Eigenschappen voor tekstvelden op het tabblad Veld

Als u een tekstveld selecteert, worden op het tabblad Veld in het palet Object verschillende opties weergegeven voor de opmaak van velden.

Type

Hiermee stelt u het type object in. Objecten zijn de bouwstenen van elk formulier.

Bijschrift

Hiermee stelt u een bijschrift voor het object in.

Opmerking: Bijschrift is een dynamische eigenschap. Dynamische eigenschappen worden aangegeven met groen onderstreepte actieve labels waarop u kunt klikken om de eigenschap dynamisch te binden aan een gegevensbron. Met de opdracht Dynamische eigenschappen weergeven in het menu van het palet Object kunt u actieve labels in- of uitschakelen. Zie Een bijschrift dynamisch vullen.

Weergave

Hiermee stelt u de randstijl in voor het opvulgebied van het veld:

Geen
Hiermee wordt geen rand rondom het veld weergegeven.

Onderstreept
Hiermee wordt het veld onderstreept.

Ononderbroken vak
Hiermee wordt een ononderbroken rand rondom het veld weergegeven.

Verzonken vak
Hiermee wordt schaduw rondom het veld weergegeven zodat het veld een driedimensionaal uiterlijk krijgt.

Aangepast
Hiermee opent u het dialoogvenster Aangepaste weergave. Kies deze optie als u het uiterlijk van het opvulgebied zelf wilt bepalen.

Meerdere regels toestaan

Hiermee schakelt u het gebruik van meerdere regels in of uit.

Lengte begrenzen en Max. tekens

Hiermee stelt u de veldlengte in op basis van het maximale aantal tekens dat u opgeeft.

Lengte beperken tot zichtbaar gebied

Hiermee stelt u het maximale aantal tekens in dat in het veld is toegestaan op basis van de horizontale lengte van het tekstveld.

Pagina-einden binnen inhoud toestaan

Hiermee worden pagina-einden binnen de inhoud van een tekstveldobject toegestaan.

Houden bij: Volgende

Hiermee wordt een tekstveldobject bij het volgende object in het document gehouden wanneer een pagina-einde wordt ingevoegd.

Combinatie van tekens

Hiermee schakelt u de combinatie-indeling in.

Veldindeling

Hiermee schakelt u de opmaak als normale tekst of als tekst met tekstopmaak van de veldwaarde in het formulier in:

Alleen platte tekst
Hiermee schakelt u normale tekst in.

RTF
Hiermee schakelt u tekstopmaak in.

Patronen

Hiermee stelt u het patroon in voor het weergeven van opgemaakte waarden in een formulier, voor de syntaxis van de invoer van gebruikers, voor het valideren van de invoer van gebruikers en voor het opslaan en ophalen van gebonden gegevens of voor het opslaan van gegevens als het formulier niet is gebonden aan een gegevensbron. Zie Patronen, dialoogvenster.

Aanwezigheid

Hiermee bepaalt u of een object in een PDF-formulier wordt weergegeven als gebruikers het formulier bekijken in Acrobat of Adobe Reader of het formulier afdrukken:

Zichtbaar
Het object is op het scherm zichtbaar, in het afgedrukte formulier zichtbaar en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling. Zichtbaar is de standaardinstelling voor alle objecten.

Zichtbaar (alleen scherm)
Het object is op het scherm zichtbaar, in het afgedrukte formulier niet zichtbaar als wordt afgedrukt in Acrobat of Adobe Reader, en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling.

Zichtbaar (alleen afdrukken)
Het object is op het scherm niet zichtbaar, in het afgedrukte formulier zichtbaar (indien afgedrukt in Acrobat, Adobe Reader of direct van de server) en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling.

Onzichtbaar
Het object is op het scherm niet zichtbaar, in het afgedrukte formulier niet zichtbaar en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling.

Verborgen (uitsluiten van indeling)
Het object is op het scherm niet zichtbaar, in het afgedrukte formulier niet zichtbaar en neemt geen ruimte in beslag in de formulierindeling.

Enkelzijdig afdrukken
Het object wordt alleen afgedrukt als enkelzijdig wordt afgedrukt.

Alleen dubbelzijdig afdrukken
Het object wordt afgedrukt als dubbelzijdig wordt afgedrukt. Dit is handig als u bij dubbelzijdig afdrukken het paginanummer in een andere hoek van de pagina wilt plaatsen dan bij enkelzijdig afdrukken.

Landinstelling

De gegevens worden weergegeven conform de opgegeven landinstelling voor taal en land of regio. U kunt een specifieke taal en een specifiek land in de lijst selecteren of een van de volgende opties kiezen:

Standaardlandinstelling
Hiermee wordt de standaardlandinstelling gebruikt die is opgegeven op het tabblad Standaardwaarden van het dialoogvenster Formuliereigenschappen.

Landinstelling van de computer
Hiermee wordt de landinstelling gebruikt die is ingesteld op de computer van de gebruiker.
Opmerking: De lijst Landinstelling is gesorteerd op taal en vervolgens op land of regio.