Objecten selecteren, groeperen en verplaatsen

Objecten selecteren

U kunt op de normale manier een object selecteren met de muis en het toetsenbord:

  • Als u één object wilt selecteren, klikt u op het gereedschap Selectie  op de werkbalk en klikt u op het object.

  • Als u meerdere objecten wilt selecteren, houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op elk object dat u wilt selecteren of sleept u de aanwijzer over de objecten die u wilt selecteren.

  • Als u alle objecten wilt selecteren, kiest u Bewerken > Alles selecteren.

  • Als u alle statische objecten wilt selecteren, kiest u Bewerken > Alle statische objecten selecteren.

  • Als u alle velden wilt selecteren, kiest u Bewerken > Alle velden selecteren.

Objecten selecteren met het palet Hiërarchie

U kunt ook het palet Hiërarchie gebruiken om objecten te selecteren en bewerken.

Als u in het palet Hiërarchie een object selecteert, wordt het object in het formulier ook automatisch geselecteerd. Wanneer u echter objecten in het palet Hiërarchie selecteert, worden alle toetsen die u indrukt (zoals F2 of Shift+klik) naar het palet Hiërarchie gestuurd totdat u het formulier opnieuw hebt geactiveerd.

  • Als u het palet Hiërarchie wilt weergeven, selecteert u Venster > Hiërarchie.

  • Als u één object in het palet Hiërarchie wilt selecteren, klikt u op het object.

  • Als u meerdere aangrenzende objecten in het palet Hiërarchie wilt selecteren, klikt u op het eerste object en houdt u Shift ingedrukt terwijl u op het laatste object klikt.

  • Als u meerdere niet-aangrenzende objecten in het palet Hiërarchie wilt selecteren, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op elk object klikt.

  • Als u een groep objecten in het palet Hiërarchie wilt selecteren, klikt u op het groepsknooppunt.

Opmerking: Als u een item selecteert in het palet Hiërarchie en vervolgens op het tabblad Ontwerpweergave klikt, wordt het geselecteerde object geselecteerd op het formulierontwerp en kunt u het geselecteerde object ook bewerken met het toetsenbord.

Objecten groeperen en de groepering opheffen

U kunt objecten groeperen en degroeperen met het menu Indeling, het palet Hiërarchie of de werkbalk Indeling:

  • Als u objecten wilt groeperen, selecteert u in het formulierontwerp of het palet Hiërarchie de objecten die u wilt groeperen, en kiest u Indeling > Groeperen of klikt u op Groeperen. .

  • Als u de groepering van objecten wilt opheffen, selecteert u in het formulierontwerp of het palet Hiërarchie de groep objecten waarvan u de groepering wilt opheffen, en kiest u Indeling > Groep opheffen of klikt u op Groep opheffen  .

  • Als u een nieuw object aan een groep wilt toevoegen met de muis, sleept u het object in het formulierontwerp naar de groep.

  • Als u een nieuw object aan een groep wilt toevoegen met het palet Hiërarchie, sleept u het object naar een bestaand groepsknooppunt.

Objecten verplaatsen

U kunt objecten verplaatsen door ze te verslepen met de muis, met de pijltoetsen of door exacte waarden in te voeren in het palet Indeling.

Objecten verplaatsen of dupliceren door te plakken

  1. Selecteer een of meer objecten.

  2. Kies Bewerken > Knippen om de selectie te verwijderen of Bewerken > Kopiëren om de selectie te dupliceren.

  3. (Optioneel) Als u een object in een ander bestand wilt plakken, opent u het bestand.

  4. Kies Bewerken > Plakken om het object in het actieve venster te plakken.

Een object verplaatsen door het te verslepen

  1. Selecteer een of meer objecten.

  2. Sleep het object naar een nieuwe locatie.

Een object verplaatsen met de pijltoetsen

  1. Selecteer een of meer objecten.

  2. Druk op de pijltoets voor de richting waarin u het object wilt verplaatsen. De standaardafstand is 1 punt (0,3528 millimeter).

  3. Als u het object 10 punten tegelijk wilt verplaatsen, drukt u op Shift+pijl.

Objecten verplaatsen met behulp van de x- en y-coördinaat in het palet Indeling

  1. Selecteer een of meer objecten.

  2. Voer in het palet Indeling een nieuwe waarde in het van X of Y of beide in.

Objecten stapelen

Na elkaar getekende objecten worden in Designer gestapeld, te beginnen met het eerst getekende object. Hoe objecten worden gestapeld, bepaalt hoe ze worden weergegeven als ze elkaar overlappen. U kunt de stapelvolgorde van objecten in het formulierontwerp op elk gewenst moment wijzigen met de ordeningsopdrachten in het menu Indeling.

  1. Selecteer het object.

  2. Gebruik één van de volgende methoden:

    • Als u het object naar voren wilt verplaatsen, kiest u Indeling > Naar voren of klikt u op Naar voren  .

    • Als u het object op de voorgrond wilt plaatsen, kiest u Indeling > Naar voorgrond of klikt u op Naar voorgrond  .

    • Als u een object naar achteren wilt verplaatsen, kiest u Indeling > Naar achteren of klikt u op Naar achteren  .

    • Als u een object op de achtergrond wilt plaatsen, kiest u Indeling > Naar achtergrond of klikt u op Naar achtergrond  .

Objecten vergrendelen

Objecten die zijn vergrendeld in een formulierobject, kunt u niet meer selecteren, verplaatsen en bewerken in de Indelingseditor.

U kunt de volgende delen van het formulierontwerp vergrendelen:

Tekst
Hiermee wordt tekst in een tekstobject of tekst in de bijschriften van objecten opgenomen. Wanneer u Tekst vergrendelen selecteert, moet u dubbelklikken op de juiste tekst of het juiste bijschrift om de tekst te kunnen bewerken. Hierdoor is het niet zo eenvoudig om de tekst te wijzigen. Als Tekst vergrendelen niet is ingeschakeld, hoeft u alleen te klikken in het bijschrift of tekstobject om de tekst te bewerken. Tekst vergrendelen is vooral handig als u objecten wilt selecteren en verplaatsen, maar geen wijzigingen wilt aanbrengen in de tekst. U kunt één keer op het object klikken om het te selecteren, maar als u wijzigingen wilt aanbrengen, moet u dubbelklikken op het bijschrift of de tekst.

Statische objecten
Hiermee worden tekst, cirkels, lijnen en rechthoeken opgenomen.

Veldobjecten
Hiermee worden knoppen, selectievakjes, datum-/tijdvelden, decimale velden, handtekeningvelden, vervolgkeuzelijsten, afbeeldingenvelden, keuzelijsten, numerieke velden, streepjescodes voor papieren formulieren, wachtwoordvelden, keuzerondjes en tekstvelden opgenomen.

Nadat u statische objecten en veldobjecten hebt vergrendeld, moet u ze ontgrendelen om nieuwe statische objecten en veldobjecten toe te voegen.

De vergrendelingsopdrachten zijn handig wanneer u de opmaak van specifieke objecten in het formulierontwerp hebt voltooid en wilt doorgaan met andere typen objecten. U hebt bijvoorbeeld een formulier met een groot aantal tekstveldobjecten en tekstobjecten met instructies voor het invullen van het formulier. U hebt de indeling en opmaak van alle tekstobjecten voltooid en wilt een ander font toepassen op de tekstveldobjecten. U kunt dit eenvoudig doen door de tekstobjecten te vergrendelen en vervolgens met Bewerken > Alle velden selecteren alle tekstveldobjecten tegelijk te selecteren en het font te wijzigen.

  • Als u tekst wilt vergrendelen, kiest u Bewerken > Tekst vergrendelen. Als u tekst wilt ontgrendelen, kiest u Bewerken > Tekst vergrendelen.

  • Als u statische objecten wilt vergrendelen, kiest u Bewerken > Statische objecten vergrendelen. Als u statische objecten wilt ontgrendelen, kiest u Bewerken > Statische objecten vergrendelen.

  • Als u velden wilt vergrendelen, kiest u Bewerken > Velden vergrendelen. Als u velden wilt ontgrendelen, kiest u Bewerken > Velden vergrendelen.

Objecten bewerken in een formulierontwerp door deze te selecteren in het palet Hiërarchie

Als er meerdere overlappende objecten in een formulierontwerp voorkomen, kunt u in het palet Hiërarchie een object selecteren en bewerken. Dit kan eenvoudiger zijn dan het object direct te selecteren in het formulierontwerp.

  1. Klik in het palet Hiërarchie op het object dat u wilt bewerken. Het object wordt geselecteerd in het palet Hiërarchie en op het formulierontwerp.

  2. Klik op het tabblad Ontwerpweergave.

  3. Bewerk het object op het formulierontwerp met het toetsenbord. Als u een object bijvoorbeeld 2 punten wilt verschuiven, drukt u tweemaal op de pijltoets voor de richting waarin u het object wilt verplaatsen. Het object op het formulierontworp wordt verplaatst in de gewenste richting.