|
De complexiteit van een formulier heeft een groot effect op de tijd die nodig is om het document weer te geven of opnieuw weer te geven in Adobe Reader. U kunt de complexiteit op verschillende manieren meten maar een belangrijke factor is het aantal zichtbare formulierobjecten. Zelfs een complex formulierontwerp met een groot aantal objecten, subformulieren en pagina's kan goed presteren als een beperkt deel van de complexiteit tegelijkertijd zichtbaar is. Het formulier presteert goed omdat de objecten waarvoor de aanwezigheid is ingesteld op verborgen, worden genegeerd en er geen tijd wordt besteed aan het plaatsen en renderen van deze objecten.
Houd bij het maken van formulieren met een stroombare indeling rekening met de volgende punten:
AlgemeenReduceer de algehele complexiteit van het formulierontwerp:
Gebruik veldbijschriften in plaats van statische tekstobjecten.
Verwijder bijschriften bij een veld als deze niet vereist zijn.
Geef randen op in plaats van lijnen te tekenen.
Geef een subformuliermarge op in plaats van objecten te gebruiken om ruimte toe te voegen tussen subformulieren.
Verwijder dubbele objecten, scripts of elementen die u kunt vervangen door fragmenten, scriptobjecten en globale velden.
Gebruik expliciete of impliciete pagina-einden:
Met impliciete paginering worden de basispagina's geïnstantieerd in de volgorde waarin ze worden weergegeven in de hiërarchie, op basis van hun minimum- en maximumaantal voorvallen.
Expliciete pagina-einden zijn toegestaan en vaak vereist in complexe formulieren, maar ze zijn niet altijd nodig om complexe formulieren te maken.
Begin met de indeling en voeg vervolgens dynamisch gedrag en scripts toe.
Gebruik zo mogelijk een vaste indeling, bijvoorbeeld wanneer een container van een subformulier één onderliggend subformulier heeft.
Gebruik zo veel mogelijk objecten met een vaste grootte.
Maak het inhoudsgebied zo groot dat er voldoende ruimte op de pagina is voor andere objecten die u niet wilt laten overlappen (bijvoorbeeld een paginanummer, titel of logo). Watermerken zijn bedoeld om te overlappen met andere inhoud.
Voor een indeling met kolommen hebt u de keuze uit meerdere inhoudsgebieden en tabellen. Gebruik inhoudsgebieden als u inhoud wilt laten stromen van kolom naar kolom. Gebruik een tabel als u de inhoud van kolommen naast elkaar wilt uitlijnen. Maak de tabel zonder koptekst- en voettekstrij.
SubformulierenPlaats stroombare subformulieren niet in een geplaatst subformulier. Dit kan tot problemen leiden met pagina-einden, overlappende objecten en herhalende subformulieren.
Als een subformulier objecten bevat die worden samengevoegd met variabele gegevenshoeveelheden, moet u controleren of deze objecten niet zo groot worden dat ze het gebied van een ander object bedekken. Het is mogelijk dat uitbreidbare objecten, zoals tekstvelden, boven op andere objecten worden gerenderd. Stel het subformulier in op Stroominhoud en Passend vergroten.
Zorg dat wanneer u een subformulier maakt, dit dezelfde breedte heeft als het inhoudsgebied. Pas de grootte van het subformulier aan voordat u er objecten in plaatst. Zo voorkomt u dat u onderliggende subformulieren opnieuw moet plaatsen als u de grootte van het subformulier later wijzigt.
Stel subformulieren voor overloop bovenaan en onderaan altijd in op Positie-inhoud en schakel de optie Pagina-einden toestaan uit. Anders kan het gerenderde formulier fouten bevatten, zoals dubbele kopteksten of overlappende velden.
Geef een subformulier voor overloop bovenaan en onderaan op voor subformulieren die op meerdere pagina's worden gerenderd.
U kunt de grootte van een subformulier snel aanpassen zodat alle onderliggende subformulieren erin passen, door de optie Automatisch passend maken te selecteren en deze optie vervolgens uit te schakelen.
Het is een goede gewoonte om naamloze subformulieren een unieke naam te geven. Door subformulieren een naam te geven, maakt u het schrijven van scripts eenvoudiger en kunt u objecten sneller vinden in de hiërarchie. Een naamloos subformulier wordt genegeerd bij het samenvoegen van gegevens. Als u hetzelfde resultaat wilt bereiken met een benoemd subformulier, stelt u het bindingstype in op Geen.
Opmerking: Als u een groot interactief PDF-formulier maakt zonder structuur, kan de eindgebruiker worden geconfronteerd met trage prestaties bij het gebruik van de Tab-toets tussen velden. Dit probleem wordt voorkomen als u het formulier zonder tags opslaat. Uw formulier is dan niet toegankelijk. Maar als het formulier toegankelijk moet zijn, moet u het opslaan als gecodeerde PDF. U kunt dit probleem oplossen door delen van het formulier in naamloze subformulieren te plaatsen. Hiermee voegt u de vereiste structuur toe aan het formulier.
U kunt meerdere inhoudsgebieden hebben op een basispagina. De inhoudsgebieden worden gevuld met inhoud in de volgorde waarin ze worden weergegeven in de hiërarchische weergave, onafhankelijk van hun positie op de pagina.
Als u een compatibel formulier maakt, kunt u de documenten vergelijken in Acrobat. Selecteer Documenten vergelijken in het menu Geavanceerd van Acrobat.
Het instellen van marges voor een subformulier kan onverwachte resultaten hebben. De meeste subformulieren hebben geplaatste inhoud en daarom een vaste hoogte. Door het instellen van marges verschuift de inhoud van het subformulier waardoor de objecten eronder kunnen overlappen.
Als u de inhoud van een subformulier exact wilt onderbrengen, zonder de optie Passend vergroten, past u het formaat van het subformulier aan met de eigenschappen in het palet Indeling. In de voorbeeldformulieren die bij Designer zijn meegeleverd, zijn beide methoden gebruikt.
ScriptsPlaats bij het schrijven van scripts geen code in de gebeurtenis initialize van objecten op de basispagina. In eerdere versies van Adobe Reader werd de gebeurtenis initialize voor objecten op basispagina's vaker uitgevoerd dan nodig. Deze onnodige uitvoering van het script is van invloed op de prestaties van het formulier. Gebruik zo mogelijk een andere gebeurtenis, bijvoorbeeld de gebeurtenis calculate.
GegevensbindingAls u een gegevensverbinding hebt, bindt u objecten aan de gegevensverbinding of stelt u het bindingstype in op Geen. U kunt ook relatieve bindingsverwijzingen gebruiken. Gebruik geen terugkerende gegevens die niet zijn gebonden aan terugkerende subformulieren. Het is het beste om velden te binden aan een gegevenselement en subformulieren aan een gegevensgroep. Gegevensgroepen en subformulieren kunnen worden herhaald.
Het bindingstype van een subformulier is standaard ingesteld op Naam gebruiken. Wanneer u werkt met een schema, is het beter om het standaardbindingstype in te stellen op Geen gegevensbinding. Kies Opties > Opties > Gegevensbinding om de standaardgegevensbinding in te stellen.
Stel de gegevensbinding in op Geen gegevensbinding voor objecten die u niet naar de gegevens wilt exporteren. Stel het bindingstype van subformulieren zonder velden in op Geen gegevensbinding. Een subformulier als overloop bovenaan of onderaan heeft bijvoorbeeld meestal geen velden. Stel het bindingstype in op Geen gegevensbinding zodat het subformulier bij het samenvoegen wordt genegeerd. Door de overloop bovenaan of onderaan uit te sluiten van het samenvoegen, kunnen de prestaties verbeteren.
|
|
|