U kunt elke sneltoets, inclusief de standaardsneltoetsen, voor elke opdracht verwijderen.
U kunt bijvoorbeeld sneltoetsen die u niet meer gebruikt verwijderen of een sneltoets verwijderen en vervangen door een andere die u liever gebruikt.
Als u een standaardsneltoets voor een opdracht verwijdert, wordt in de lijst Opdracht een sterretje (*) voor de naam van de opdracht weergegeven om aan te geven dat de sneltoets voor de opdracht is gewijzigd.
Opmerking: Wanneer u een sneltoets voor een opdracht verwijdert, wijzigt u de sneltoetsenset (de standaardset of een aangepaste set) waartoe de opdracht behoort. Er wordt nu in Designer een ander exemplaar van de sneltoetsenset aan de lijst Set toegevoegd, waarbij de tekst (Gewijzigd) achter de setnaam wordt geplaatst om aan te geven dat de set is gewijzigd. Als u de wijzigingen wilt opslaan, moet u de bijbehorende sneltoetsenset opslaan.
Als u de wijzigingen in een sneltoetsenset niet opslaat, blijven de wijzigingen in Designer bewaard totdat u een andere set selecteert in de lijst Set. Wanneer u een andere sneltoetsenset selecteert, wordt u in Designer gevraagd of u de wijzigingen wilt opslaan die u in de standaardset of de aangepaste set hebt aangebracht.
Selecteer Opties > Sneltoetsen.
Selecteer in de lijst Set de set die de sneltoets bevat die u wilt verwijderen.
Selecteer (Alle opdrachten) in de lijst Productgebied of selecteer het menu dat de gewenste opdracht bevat.
Selecteer de gewenste opdracht in de lijst Opdrachten. Bestaande sneltoetsen worden weergegeven in de lijst Huidige sneltoetsen.
Selecteer in de lijst Huidige sneltoetsen de sneltoets die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.
(Optioneel) Als u de naam van de sneltoetsenset wilt wijzigen, klikt u op Opslaan als en typt u een andere naam voor de set.
Klik op OK.