Weergave (dialoogvenster Patronen)

In dit dialoogvenster kunt u het patroon definiëren voor de notatie van opgemaakte waarden (datum, tijd, numerieke en tekstuele gegevens) in een formulier. Het weergavepatroon moet compatibel zijn met de geselecteerde optie in de lijst Gegevensindeling in het deelvenster Gegevens. Als het gegevenstype bijvoorbeeld is ingesteld op Datum, moet het weergavepatroon een datumwaarde aangeven.

Opmerking: Tijdens het ontwerp en het gebruik worden de opgemaakte waarden in het object weergegeven in een indeling die in overeenstemming met de landinstelling is.

Als u dit dialoogvenster wilt weergeven, selecteert u het object waarvoor u een patroon wilt opgeven en klikt u in het palet Object achtereenvolgens op het tabblad Veld, op Patronen en op het tabblad Weergave.

Selecteer type
Hiermee geeft u het weergavepatroon voor gegevens op. De opties voor datum, tijd, datum/tijd en numerieke gegevens zijn afhankelijk van de geselecteerde optie in de lijst Landinstelling. U kunt meerdere weergavepatronen selecteren door de Ctrl- of Shift-toets ingedrukt te houden tijdens het selecteren van de opties.

Opmerking: Voor het weergeven van alle datum-, tijd- en datum-/tijdnotaties in de lijst Selecteer type moet u eerst Datum en tijd selecteren in de lijst Gegevensindeling op het tabblad Binding in het palet Object.
Landinstelling
Hier geeft u de taal en het land of de regio op voor het definiëren van de notatie en interpunctie voor datum, tijd, datum/tijd, numerieke waarden en valuta's in het geselecteerde object. De opties voor Landinstelling zijn gesorteerd op taal en vervolgens op land of regio. De landinstelling die standaard is geselecteerd, komt overeen met de geselecteerde optie in de lijst Standaardlandinstelling formulier in het deelvenster Standaardwaarden van het dialoogvenster Formuliereigenschappen. U kunt een specifieke taal en land of regio in de lijst selecteren of een van de volgende opties kiezen:
Standaardlandinstelling
Hiermee wordt de standaardlandinstelling gebruikt die is opgegeven in het deelvenster Standaardwaarden van het dialoogvenster Formuliereigenschappen.

Landinstelling van de computer
Hiermee wordt de landinstelling gebruikt die is ingesteld op de computer van de gebruiker.

De beschikbare opties in de lijst Selecteer type kunnen variëren afhankelijk van de geselecteerde landinstelling.

Voorbeeld
Hiermee wordt de waarde van het opgemaakte object opgegeven volgens het geselecteerde patroon. Als u geen waarde opgeeft, blijft het vak Voorbeeld leeg of wordt de waarde weergegeven volgende de optie Lege waarden toestaan als een waarde in het patroon is opgenomen.

Patroon
Hiermee wordt het patroon weergegeven dat is gekoppeld aan de geselecteerde optie in de lijst Selecteer type, plus de vakken Lege waarden toestaan en Nul toestaan. In dit vak kunt u ook aangepaste patronen typen. U kunt patronen uit de lijst Selecteer type en aangepaste patronen niet samen gebruiken.

Lege waarden toestaan
Hiermee wordt een symbool voor de waarde null in het patroon ingevoegd. U kunt zo definiëren hoe het object lege waarden verwerkt of het een patroonvoorwaarde of tekst betreft.

Nul toestaan
Hiermee wordt een symbool voor nul in het patroon ingevoegd en gedefinieerd hoe een object een nulwaarde verwerkt.