Eigenschappen van Flash-veld op tabblad Veld

Bijschrift
Hiermee stelt u een bijschrift voor het object in.

URL
Hiermee geeft u de URL op van het Flash-bronbestand (SWF) dat in het huidige geselecteerde Flash-veld moet worden weergegeven. Voer de locatie van het bestand in of klik op de knop Bladeren om het bestand te selecteren.

Flash-gegevens insluiten
Hiermee slaat u Flash-gegevens op in een formulier.

Poster
Hiermee geeft u de URL op van het afbeeldingsbestand dat in het huidige geselecteerde Flash-veld moet worden weergegeven wanneer het Flash-bestand (SWF) niet wordt weergegeven.

Ingesloten posterafbeelding
Hiermee slaat u het afbeeldingsbestand op in het formulier.

Eigenschap/Waarde

Activering
Expliciet
Flash-inhoud wordt geactiveerd via een actie van de gebruiker of een script.

Huidige pagina
Flash-inhoud wordt geactiveerd wanneer de pagina waarin het Flash-veld zich bevindt, de huidige pagina is.

Zichtbare pagina
Flash-inhoud wordt geactiveerd wanneer de pagina waarin het Flash-veld zich bevindt, zichtbaar is.

Deactivering
Expliciet
Flash-inhoud wordt gedeactiveerd via een actie van de gebruiker of een script.

Huidige pagina
Flash-inhoud wordt gedeactiveerd wanneer de pagina waarin het Flash-veld zich bevindt niet langer de huidige pagina is.

Onzichtbare pagina
Flash-inhoud wordt gedeactiveerd wanneer de pagina waarin het Flash-veld zich bevindt niet langer zichtbaar is.

Klik in contextmenu doorgeven
Een vlag die aangeeft of een contextklik op de Flash-inhoud moet worden doorgegeven aan de uitgevoerde Flash-speler of dat deze moet worden afgehandeld door de viewertoepassing. Een contextklik wordt gewoonlijk gegenereerd door een klik met de rechtermuisknop, maar kan tevens op andere wijzen worden aangeroepen. Dit omvat mogelijk, maar is niet beperkt tot, een expliciete contextmenutoets op het toetsenbord of een combinatie van een muisklik en een modifier-toets op het toetsenbord.
Ja
Geeft aan dat het contextmenu in de viewertoepassing niet zichtbaar zal zijn en dat het contextmenu en eventueel aanwezige aangepaste items die worden gegenereerd door de runtime van de Flash-speler, worden weergegeven.

Nee
de viewertoepassing handelt de contextklik af.

Flash-inhoud in zwevend venster weergeven
de eigenschappen en waarde-instellingen voor zwevende vensters worden ingeschakeld.

Eigenschap/Waarde

Standaardbreedte
Hiermee stelt u de standaardbreedte van het zwevende venster in.

Max. breedte
Hiermee stelt u de maximale breedte van het zwevende venster in.

Min. breedte
Hiermee stelt u de minimale breedte van het zwevende venster in.

Standaardhoogte
Hiermee stelt u de standaardhoogte van het zwevende venster in.

Max. hoogte
Hiermee stelt u de maximale hoogte van het zwevende venster in.

Min. hoogte
Hiermee stelt u de minimale hoogte van het zwevende venster in.

Horizontaal uitlijnen
Hiermee stelt u de horizontale uitlijning van het Flash-inhoudvenster in. De horizontale uitlijning bepaalt op welke wijze de horizontale verschuiving wordt toegepast. Opties zijn onder meer Dichtbij, Gecentreerd en Ver.

Verticaal uitlijnen
Hiermee stelt u de verticale uitlijning van het Flash-inhoudvenster in. De verticale uitlijning bepaalt op welke wijze de verticale verschuiving wordt toegepast. Opties zijn onder meer Dichtbij, Gecentreerd en Ver.

Horizontale verschuiving
Hiermee stelt u de verschuiving in ten opzichte van het uitlijningspunt dat is ingesteld bij Horizontale verschuiving. Een positieve waarde voor Dichtbij en Gecentreerd leidt tot een verschuiving in de richting Ver. Een positieve waarde voor uitlijningsprocedures van het type Ver leidt tot een verschuiving in de richting Dichtbij.

Verticale verschuiving
Hiermee stelt u de verschuiving in ten opzichte van het uitlijningspunt dat is ingesteld bij Verticale verschuiving. Een positieve waarde voor Dichtbij en Gecentreerd leidt tot een verschuiving in de richting Ver. Een positieve waarde voor uitlijningsprocedures van het type Ver leidt tot een verschuiving in de richting Dichtbij.

Bewerken
Opent het dialoogvenster Extra elementen, zodat u elementen zoals video, geluid, afbeeldingen, tekst, XML- en SWC-bestanden kunt toevoegen, verwijderen en insluiten.

Aanwezigheid

Hiermee bepaalt u of een object in een PDF-formulier wordt weergegeven als gebruikers het formulier bekijken in Acrobat of Adobe Reader of het formulier afdrukken:

Zichtbaar
Het object is op het scherm zichtbaar, in het afgedrukte formulier zichtbaar en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling. Zichtbaar is de standaardinstelling voor alle objecten.

Zichtbaar (alleen scherm)
Het object is op het scherm zichtbaar, in het afgedrukte formulier niet zichtbaar als wordt afgedrukt in Acrobat of Adobe Reader, en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling.

Zichtbaar (alleen afdrukken)
Het object is op het scherm niet zichtbaar, in het afgedrukte formulier zichtbaar (indien afgedrukt in Acrobat, Adobe Reader of direct van de server) en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling.

Onzichtbaar
Het object is op het scherm niet zichtbaar, in het afgedrukte formulier niet zichtbaar en neemt ruimte in beslag in de formulierindeling.

Verborgen (uitsluiten van indeling)
Het object is op het scherm niet zichtbaar, in het afgedrukte formulier niet zichtbaar en neemt geen ruimte in beslag in de formulierindeling.

Enkelzijdig afdrukken
Het object wordt alleen afgedrukt als enkelzijdig wordt afgedrukt.

Alleen dubbelzijdig afdrukken
Het object wordt afgedrukt als dubbelzijdig wordt afgedrukt. Dit is handig als u bij dubbelzijdig afdrukken het paginanummer in een andere hoek van de pagina wilt plaatsen dan bij enkelzijdig afdrukken.
Opmerking: Als u de optie Verborgen (uitsluiten van indeling) selecteert en een script toepast om het Flash-veld zichtbaar te maken en te activeren als een invuller op het veld klikt, moeten invullers twee keer op het veld klikken om beide wijzigingen in te schakelen.

Landinstelling

De gegevens worden weergegeven conform de opgegeven landinstelling voor taal en land of regio. U kunt een specifieke taal en een specifiek land in de lijst selecteren of een van de volgende opties kiezen:

Standaardlandinstelling
Hiermee wordt de standaardlandinstelling gebruikt die is opgegeven op het tabblad Standaardwaarden van het dialoogvenster Formuliereigenschappen.

Landinstelling van de computer
Hiermee wordt de landinstelling gebruikt die is ingesteld op de computer van de gebruiker.

Opmerking: De lijst Landinstelling is gesorteerd op taal en vervolgens op land of regio.