Basisbeginselen van afdrukken

Flash Player 9 of hoger, Adobe AIR 1.0 of hoger

In ActionScript 3.0 gebruikt u de klasse PrintJob voor het maken van momentopnamen van weergave-inhoud die vervolgens op papier kunnen worden afgedrukt. In sommige opzichten is het instellen van inhoud voor afdrukken hetzelfde als het instellen hiervan voor weergave op het scherm (u plaatst elementen en wijzigt de grootte van de elementen om de gewenste lay-out te maken). Bij afdrukken zijn er echter een aantal bijzondere eigenschappen waardoor deze anders is dan de schermlay-out. Printers gebruiken bijvoorbeeld een andere resolutie dan computerschermen. De inhoud van een computerscherm is dynamisch en kan worden gewijzigd, terwijl afgedrukte inhoud statisch is. Ook moet u bij het maken van afdrukken rekening houden met de beperkingen van een vaste paginagrootte en de mogelijkheid voor het afdrukken van meerdere pagina’s.

Deze verschillen lijken misschien vanzelfsprekend, maar u moet hier rekening mee houden wanneer u instellingen opgeeft voor het maken van afdrukken via ActionScript. Accuraat afdrukken is afhankelijk van een combinatie van de door u opgegeven waarden en de eigenschappen van de printer van de gebruiker. De klasse PrintJob bevat eigenschappen waarmee u de belangrijkste eigenschappen van de printer van de gebruiker kunt definiëren.

Belangrijke concepten en termen

De volgende referentielijst bevat belangrijke termen met betrekking tot afdrukken:

Spooler
Het gedeelte van het besturingssysteem of software van het printerstuurprogramma dat het aantal pagina’s bijhoudt dat in de wacht staat om te worden afgedrukt en ze naar de printer verzendt wanneer deze beschikbaar is.

Afdrukstand
De rotatie van de afgedrukte inhoud ten opzichte van het papier. Dit is horizontaal (liggend) of verticaal (staand).

Afdruktaak
De pagina of set pagina’s die een enkele afdruk vormen.