Dynamische eigenschappen, dialoogvenster
|
In dit dialoogvenster kunt u eigenschappen van formulierobjecten dynamisch aan waarden uit een gegevensbron binden. Dit biedt u de mogelijkheid om eigenschappen van formulierobjecten, zoals lijstitems voor een vervolgkeuzelijst of keuzelijst, dynamisch te vullen met waarden uit een gegevensbron.
Als u dit dialoogvenster wilt weergeven, moet u er eerst voor zorgen dat er actieve labels zijn ingeschakeld. Vervolgens selecteert u de eigenschap van het formulierobject waaraan dynamische gegevensbinding is toegewezen en klikt u op een van de volgende actieve labels:
Lijstitems en Itemwaarden opgeven voor een vervolgkeuzelijst of keuzelijst
Bijschrift
Bericht van validatiepatroon
Bericht van validatiescript
Knopinfo
Aangepaste schermlezertekst
- Gegevensverbinding
- Hier kunt u de gegevensverbinding opgeven die u wilt gebruiken voor de dynamische gegevensbinding. Als u nog niet met een gegevensbron bent verbonden, is Standaardgegevensbinding de enige optie die u in de lijst Gegevensverbinding kunt selecteren.
Net als voor een normale binding kunt u een of meer WSDL-verbindingsbindingen opgeven.
- Items
- Hier kunt u de set knooppunten opgeven die moet worden gebruikt om de lijst voor vervolgkeuzelijsten of keuzelijsten met items te vullen.
U kunt <Geen> selecteren om de binding voor de geselecteerde eigenschap te wissen. U kunt in het vak ook een tekenreeks typen in plaats van er een te selecteren.
Deze optie is beschikbaar wanneer u klikt op het actieve label voor Lijstitems en Itemwaarden voor vervolgkeuzelijsten of keuzelijsten. Voor OLEDB-gegevensverbindingen is het vak Items niet beschikbaar. Gebruik de vakken Itemtekst en Itemwaarde om die databasekolommen te selecteren die moeten worden gebruikt om de lijst te vullen.
- Itemtekst
- Hier kunt u het gebruikersvriendelijke label opgeven dat tijdens het gebruik van het formulier moet worden weergegeven. De bindingen die u kiest, zijn de onderliggende elementen van de set knooppunten die in het vak Items is geselecteerd.
U kunt <Geen> selecteren om de binding voor de geselecteerde eigenschap te wissen. U kunt in het vak ook een tekenreeks typen in plaats van er een te selecteren.
Deze optie is beschikbaar wanneer u klikt op het actieve label voor Lijstitems en Itemwaarden voor vervolgkeuzelijsten of keuzelijsten.
- Itemwaarde
- Hier kunt u de gegevenswaarde opgeven die naar de gegevensbron moet worden verzonden. De bindingen die u kiest, zijn de onderliggende elementen van de set knooppunten die in het vak Items is geselecteerd. Het invullen van dit vak is optioneel. Als u het vak leeg laat, wordt de itemtekst naar de gegevensbron verzonden.
U kunt <Geen> selecteren om de binding voor de geselecteerde eigenschap te wissen. U kunt in het vak ook een tekenreeks typen in plaats van er een te selecteren.
Deze optie is beschikbaar wanneer u klikt op het actieve label voor Lijstitems en Itemwaarden voor vervolgkeuzelijsten of keuzelijsten.
- Binding
- Hier kunt u de binding voor de geselecteerde eigenschap instellen. De bindingen die u kiest, zijn de bindingen die beschikbaar zijn voor de gegevensverbinding die u hebt geselecteerd.
U kunt <Geen> selecteren om de binding voor de geselecteerde eigenschap te wissen. U kunt in het vak ook een tekenreeks typen in plaats van er een te selecteren.
Deze optie is beschikbaar wanneer u klikt op het actieve label voor Bijschrift, Bericht van validatiepatroon, Bericht van validatiescript, Knopinfo en Aangepaste schermlezertekst.
|
|
|
|
|