|
U kunt voor twee of meer objecten dezelfde breedte, hoogte of beide opgeven. De afmetingen van het laatste object dat u hebt geselecteerd, bepaalt welke breedte of hoogte wordt gebruikt. Als u bijvoorbeeld de Shift-toets ingedrukt houdt en op verschillende objecten klikt deze even breed te maken, worden de afmetingen van de objecten aangepast totdat deze de breedte hebben van het object dat u het laatst hebt geselecteerd. In een groep van geselecteerde objecten verschijnen alleen op het laatst geselecteerde object gevulde formaatgrepen.
Opmerking: U kunt de grootte van een afbeeldingsveld alleen aanpassen als de optie Grootte wijzigen van het object (op het tabblad Veld van het palet Object) is ingesteld op een andere optie dan Afbeeldingsformaat gebruiken.
Selecteer de objecten die u even groot wilt maken.
Kies Indeling > Even groot maken > [hoogte en/of breedte].
|
|
|