|
U kunt een gegevensstructuur die is vastgelegd in andere Document Services-producten, gebruiken om uw formulierontwerp te maken. De modelleertechnologie van Adobe biedt niet alleen met UML vergelijkbare functies, maar deze ondersteunt ook geavanceerde functionaliteit zoals afgeleide eigenschappen, varianten, voorwaarden, filters en stijlen. U kunt een verbinding met een Adobe-gegevensmodel maken door een FML-bestand te selecteren.
Door de verbinding met een gegevensmodel kunt u elementen en kenmerken op basis van het model binden aan velden in het formulier. U kunt met behulp van de gegevensstructuur ook gebonden velden en subformulieren maken. U kunt vervolgens het formulier naar de server sturen om het samen te voegen met de gegevens die zijn gebaseerd op het model.
Opmerking: Formulieren die zijn verbonden met een Adobe-gegevensmodel, worden opgeslagen in de indeling XDP. Een voorbeeld wordt weergegeven als statische PDF. Als u een formulier verbindt met een Adobe-gegevensmodel, worden alle interactieve functies van het formulier uitgeschakeld.
Voer een van de volgende taken uit:
Selecteer Bestand > Nieuwe gegevensverbinding.
Selecteer een object op de pagina. Klik in het palet Object op het tabblad Binding en selecteer in de vervolgkeuzelijst Gegevensbinding de optie Nieuwe gegevensverbinding.
Typ in het vak Naam nieuwe verbinding een naam voor de verbinding.
Deze naam moet uit één woord bestaan en mag maximaal 127 tekens bevatten. Het eerste teken van de naam moet een letter of een onderstrepingsteken (_) zijn. Voor de overige tekens kunt u letters, cijfers, het koppelteken (-), het onderstrepingsteken of punten (.) gebruiken.
Kies Adobe-gegevensmodel en klik op Volgende.
Klik op Bladeren en zoek en selecteer het gewenste FML-bestand.
Klik op Voltooien. Het gegevensschema wordt weergegeven in het palet Gegevens.
|
|
|