At

Geeft als resultaat de positie van het eerste teken van een tekenreeks binnen een andere tekenreeks.

Syntaxis

At(s1, s2)

Parameters

Parameter

Beschrijving

s1

De bronreeks

s2

De zoekreeks

Als s2 geen deel is van s1, retourneert de functie 0.

Als s2 leeg is, retourneert de functie 1.

Voorbeelden

De volgende expressies zijn voorbeelden van de functie At:

Expressie

Geeft als resultaat

At("ABCDEFGH", "AB")

1

At("ABCDEFGH", "F")

6

At(23412931298471, 29)

5. De eerste keer dat 29 binnen de bronreeks optreedt.

At(Ltrim(Cust_Info[0]), "555")

De locatie van de tekenreeks 555 binnen het eerste exemplaar van Cust_Info.

Zie ook Ltrim.