SQL-ondersteuning in lokale databases

Adobe AIR bevat een SQL-database-engine met ondersteuning voor lokale SQL-databases met vele standaard SQL-functies, die gebruikmaakt van het open-source SQLite-databasesysteem. De runtime geeft niet aan hoe of waar de databasegegevens worden opgeslagen in het bestandssysteem. Elke database bestaat uit één bestand. Een ontwikkelaar kan de locatie in het bestandssysteem opgeven, waar het databasebestand wordt opgeslagen. Eén AIR-toepassing kan één of meerdere afzonderlijke databases (dat wil zeggen afzonderlijke databasebestanden) openen. Dit document schetst de SQL-syntaxis en ondersteuning van gegevenstypen voor lokale SQL-databases van Adobe AIR. Dit document is niet bedoeld als uitgebreid SQL-naslagwerk. In plaats daarvan beschrijft het specifieke details van het SQL-dialect dat Adobe AIR ondersteunt. De runtime ondersteunt het grootste deel van het standaard SQL-dialect SQL-92. Vanwege de vele verwijzingen, websites, boeken en trainingsmaterialen voor het leren van SQL is dit document niet bedoeld als uitgebreid naslagwerk of zelfstudie voor SQL. In plaats daarvan richt dit document zich met name op de door Apollo AIR ondersteunde SQL-syntaxis en de verschillen tussen SQL-92 en het ondersteunde SQL-dialect.

Conventies voor SQL-instructiedefinities

Binnen instructiedefinities in dit document worden de volgende conventies gebruikt:
  • Hoofdletters/kleine letters van tekst

    • UPPER CASE - letterlijke SQL-trefwoorden worden geheel in hoofdletters geschreven.

    • lower case - tijdelijke aanduidingstermen of namen van componenten worden geheel in kleine letters geschreven.

  • Lettertekens in definities
    • Met ::= wordt een definitie van een component of instructie aangegeven.

  • Groepering en wisseltekens
    • De verticale streep (|) wordt gebruikt tussen alternatieve opties en kan worden gelezen als 'of'.

    • Items tussen vierkante haakjes [] zijn optioneel; de haakjes kunnen één item of een reeks alternatieve items bevatten.

    • Haakjes () om een reeks alternatieven (een reeks items die zijn gescheiden met de verticale streep |), geeft een vereiste groep items aan. Dit is een reeks items die de mogelijke waarden voor één vereist item zijn.

  • Kwantoren
    • Een plusteken (+) volgend op een item tussen haakjes geeft aan dat het voorafgaande item 1 of meer keren kan voorkomen.

    • Een sterretje (*) volgend op een item tussen vierkante haakjes geeft aan dat het voorafgaande (tussen vierkante haakjes geplaatste) item 0 of meer keren kan voorkomen.

  • Letterlijke tekens

    • Een sterretje (*) dat wordt gebruikt in een kolomnaam of tussen de haakjes die volgen op een functienaam, staat voor het sterretje als letterlijk teken, in plaats van de hoeveelheidsbepaler '0 of meer'.

    • . Een punt (.) geeft de punt als letterlijk teken weer.

    • Een komma (,) geeft de komma als letterlijk teken weer

    • Een paar haakjes () om één component of item geeft aan dat de haakjes vereiste haakjes als letterlijke tekens zijn.

    • Andere lettertekens staan voor de letterlijke tekens, tenzij anders aangegeven.