In een formulierontwerp met een vaste indeling gebruikt u gewoonlijk slechts één subformulier (het standaardsubformulier op de pagina), dat in Designer standaard wordt ingesteld op positie-inhoud. Wanneer Designer de inhoud in een subformulier positioneert, worden geen van de objecten op het subformulier van hun verankerde posities verplaatst, ongeacht de kenmerken van de gegevens en de hoeveelheid gegevens.
Als u echter wilt dat secties van het formulier worden uitgebreid om ruimte te maken voor gegevens, gebruikt u doorgaans meerdere subformulieren: het standaardsubformulier op de pagina, die u instelt op stroominhoud, samen met aanvullende subformulieren die u kunt instellen op herhalen voor elk gegevensitem, passend vergroten of beide. Wanneer u de instelling van een subformulier wijzigt in Stroominhoud, worden de objecten op het subformulier, waaronder eventuele andere subformulieren, verschoven om plaats te maken voor de gegevens die worden samengevoegd met de herhaalde en dynamische subformulieren.
Designer biedt u ook de mogelijkheid om de objecten in het formulier te binden aan de gegevenselementen in een gegevensbestand. Ook kunt u de tekstveld- en subformulierobjecten in het formulier configureren voor weergave, herhaling of uitbreiding, afhankelijk van de hoeveelheid gegevens en de eigenschappen van de gegevens die met de objecten worden samengevoegd. Aangezien de objecten in het formulier aan de brongegevens zijn gebonden, wordt de indeling van het formulier bepaald door de hoeveelheid gegevens.
Wanneer u een formulierontwerp maakt met secties die worden vergroot of verkleind om zich aan te passen aan de gegevens, is het van belang dat u weet welke subformulieren slechts eenmaal in het formulier voorkomen, zoals een adresblok, en welke subformulieren worden herhaald in overeenstemming met de hoeveelheid gegevens, zoals een detailregel. Voor de subformulieren die worden herhaald, neemt u slechts één exemplaar van het subformulier en van zijn onderdelen op in het formulierontwerp. Daardoor ziet het formulier in de ontwerpfase er anders uit dan het formulier dat de gebruikers zien wanneer het formulier is gegenereerd.
In het volgende voorbeeld van de niet-interactieve inkooporder wordt het formulierontwerp weergegeven voordat het is samengevoegd met gegevens, evenals het resulterende formulier dat de gebruiker te zien krijgt als het formulierontwerp is samengevoegd met gegevens. Merk op hoe de detailregel (detailsubformulier) viermaal wordt herhaald voor de afzonderlijke onderdelen (beschikbare gegevens).