landinstelling die reeds aan een object is toegekend, kunt u een landspecifiek patroon definiëren. De syntaxis van een landspecifiek patroon is als volgt:
category_name(locale_name){pattern}
waarbij
category_name kan date, time, num of text zijn.
naam_landinstelling wordt gevormd door een taal- en/of land- of regiocode, zoals gedefinieerd in de norm RFC 1766 (Codes voor de identificatie van talen, 1995).
patroon is het eenvoudige patroon voor de verwerking van waarden.
Als u er bijvoorbeeld voor wilt zorgen dat een datum-/tijdveld wordt omgezet in een datum in de notatie van de Franse taal volgens de landcode van Frankrijk, geeft u het patroon als volgt op:
date(fr_FR){DD MMMM, YYYY}
Variabele patronenAls de door de gebruiker ingevoerde gegevens of gebonden gegevens beschikbaar zijn in meer dan één notatie (telefoonnummers kunnen bijvoorbeeld met of zonder een netnummer van twee of drie cijfers worden geschreven), kunt u een patroon definiëren waarin rekening wordt gehouden met deze verschillen. Met de volgende syntaxis kunt u een aantal aanvaardbare patronen opgeven:
category_name{pattern}|category_name{pattern}|category_name{pattern}
waarbij alle patronen van elkaar worden gescheiden door een verticaal streepje (|). U kunt een onbeperkt aantal patronen opgeven. Met de volgende notatie kunt u bijvoorbeeld twee verschillende tekstpatronen verwerken:
text{999*9999}|text{999*999*9999}
Een standaardfont voor waarden in nieuwe formulieren instellenSelecteer Opties in het menu Opties.
Klik op Standaardfonts.
Selecteer onder Standaardwaarde van bijschriftfonts voor nieuwe formulieren, de opties Font, Grootte en Stijl, afhankelijk van hetgeen gewenst is.
Een standaardfont voor waarden in bestaande formulieren instellenKlik op Bestand > Formuliereigenschappen.
Klik op Standaardfonts.
Selecteer onder Standaardwaarde van bijschriftfonts, de opties Font, Grootte en Stijl, afhankelijk van hetgeen gewenst is.
|
|
|