Een subformulier is een sectie in het formulierontwerp dat beheer van ankers, indeling en geometrie van objecten verschaft. U kunt de objecten in een subformulier schikken in rijen, kolommen of elke andere vorm van symmetrische indeling.
In een formulierontwerp kan meer dan één subformulier worden gebruikt. Subformulieren kunnen binnen andere subformulieren worden geplaatst. Deze relatie wordt weergegeven in het palet Hiërarchie.
Subformulieren worden gebruikt om een formulier te ordenen in verschillende secties. Ze kunnen ook worden gebruikt om een formulier te maken met secties waarvan de grootte automatisch wordt aangepast aan de gegevens. Als u een subformulier instelt op vergroten, verandert de indeling van het formulier, afhankelijk van de hoeveelheid gegevens die worden samengevoegd wanneer het formulier wordt gegenereerd. Als de gegevens worden samengevoegd, zorgen subformulieren ervoor dat de objecten en hun gegevens op een consistente wijze ten opzichte van elkaar in de indeling worden geplaatst. Subformulieren kunnen worden gebruikt om een overeenkomst te krijgen met de gegevenshiërarchie in XML-gegevens.
Als u een formulier met een vaste indeling ontwerpt, zult u in de meeste gevallen niet meer dan één subformulier gebruiken, omdat met het standaardsubformulier de positie van de objecten automatisch wordt bepaald.
U kunt de eigenschappen van een subformulier wijzigen op de tabbladen Subformulier en Binding van het palet Object. U kunt de volgende eigenschappen opgeven:
Het formulier een betekenisvolle naam geven (aanbevolen).
Het subformulier laten doorlopen over pagina-einden of afdwingen dat het op de volgende pagina wordt weergegeven als de gegevens worden samengevoegd.
Opgeven of het subformulier moet worden geplaatst na het vorige subformulier, in het opgegeven inhoudsgebied of op een pagina die is opgemaakt volgens de opgegeven modelpagina.
Opgeven of het subformulier moet worden geplaatst in hetzelfde inhoudsgebied als het vorige of het volgende subformulier.
De stroomrichting opgeven voor de samengevoegde gegevens nadat het subformulier is geplaatst.
Het subformulier definiëren als zichtbaar, onzichtbaar of verborgen.
Een landinstelling voor het subformulier opgeven.
Opgeven of in het subformulier de objecten moeten worden herhaald telkens wanneer een uniek gegevensitem voor één van de objecten wordt ingevuld.
Zo nodig een overloop bovenaan of onderaan maken voor een subformulier waarmee de weergave van de objecten kan worden herhaald.
Een bindingsmethode opgeven voor de wijze waarop de objecten van het subformulier aan de gegevens moeten worden gekoppeld
Alle formulieren bevatten een bovenliggend subformulier. In het palet Hiërarchie wordt het basissubformulier (form1) weergegeven als het knooppunt op het hoogste niveau en het standaardsubformulier met de pagina (naamloos subformulier) als onderliggend knooppunt van het basissubformulier.
Designer voegt automatisch aan elke pagina een standaardsubformulier toe dat de hele pagina beslaat en qua grootte en positie overeenkomt met het standaardinhoudsgebied op de basispagina. Eventuele subformulieren die u daarna aan de pagina's toevoegt, worden in het standaardsubformulier met de pagina genest en in het palet Hiërarchie daaronder weergegeven.

- A.
- Bovenliggend subformulier
- B.
- Standaardsubformulier
- C.
- Nieuw subformulier
In het palet Hiërarchie wordt elk subformulier weergegeven door een knooppunt en de objecten die zijn ondergebracht in een subformulier worden onder het knooppunt van het subformulier weergegeven. De onderliggende objecten van het subformulier nemen geen wijzigingen over die worden gemaakt op het subformulierniveau. De eigenschappen moeten voor elk object afzonderlijk worden gedefinieerd.

- A.
- Subformulier met gewijzigde naam
- B.
- Objecten in het subformulier
In het voorbeeldformulier Inkooporder wordt het basissubformulier, form1, weergegeven in het hoogste knooppunt en daaronder het standaardsubformulier op de pagina, purchaseOrder, als een onderliggend subformulier van het basissubformulier. De overige subformulieren die worden gebruikt voor objecten op de pagina (header, detailHeader, detail en total), zijn genest onder het subformulier op de pagina. In het palet Hiërarchie wordt elk subformulier weergegeven in de vorm van een knooppunt en de objecten die in een subformulier zijn ondergebracht, worden onder elk knooppunt weergegeven.