activity

Geeft de naam op van de gebeurtenis.

Met de bijbehorende eigenschap ref moet een object worden opgegeven waarmee de benoemde gebeurtenis kan worden gegenereerd.

Syntaxis

Reference_Syntax.activity = "change | click | docClose | docReady | enter | exit | full | initialize | mouseDown | mouseEnter | mouseExit | mouseUp | postExecute | postPrint | postSave | preExecute | prePrint | preSave | preSubmit | ready | validationState"

Waarden

Type

Waarde

Tekenreeks

change

Wordt uitgevoerd wanneer de gebruiker een handeling uitvoert zoals tekst plakken. Hier zijn nog enkele voorbeelden van actie die gebeurtenis change kunnen starten.

  • bij elke toetsaanslag

  • wanneer tekst wordt geplakt

  • wanneer een nieuwe keuze wordt geselecteerd

  • wanneer een selectievakje wordt ingeschakeld

  • wanneer een item wordt geselecteerd

 

click (standaardwaarde)

Vindt plaats wanneer de gebruiker in het veld klikt. De meeste systemen definiëren een klik als het indrukken en loslaten van de muisknop zonder dat de muisaanwijzer meer dan een hele kleine drempelwaarde wordt verplaatst.

 

docClose 

Deze gebeurtenis vindt plaats aan het einde van het verwerkingsproces van een formulier wanneer alle validaties voor het formulier zonder fouten zijn voltooid. Deze gebeurtenis doet zich voor op het moment dat het document niet meer kan worden gewijzigd. Het doel hiervan is om het mogelijk te maken een afsluitstatus of een voltooiingsbericht te genereren.

 

docReady 

Deze gebeurtenis vindt plaats voordat het document wordt weergegeven, maar na de gegevensbinding.

 

enter 

Voor een veld vindt deze gebeurtenis plaats wanneer het veld de toetsenbordfocus krijgt. Voor een subformulier of een uitsluitingsgroep vindt deze gebeurtenis plaats wanneer een veld binnen het formulier of de uitsluitingsgroep de toetsenbordfocus krijgt, met andere woorden: wanneer de toetsenbordfocus van buiten het object naar binnen het object wordt verplaatst.

 

enter 

Voor een veld vindt deze gebeurtenis plaats wanneer het veld de toetsenbordfocus krijgt. Voor een subformulier of een uitsluitingsgroep vindt deze gebeurtenis plaats wanneer een veld binnen het formulier of de uitsluitingsgroep de toetsenbordfocus krijgt, met andere woorden: wanneer de toetsenbordfocus van buiten het object naar binnen het object wordt verplaatst.

 

exit 

Voor een veld vindt deze gebeurtenis plaats wanneer het veld de toetsenbordfocus verliest. Voor een subformulier of een uitsluitingsgroep vindt deze gebeurtenis plaats wanneer alle velden binnen het subformulier of de uitsluitingsgroep de toetsenbordfocus verliest, met andere woorden: wanneer de toetsenbordfocus van binnen het object naar buiten het object wordt verplaatst.

 

full 

Wordt gestart wanneer een gebruiker probeert meer gegevens in een veld te typen dan is toegestaan.

 

initialize 

Wordt uitgevoerd nadat de gegevensbinding is voltooid. Voor elke versie van het subformulier in het formuliermodel wordt een afzonderlijke gebeurtenis gegenereerd.

 

mouseDown 

Vindt plaats wanneer de gebruiker in het veld op de muisknop drukt, maar voordat de muisknop wordt losgelaten.

 

mouseEnter 

Vindt plaats wanneer de gebruiker de aanwijzer over the veld sleept zonder noodzakelijkerwijs op de knop te drukken.

 

mouseExit 

Vindt plaats wanneer de gebruiker de aanwijzer uit the veld sleept zonder noodzakelijkerwijs op de knop te drukken.

 

mouseUp 

Vindt plaats wanneer de gebruiker de muisknop in het veld loslaat.

 

postExecute 

Vindt plaats wanneer gegevens via WSDL naar een webservice worden verzonden, net nadat het antwoord op het verzoek is ontvangen en de ontvangen gegevens naar een connectionData-object onder $datasets zijn geleid. Een script dat door deze gebeurtenis wordt geactiveerd, heeft de gelegenheid de ontvangen gegevens te beoordelen en te verwerken. Na de uitvoering van deze gebeurtenis worden de ontvangen gegevens verwijderd.

 

postPrint 

Vindt plaats direct nadat het weergegeven formulier naar de printer, spooler of uitvoerbestemming is verstuurd.

 

postSave 

Vindt plaats net nadat het formulier is weggeschreven in PDF- of XDP-indeling. Deze gebeurtenis vindt niet plaats wanneer het gegevensmodel of een andere deelverzameling van het formulier naar een XDP-bestand wordt geëxporteerd.

 

preExecute 

Vindt plaats wanneer een verzoek via WSDL naar een webservice wordt verzonden. Een script dat door deze gebeurtenis wordt geactiveerd, heeft de gelegenheid de gegevens te beoordelen en te wijzigen voordat het verzoek wordt verzonden. Als het script is gemarkeerd om alleen op de server te worden uitgevoerd, worden de gegevens naar de server verzonden met een indicatie dat het bijbehorende script moet worden uitgevoerd voordat de rest van de verwerking wordt uitgevoerd.

 

preSave 

Vindt plaats net voordat de formuliergegevens zijn weggeschreven in PDF- of XDP-indeling. Deze gebeurtenis vindt niet plaats wanneer het gegevensmodel of een andere deelverzameling van het formulier naar een XDP-bestand wordt geëxporteerd. XSLT-nabewerking vindt indien ingeschakeld na deze gebeurtenis plaats.

 

preSubmit 

Vindt plaats wanneer gegevens naar de host worden verzonden met het HTTP-protocol. Een script dat door deze gebeurtenis wordt geactiveerd, kan de gegevens beoordelen en wijzigen voordat ze worden verzonden. Als het script is gemarkeerd om op de server te worden uitgevoerd, worden de gegevens naar de server verzonden met een indicatie dat het bijbehorende script moet worden uitgevoerd voordat de rest van de verwerking wordt uitgevoerd.

 

ready 

Vindt plaats wanneer het model klaar is met laden.

 

validationState

Wordt uitgevoerd wanneer de validatiestatus van een veld, subformulier of uitsluitingsgroep verandert. Een verandering van validatiestatus betekent dat de status verandert van een geldige in een ongeldige status, of dat de ongeldige status door de test wordt gewijzigd.

De gebeurtenis wordt gebruikt om het uiterlijk van velden te wijzigen als ze geldig of ongeldig worden.

De eigenschap event.target wordt gevuld met het containerobject waarvan de validatiestatus is gewijzigd.

De eigenschap event.name wordt gevuld met de naam van de activiteit (validationState).

Wanneer een veld, uitsluitingsgroep of subformulier wordt geïnitialiseerd, wordt de gebeurtenis validationState direct na de gebeurtenis initialize voor dat object uitgevoerd.

De gebeurtenis moet alleen opnieuw worden uitgevoerd als de validatiestatus verandert. De formulierlogica moet echter zo robuust zijn dat de gebeurtenis ook nogmaals kan worden uitgevoerd zonder dat de validatiestatus is veranderd.

De gebeurtenis validationState wordt alleen gestart nadat de validatiestatus is gecontroleerd voor alle objecten die deel uitmaken van de validatiebewerking.

U kunt bepalen of het doel van de gebeurtenis geldig is door te testen of de eigenschap $event.target.errorText een waarde heeft.

Van toepassing op

Model

Object

Formuliermodel

event

Versie

XFA 2.1

Voorbeelden

JavaScript

TextField1.event.activity = "mouseEnter";

FormCalc

TextField1.event.activity = "mouseEnter"