|
Met het execute-object wordt de afhandelingslocatie van een gebeurtenis bestuurd.
Eigenschappen
Naam
|
Beschrijving
|
Type
|
Toegang
|
connection
|
Hiermee wordt de naam opgegeven van de bijbehorende verbinding in de verbindingset.
|
Tekenreeks
|
Lezen/Schrijven
|
executeType
|
Met deze eigenschap wordt bepaald of nieuwe gegevens in het bestaande formulier moeten worden geïmporteerd of dat de nieuwe gegevens met het oorspronkelijke formulierontwerp moeten worden samengevoegd zodat een nieuw formulier wordt gemaakt.
|
Tekenreeks
|
Lezen/Schrijven
|
runAt
|
Met deze eigenschap geeft u aan welke toepassing het script kan uitvoeren.
|
Tekenreeks
|
Lezen/Schrijven
|
use
|
Hiermee wordt een prototype aangeroepen.
|
Tekenreeks
|
Lezen/Schrijven
|
usehref
|
Hiermee wordt een extern prototype aangeroepen.
|
Tekenreeks
|
Lezen/Schrijven
|
|
|
|