Eigenschappen voor tekstrijen op het tabblad Binding

Als u een tekstrij selecteert, wordt op het tabblad Binding in het palet Object een aantal opties voor gegevensbinding weergegeven. Opties die niet rechtstreeks samenhangen met het maken van een gegevensverbinding, gelden zowel voor gegevens die zijn gebonden aan een gegevensbron als voor gegevens die zijn opgeslagen naar een bestand, wanneer het object niet is gebonden aan een gegevensbron.

Naam

Hier geeft u de naam van de rij op. Tekstrijen hebben standaard geen naam. Als bestaande rijen in het formulier dezelfde naam hebben, geeft het nummer naast de naam het exemplaar voor de huidige rij aan. Zie Objecten een naam of een andere naam geven.

Gegevensbinding

Hiermee stelt u de standaardmethode voor de gegevensbinding in:

Naam gebruiken
De opties voor het samenvoegen en opslaan van gegevens worden ingeschakeld. De gegevenswaarden worden samengevoegd en opgeslagen volgens de Adobe-regels voor het samenvoegen van gegevens.

Globale gegevens gebruiken
Eén gegevenswaarde wordt gekoppeld aan alle objecten met dezelfde naam (zie Een globaal veld definiëren).

Nieuwe gegevensverbinding
De wizard Nieuwe gegevensverbinding wordt gestart. Zie Verbinding maken met een XML-gegevensbestand of Verbinding maken met een OLE-database als u een verbinding wilt definiëren met de wizard.

Geen gegevensbinding
De gegevensbinding wordt uitgeschakeld. Aangezien er met dit object geen samengevoegde gegevens worden vastgelegd of weergegeven, wordt de informatie die aan dit object is gekoppeld niet als uitvoer weggeschreven wanneer de formuliergegevens worden opgeslagen of verzonden.

Import-/exportbindingen

Hiermee geeft u een import-/exportbinding voor een WSDL-gegevensverbinding op. Zie Verbinding maken met een WSDL-bestand.

Rij herhalen voor elk gegevensitem, Min. aantal, Max en Eerste telling

Met deze opties schakelt u herhaling van de rij in of uit. Zie De rijen in een tabel zo instellen dat deze zich aanpassen aan de gegevens.