Werken met koptekst- en voettekstrijen in tabellen

Een rij wijzigen in een koptekst-, tekst- of voettekstrij

Als u een tabel hebt ingevoegd, kunt u het type van een rij wijzigen. U kunt bijvoorbeeld een tekstrij wijzigen in een voettekstrij om een tabel te maken binnen een tabel. U kunt ook een tekstrij wijzigen in een voettekstrij om samenvattingen weer te geven in de laatste rij die u wilt weergeven op elke pagina in het formulier.

  1. Selecteer een rij. Zie Een tabel, rij, kolom, cel of sectie selecteren.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Rij en selecteer een item in de lijst Type.

Einden in tabellen, koptekst-, tekst- en voettekstrijen en secties regelen met voorwaardelijke instructies

Designer biedt de mogelijkheid aangepaste voorwaardelijke einden te maken voor tabelobjecten, maar ook voor koptekst-, tekst- en voettekstrijen en secties. In plaats van paginering van deze objecten als reactie op gegevensoverloop kunt u met voorwaardelijke einden handmatig bepalen hoe deze objecten worden afgebroken op een formulier. U doet dit op basis van een reeks controles, die voorwaardelijke instructies worden genoemd.

Via voorwaardelijke instructies kunt u gegevens verifiëren voor een veld in een tabel, een koptekst-, tekst- of voettekstrij of een sectie aan de hand van eerdere exemplaren van dat veld. Vervolgens kan de tabel, de koptekst-, tekst- of voettekstrij of de sectie worden afgebroken als reactie op een wijziging in de gegevens die aan het veld worden geleverd.

Op bijvoorbeeld een telefoonrekening zou u een tabelobject kunnen afbreken als reactie op wijzigingen in het veld waarin de datum van elk factuuritem wordt opgeslagen. Vervolgens kan de telefoonrekening visueel worden gesplitst op datum, waardoor de rekening eenvoudiger te lezen is voor de klant.

Behalve een voorwaarde voor afbreking kunt u ook een voorafgaand of volgend subformulier opgeven en aangeven waar het volgende exemplaar van het herhalende subformulier op het formulier moet worden geplaatst.

Voordat u deze taak uitvoert, controleert u of de tabel zich in een subformulier bevindt dat is ingesteld op Overlopen.

  1. Selecteer een tabel, een koptekst-, tekst- of voettekstrij of een sectie. Zie Een tabel, rij, kolom, cel of sectie selecteren.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Paginering.

  3. Klik op de knop Bewerken en klik vervolgens op de knop Toevoegen  om een nieuw lijstitem voor voorwaardelijke einden in te voegen.

  4. Selecteer een scripttaal in de lijst Taal. De voorwaarde-instructie voor het voorwaardelijke einde wordt gemaakt in de scripttaal die u selecteert.

  5. Kies in de lijst Uitvoeren op de plaats waar het voorwaardelijke einde moet worden uitgevoerd.

  6. Klik op Voorbeeldexpressie invoegen  en selecteer het formulierontwerpobject in de tabel, de koptekst-, tekst- of voettekstrij of de sectie die u wilt gebruiken als het vergelijkingsveld voor het voorwaardelijke einde. U kunt ook uw eigen voorwaardelijke instructie invoeren in het veld. Door de gebruiker gedefinieerde voorwaardelijke instructies moeten echter wel het resultaat waar of onwaar opleveren om correct te worden geëvalueerd als een voorwaardelijk einde.

  7. Selecteer Voor of Na om aan te geven waar de tabel, de koptekst-, tekst- of voettekstrij of de sectie moet worden afgebroken. Als u Voor kiest, wordt in het formulier meteen vóór het huidige exemplaar van de tabel, de koptekst-, tekst- of voettekstrij of de sectie een einde geplaatst, als u Na kiest, wordt het einde er meteen na geplaatst.

  8. Kies in het veld Aan waar u de overige exemplaren van de tabel, koptekstrij, tekstrij, voettekstrij of sectie wilt plaatsen.

  9. Kies in de lijsten Trailer en Leader de subformulieren die moeten worden gebruikt voor het huidige voorwaardelijke einde, indien van toepassing.

  10. Herhaal stap 2 tot en met 9 voor elk voorwaardelijk einde dat u voor het geselecteerde object wilt opnemen en klik op OK wanneer u alle gewenste vermeldingen aan de lijst hebt toegevoegd.

    Als u alle gewenste vermeldingen van voorwaardelijke einden hebt gemaakt, moet u de volgorde controleren waarin deze verschijnen in het dialoogvenster Voorwaardelijke einden bewerken. In Designer worden de voorwaardelijke einden die zijn opgegeven in dit dialoogvenster op volgorde van boven naar beneden verwerkt. Elk voorwaardelijk einde waarvoor de voorwaardelijke instructie het resultaat waar oplevert, wordt uitgevoerd.

    Gebruik de knoppen Omhoog  en Omlaag om afzonderlijke, in de lijst vermelde voorwaardelijke einden in de gewenste volgorde te plaatsen.