Gelijkheid en ongelijkheid

Gelijkheids- en ongelijkheidsexpressies retourneren het resultaat van een gelijkheidsvergelijking van de operands.

Expressie

Weergave

Geeft als resultaat

Gelijkheid

== eq

Waar (1) wanneer beide operands als identiek uit de vergelijking komen en Onwaar (0) wanneer dit niet het geval is.

Ongelijkheid

<> ne

Waar (1) wanneer beide operands als niet-identiek uit de vergelijking komen en Onwaar (0) wanneer dit wel het geval is.

De volgende bijzondere regels zijn ook van toepassing wanneer u gelijkheidsoperatoren gebruikt:

  • Als een van de operands null is, wordt er een null-vergelijking uitgevoerd. Null-operands komen als identiek uit de vergelijking wanneer ze beide null zijn en als niet-identiek wanneer een van de operands niet null is.

  • Als beide operands verwijzingen zijn, komen ze als identiek uit de vergelijking wanneer ze beide naar hetzelfde object verwijzen en als niet-identiek wanneer ze naar verschillende objecten verwijzen.

  • Als beide operands een tekenreekswaarde hebben, wordt er een lexicografische tekenreeksvergelijking op basis van de landinstelling uitgevoerd. Zijn de operands niet beide null, dan worden ze geconverteerd naar numerieke waarden en wordt er een numerieke vergelijking uitgevoerd.

Hier volgen voorbeelden van de gelijkheids- en ongelijkheidsexpressies:

Expressie

Geeft als resultaat

3 == 3

1 (waar)

3 <> 4

1 (waar)

"abc" eq "def"

0 (onwaar)

"def" ne "abc"

1 (waar)

5 + 5 == 10

1 (waar)

5 + 5 <> "10"

0 (onwaar)