Aangepaste eigenschappen voor de gegevensbinding definiëren voor een subformulier

Met de opties voor gegevensbinding kunt u een formulier ontwerpen waarmee u gegevens kunt vastleggen ten behoeve van de infrastructuur van de organisatie en/of een externe gegevensbron kunt gebruiken om een formulier tijdens runtime voor te bewerken. U kunt de eigenschappen voor de gegevensbinding instellen op het tabblad Binding in het palet Object.

Met subformulieren zelf worden geen gegevens vastgelegd of weergegeven. Dat gebeurt met de objecten in een subformulier. De bindingsinstellingen van een subformulier kunnen direct invloed hebben op de manier waarop geneste objecten worden gekoppeld aan gegevens.

U kunt een subformulier binden aan een groep van gegevens en u kunt de objecten in het subformulier koppelen aan de gegevenswaarden in deze groep van gegevens. De standaardinstelling is dat de bindingsinstellingen van de objecten in een subformulier samenhangen met de binding van het subformulier.

  1. Selecteer het subformulier.

  2. Zorg ervoor dat het formulier verbinding met de gegevensbron kan maken wanneer het formulier wordt geopend.

  3. Geef de binding op tussen het subformulier en zijn objecten enerzijds en de overeenkomstige gegevensknooppunten anderzijds. Zie Velden aan een gegevensbron binden voor informatie over hoe objecten aan een gegevensbron kunnen worden gebonden.