Dynamische eigenschappen zijn eigenschappen van formulierobjecten waaraan waarden uit een gegevensbron worden toegewezen en die tijdens het gebruik van het formulier worden bijgewerkt. Een vervolgkeuzelijst kan worden gevuld met landen die in een gegevensbron zijn opgeslagen.
De volgende eigenschappen van formulierobjecten zijn dynamisch en kunnen aan waarden van een gegevensbron worden gebonden:
Lijstitems in een vervolgkeuzelijst of keuzelijst
Een bijschrift
Een bericht voor een validatiepatroon
Een bericht voor een validatiescript
Knopinfo
Schermlezertekst
Met dynamische eigenschappen kunt u formulierobjecteigenschappen buiten het formulierontwerp wijzigen en voor invulling gebruikmaken van een gegevensbron. Dit is handig voor het beheer van formulieren op een server of voor onderhoudsdoeleinden.
Bovendien kan een en dezelfde gegevensbron gegevens leveren voor verschillende formulierontwerpen. U kunt bijvoorbeeld een lange lijst van landen in één gegevensbestand opslaan en deze landen in vele formulieren gebruiken. U kunt een scala aan gegevensbronnen gebruiken: van eenvoudige XML-bestanden tot complexe databases.
Opmerking: Als een dynamisch ingevoegde tekst, zoals een bijschrift of knopinfo, een hyperlink of puntleader kan bevatten, selecteert u Acrobat en Acrobat Reader 9.0 of hoger als doelversie voor het formulier.
In Designer worden actieve labels gebruikt om aan te geven welke eigenschappen van formulierobjecten dynamisch kunnen zijn. Als u actieve labels wilt in- of uitschakelen, klikt u op Opties > Opties > Gegevensbinding en schakelt u de optie Dynamische eigenschappen weergeven in of uit. Hier ziet u bijvoorbeeld het actieve label voor het bijschrift van een vervolgkeuzelijst voor en nadat het bijschrift dynamisch werd gebonden aan een gegevensbron.

Voor

Na
In het palet Gegevens wordt met dit pictogram
aangegeven dat het knooppunt dynamisch is gebonden aan een object.
Opmerking: Als een knooppunt zowel aan een dynamische eigenschap als aan een veld is gebonden, wordt het standaardpictogram

weergegeven.
Als u eigenschappen van een formulierobject dynamisch wilt vullen vanuit een gegevensbron, moet u de eigenschappen van het formulierobject eerst aan het gegevensbestand binden en verwijzen naar een gegevensbestand dat gegevens bevat die moeten worden gebruikt om de eigenschappen van het formulierobject te vullen.
Opmerking: U kunt de eigenschappen van het formulierobject handmatig aan het gegevensbestand binden als u de verwachte gegevensbestandsstructuur kent. Als u zo te werk gaat, hebt u geen gegevensverbinding nodig.
In de volgende tabel worden formulierobjecten en de actieve labels van deze objecten weergegeven.
Actieve labels/Object
|
Lijstitems
|
Itemwaarden opgeven
|
Bijschrift
|
Bericht van validatiepatroon
|
Bericht van validatiescript
|
Knopinfo
|
Aangepaste schermlezertekst
|
Streepjescodes
|
|
|
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Knop
|
|
|
J
|
|
|
J
|
J
|
Selectievakje
|
|
|
J
|
|
J
|
J
|
J
|
Datum-/tijdveld
|
|
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Decimaal veld
|
|
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Handtekeningveld
|
|
|
J
|
|
|
J
|
J
|
Vervolgkeuzelijst
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Knop Verzenden via e-mail
|
|
|
J
|
|
|
J
|
J
|
Knop HTTP verzenden
|
|
|
J
|
|
|
J
|
J
|
Afbeelding
|
|
|
|
|
|
J
|
J
|
Afbeeldingsveld
|
|
|
J
|
|
|
J
|
J
|
Keuzelijst
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Numeriek veld
|
|
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Wachtwoordveld
|
|
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|
Knop Afdrukken
|
|
|
J
|
|
|
J
|
J
|
Keuzerondje
|
|
|
|
|
J
|
J
|
J
|
Tekst
|
|
|
|
|
|
J
|
J
|
Tekstveld
|
|
|
J
|
J
|
J
|
J
|
J
|