Gegevensbindingen en voorwaardelijke instructies voor keuzesecties van tabellen

Nadat u een keuzesectie hebt gemaakt, kunt u gegevensbindingen met of zonder voorwaardelijke instructies maken voor de verschillende rijen binnen de sectie. Door voorwaardelijke instructies te gebruiken, kunt u beter bepalen wanneer rijen binnen de keuzesectie op uw formulier worden weergegeven dan wanneer u alleen een gegevensbinding opgeeft.

Voor elke rij in de lijst Alternatieve subformulieren in het dialoogvenster Subformulieren voor gegevens bewerken kunt u een gegevensknooppunt van de gegevensverbinding opgeven. Als u een voorwaardelijke instructie opgeeft, kunt u een expressie invoeren die tijdens runtime het resultaat waar of onwaar oplevert. Alleen de eerste vermelding in de lijst Alternatieve subformulieren met een voorwaardelijke instructie die het resultaat waar oplevert, verschijnt op het formulier.

Gegevensbindingen en voorwaardelijke instructies maken voor keuzesecties van tabellen

  1. Selecteer een subformuliersetobject.

  2. Klik in het palet Object op het tabblad Sectie en selecteer in de lijst Type de optie Een subformulier uit alternatieven selecteren.

  3. Klik op Alternatieven bewerken.

  4. Kies hoe u de gegevensbinding voor een rij wilt opgeven vanuit de keuzesectie door een van de volgende handelingen te verrichten:

    • Klik op Subformulier kiezen waarvan de naam overeenkomt met het gegevenselement of kenmerk als u gegevensknooppunten aan de hand van de naam wilt binden aan rijen. In dit geval moeten de namen van de gekoppelde gegevensknooppunten overeenkomen met de namen van de rijen in uw formulierontwerp.

    • Klik op Subformulier kiezen met expressie als u rijen uit uw formulierontwerp wilt binden aan gegevensknooppunten van de gegevensverbinding door handmatig een binding op te geven.

  5. Selecteer in de lijst Gegevensverbinding de gegevensbron waaruit u gegevens wilt binden.

  6. Klik op Toevoegen  om een nieuwe rij aan uw tabel toe te voegen of selecteer een bestaand lijstitem. Wanneer u een nieuwe rij toevoegt, voegt u een kopie van de op dat moment geselecteerde rij toe. Als er geen rij is geselecteerd, wordt er een nieuwe rij zonder naam toegevoegd aan de keuzesectie.

  7. Voeg een nieuw subformulier in de gekozen subformulierset in of selecteer een bestaand lijstitem. Wanneer u een nieuw subformulier toevoegt, voegt u een kopie van het op dat moment geselecteerde subformulier toe. Als er geen subformulier is geselecteerd, wordt een nieuw subformulier zonder naam toegevoegd aan de gekozen subformulierset.

  8. Voer in het veld Naam zo nodig een naam in voor een nieuw rijobject. Als u de rij bindt aan de hand van het gegevenselement of de kenmerknaam, moet u controleren of de naam in het veld exact overeenkomt met de naam van het gekoppelde gegevensknooppunt.

    Als u in stap 4 Subformulier kiezen waarvan de naam overeenkomt met het gegevenselement of kenmerk hebt gekozen, kunt u meteen naar stap 12 gaan. Anders gaat u verder met stap 9.

  9. Klik op de pijl rechts van het veld Binding en selecteer een gegevensknooppunt in het menu. Het veld Binding wordt automatisch door Designer gevuld met een scriptverwijzing naar het gegevensknooppunt dat u selecteert U kunt ook zelf een verwijzing naar dat veld in het veld typen.

  10. Selecteer een scripttaal in de lijst Taal.

  11. Voer in het veld Expressie uw script in om de gewenste handelingen of verwerking uit te voeren voor de opgegeven rij en het opgegeven gegevensknooppunt.

  12. Herhaal stap 6 tot en met 10 voor eventuele extra rijen in de keuzesectie en klik op OK.