- Overzicht van het dialoogvenster Perspectiefpunt
- Werken in Perspectiefpunt
- Informatie over perspectiefvlakken en het raster
- Perspectiefpuntvlakken instellen en aanpassen voor Perspectiefpunt
- Informatie over selecties in Perspectiefpunt
- Selecties vullen met een ander gebied van een afbeelding
- Selecties kopiëren in Perspectiefpunt
Perspectiefpunt vereenvoudigt perspectiefcorrecties in afbeeldingen met perspectiefpuntvlakken, zoals bijvoorbeeld de zijkanten van een gebouw, muren, plafonds, vloeren of een ander rechthoekig object. Met Perspectiefpunt kunt u de vlakken in de afbeelding opgeven en daarop bewerkingen toepassen, zoals tekenen, klonen, kopiëren of plakken en transformeren. Alle bewerkingen hebben betrekking op het perspectief van het vlak waarin u werkt. Als u inhoud in een afbeelding retoucheert, toevoegt of verwijdert, zijn de resultaten realistischer omdat de bewerkingen met de juiste oriëntatie en schaal zijn uitgevoerd voor de perspectiefvlakken. Nadat u alle bewerkingen in Perspectiefpunt hebt voltooid, kunt u de afbeelding blijven bewerken in Photoshop. Sla het document op in de indeling PSD, TIFF of JPEG om de gegevens over de perspectiefvlakken in een afbeelding op te slaan.

Photoshop Extended-gebruikers kunnen bovendien de objecten in een afbeelding meten en 3D-informatie en -metingen exporteren naar de indelingen DXF en 3DS voor gebruik in 3D-toepassingen.
Een video over het gebruik van Perspectiefpunt vindt u op www.adobe.com/go/vid0019_nl.
Overzicht van het dialoogvenster Perspectiefpunt
Het dialoogvenster Perspectiefpunt (Filter > Perspectiefpunt) bevat gereedschappen voor het definiëren van de perspectiefvlakken en het bewerken van de afbeelding, een meetgereedschap (alleen Photoshop Extended) en een voorvertoning van de afbeelding. De gereedschappen voor Perspectiefpunt (onder andere Selectiekader, Stempel en Penseel) werken op dezelfde manier als in de hoofdgereedschapset van Photoshop. U kunt dezelfde sneltoetsen gebruiken om de gereedschapsopties in te stellen. Wanneer u het menu Perspectiefpunt
opent, ziet u aanvullende instellingen voor gereedschappen en opdrachten.

- A.
- Het menu Perspectiefpunt
- B.
- Opties
- C.
- Gereedschapset
- D.
- Voorbeeld van sessie met perspectiefpunt
- E.
- Zoomopties
Gereedschappen voor Perspectiefpunt
De gereedschappen voor Perspectiefpunt werken op dezelfde manier als de gereedschappen in de hoofdgereedschapset van Photoshop. U kunt dezelfde sneltoetsen gebruiken om de gereedschapsopties in te stellen. Als u een gereedschap selecteert, worden de beschikbare opties in het dialoogvenster Perspectiefpunt daaraan aangepast.
- Het gereedschap Vlak bewerken

- Hiermee selecteert, bewerkt, verplaatst en vergroot of verkleint u de vlakken.
- Het gereedschap Vlak maken

- Hiermee bepaalt u de vier hoekknooppunten van een vlak, past u de afmetingen en de vorm van het vlak aan en breekt u een nieuw vlak af.
- Het gereedschap Selectiekader
- Hiermee maakt u vierkante of rechthoekige selecties en verplaatst of maakt u een kloon van selecties.
Als u met het gereedschap Selectiekader dubbelklikt in een vlak, selecteert u het hele vlak. - Het gereedschap Stempel

- Hiermee tekent u met een monster van de afbeelding. In tegenstelling tot het gereedschap Kloonstempel kan het gereedschap Stempel in Perspectiefpunt geen elementen uit een andere afbeelding klonen. Zie ook Tekenen met pixelmonsters in Perspectiefpunt en Retoucheren met het gereedschap Kloonstempel.
- Het gereedschap Penseel

- Hiermee tekent u een geselecteerde kleur in een vlak.
- Het gereedschap Transformatie

- Hiermee schaalt, roteert en verplaatst u een zwevende selectie door de handgrepen van het selectiekader te verplaatsen. Dit gereedschap heeft ongeveer hetzelfde effect als de opdracht Vrije transformatie op een rechthoekige selectie. Zie ook Vrije transformaties.
- Het gereedschap Pipet

- Hiermee selecteert u een kleur om te tekenen wanneer u in de voorvertoning klikt.
- Het gereedschap Meetlat

- Hiermee meet u de afstand en de hoeken van een element in een vlak. Zie ook Meten in Perspectiefpunt (Photoshop Extended).
- Het gereedschap Zoomen

- Hiermee vergroot of verkleint u de weergave van de afbeelding in het voorvertoningsvenster.
- Het gereedschap Handje
- Hiermee verplaatst u de afbeelding in het voorvertoningsvenster.
De voorvertoning vergroten of verkleinen
Ga als volgt te werk:Selecteer het gereedschap Zoomen
in het dialoogvenster Perspectiefpunt en klik of sleep in de voorvertoning om in te zoomen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik of sleep om uit te zoomen. Geef een vergrotingsniveau op in het tekstvak Zoomen onder in het dialoogvenster.
Klik op de knop met het plus- of minteken (respectievelijk + en -) om in of uit te zoomen.
Als u tijdelijk op de voorvertoning wilt inzoomen, houdt u de letter "x" ingedrukt. Dit is met name handig als u de hoekknooppunten wilt plaatsen bij het bepalen van het vlak of bij het bewerken van de details.
Werken in Perspectiefpunt
1. (Optioneel) Bereid uw afbeelding voor, zodat deze bewerkt kan worden in Perspectiefpunt.
Voer een van de volgende handelingen uit voordat u de opdracht Perspectiefpunt kiest:
Plaats de resultaten van de bewerkingen met Perspectiefpunt op een afzonderlijke laag. Maak dus eerst een nieuwe laag voordat u de opdracht Perspectiefpunt kiest. Als u de resultaten van de functie Perspectiefpunt op een afzonderlijke laag plaatst, blijft uw oorspronkelijke afbeelding bewaard en kunt u de besturingselementen voor laagdekking, laagstijlen en overvloeimodi gebruiken.
Als u plant om de inhoud van de afbeelding te klonen over de grenzen van de huidige afbeeldingsgrootte heen, past u de canvasgrootte aan voor de extra inhoud. Zie ook De canvasgrootte wijzigen.
Als u een element van het klembord van Photoshop in Perspectiefpunt wilt gebruiken, kopieert u het element voordat u de opdracht Perspectiefpunt kiest. Het gekopieerde element kan afkomstig zijn uit een ander Photoshop-document. Als u tekst kopieert, dient u de tekstlaag om te zetten in pixels voordat u deze naar het klembord kopieert.
Als u de resultaten van Perspectiefpunt tot bepaalde gedeelten van de afbeelding wilt beperken, maakt u een selectie of voegt u een masker toe aan de afbeelding voordat u de opdracht Perspectiefpunt kiest. Zie ook Selecties aanbrengen met de selectiekadergereedschappen en Informatie over maskers en alfakanalen.
Als u een element in perspectief wilt kopiëren naar een ander Photoshop-document, dient u het element eerst te kopiëren terwijl u Perspectiefpunt hebt geopend in een document. Wanneer u het item in een ander document plakt terwijl u in Perspectiefpunt werkt, blijft het perspectief van het item behouden.
2. Kies Filter > Perspectiefpunt.
3. Definieer de vier hoekknooppunten van het vlak.
Standaard is het gereedschap Vlak maken
geselecteerd. Klik in de voorvertoningsafbeelding om de hoekknooppunten te definiëren. Houd een rechthoekig object in de afbeelding aan als richtlijn bij het maken van het vlak.

Als u aanvullende vlakken wilt afbreken, gebruikt u het gereedschap Vlak maken en sleept u een hoekknooppunt terwijl u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt houdt.

4. Bewerk de afbeelding.
Ga als volgt te werk:
Maak een selectie. Als u een selectie eenmaal hebt getekend, kunt u een selectie klonen, verplaatsen, roteren, schalen, vullen of transformeren. Zie Informatie over selecties in Perspectiefpunt voor gedetailleerde informatie.
Plak een item van het klembord. Het geplakte item wordt een zwevende selectie die voldoet aan het perspectief van ieder vlak waarnaar het wordt verplaatst. Zie voor meer informatie Een element in Perspectiefpunt plakken.
Teken met kleur of pixelmonsters. Zie Tekenen met een kleur in Perspectiefpunt of Tekenen met pixelmonsters in Perspectiefpunt voor gedetailleerde informatie.
Schaal, roteer, draai of verplaats een zwevende selectie of draai deze om. Zie Informatie over selecties in Perspectiefpunt voor gedetailleerde informatie.
Meet een element in een vlak. De metingen kunnen worden gerenderd in Photoshop wanneer u Metingen renderen naar Photoshop kiest in het menu Perspectiefpunt. Zie Meten in Perspectiefpunt (Photoshop Extended) voor gedetailleerde informatie.
5. (Alleen Photoshop Extended) Exporteer 3D-informatie en -metingen naar DXF of 3DS.
Structuren worden ook geëxporteerd naar de 3DS-indeling. Zie Metingen, structuren en 3D-informatie exporteren voor gedetailleerde informatie.
6. Klik op OK.
Rasters kunnen worden gerenderd naar Photoshop door Rasters renderen naar Photoshop te kiezen in het menu Perspectiefpunt voordat u op OK klikt. Zie Rasters renderen naar Photoshop voor gedetailleerde informatie.
Informatie over perspectiefvlakken en het raster
Voordat u bewerkingen uitvoert in Perspectiefpunt, definieert u rechthoekige vlakken die worden uitgelijnd met het perspectief in een afbeelding. Met de nauwkeurigheid van het vlak bepaalt u of bewerkingen of aanpassingen in de afbeelding correct worden geschaald of de juiste oriëntatie hebben.
Nadat u de vier hoekknooppunten hebt vastgesteld, wordt het perspectiefvlak geactiveerd en wordt er een selectiekader en een raster weergegeven. U kunt het perspectiefvlak ook schalen, verplaatsen of de vorm ervan wijzigen. U kunt bovendien de rastergrootte wijzigen, zodat het wordt uitgelijnd met elementen in de afbeelding. Soms kunt u het perspectief nauwkeuriger bepalen door het selectiekader en het raster uit te lijnen met een structuur of een patroon in de afbeelding. Wanneer u de rastergrootte aanpast, wordt het soms ook gemakkelijker om elementen in een afbeelding te tellen.
Het raster is niet alleen handig bij het uitlijnen van perspectiefvlakken met afbeeldingselementen, het is ook handig voor het visualiseren van metingen wanneer u het gereedschap Meetlat gebruikt. Er is ook een optie voor het koppelen van de rastergrootte aan de metingen die u maakt met het gereedschap Meetlat.
Perspectiefpuntvlakken instellen en aanpassen voor Perspectiefpunt
Gerelateerde perspectiefvlakken maken
Nadat u een vlak hebt gemaakt in Perspectiefpunt, kunt u aanvullende vlakken maken (afbreken) die hetzelfde perspectief hebben. Wanneer u een tweede vlak van het oorspronkelijke perspectiefvlak hebt afgebroken, kunt u verdere vlakken maken op basis van het tweede vlak enzovoorts. U kunt zoveel vlakken maken als u wilt. Nieuwe vlakken worden afgebroken in een hoek van 90°, maar u kunt de vlakken instellen op elke gewenste hoek. U kunt op deze manier naadloze bewerkingen tussen oppervlakken maken, waarin de geometrie van een complexe scène wordt weerspiegeld. Zo kunnen hoekkastjes in een keuken deel uitmaken van een continu oppervlak. Behalve het aanpassen van de hoeken van een gerelateerd perspectiefvlak, kunt u op elk gewenst moment het vlak groter of kleiner maken met het gereedschap Vlak bewerken.
Meldingen over selectiekader en raster in Perspectiefpunt
Het selectiekader en het raster veranderen van kleur om de huidige toestand van het vlak aan te geven. Als het vlak niet correct is, verplaatst u een hoekknooppunt totdat het selectiekader en het raster blauw worden.
- Blauw
- Geeft aan dat het vlak correct is. Houd er rekening mee dat een correct vlak niet garandeert dat het resultaat het juiste perspectief zal hebben. Zorg dat het selectiekader en het raster correct zijn uitgelijnd met de geometrische elementen of een vlak gebied in de afbeelding.
- Rood
- Geeft aan dat het vlak niet correct is. Perspectiefpunt kan de hoogte-breedteverhouding van het vlak niet berekenen.
- Geel
- Geeft aan dat het vlak niet correct is. Niet alle perspectiefpunten van het vlak kunnen worden opgelost. Belangrijk: Het is wel mogelijk om een ongeldig rood of geel vlak te bewerken, zo kunt u bijvoorbeeld loodrechte vlakken afscheuren, maar het resultaat is dan niet goed georiënteerd.
Het raster, actieve selecties en perspectiefvlakgrenzen tonen of verbergen
Kies Randen tonen in het menu Perspectiefpunt. De tussenruimte van het perspectiefvlakraster aanpassen
Ga als volgt te werk:Selecteer het gereedschap Vlak bewerken
of Vlak maken
en geef een rastergrootte op in het gebied met gereedschapsopties.(Alleen Photoshop Extended) Selecteer het gereedschap Meetlat
en kies vervolgens Metingen koppelen aan raster in het gebied met gereedschapsopties. Sleep het gereedschap Meetlat in een vlak en geef een waarde op voor Lengte in het gebied met gereedschapsopties.
Informatie over selecties in Perspectiefpunt
Selecties kunnen nuttig zijn als u tekent of retoucheert om onvolkomenheden te retoucheren, elementen toe te voegen of een afbeelding te verbeteren. In Perspectiefpunt kunt u door het aanbrengen van selecties specifieke gebieden in een afbeelding tekenen of vullen terwijl het door de vlakken in de afbeelding gedefinieerde perspectief behouden blijft. Selecties zijn ook nuttig als u specifieke inhoud in de afbeelding in perspectief wilt klonen of verplaatsen.
U kunt een selectie aanbrengen binnen een perspectiefvlak met gebruik van het gereedschap Selectiekader in Perspectiefpunt. Als u een selectie tekent die meerdere vlakken omvat, loopt deze om volgens het perspectief van ieder vlak.
Als een selectie eenmaal is getekend, kunt u deze naar een willekeurige locatie in de afbeelding verplaatsen, waarbij het door het vlak bepaalde perspectief behouden blijft. Als uw afbeelding meerdere vlakken heeft, richt de selectie zich naar het perspectief van het vlak waardoor het wordt verplaatst.
Wanneer u buiten een zwevende selectie klikt, wordt deze selectie opgeheven. Nadat de selectie is opgeheven, wordt de inhoud van een zwevende selectie in de afbeelding geplakt, waarbij de onderliggende pixels worden vervangen. Wanneer u een kopie van een zwevende selectie kloont, wordt de selectie van het origineel ook opgeheven.

Perspectiefpunt beschikt over een andere optie voor het verplaatsen van selecties. U kunt de selectie vullen met pixels uit het gebied waar de muisaanwijzer naartoe wordt verplaatst.

Selecties verplaatsen in Perspectiefpunt
- Breng een selectie aan in een perspectiefvlak.
- Kies een van de volgende methoden in het menu Modus Verplaatsen om te bepalen wat er gebeurt als u een selectie verplaatst:
Kies Bestemming als u het gebied wilt selecteren waarnaar u het selectiekader verplaatst.
Kies Bron als u de selectie wilt vullen met de afbeeldingspixels in het gebied waar u de aanwijzer van het selectiegereedschap naartoe sleept (gelijk aan het slepen van een selectie terwijl u Ctrl of Command ingedrukt houdt).
- Sleep de selectie. Houd Shift ingedrukt om het verplaatsen te beperken tot verplaatsingen die zijn uitgelijnd met het raster van het perspectiefvlak.
Zwevende selecties verplaatsen, roteren en schalen
Ga als volgt te werk:Als u een zwevende selectie wilt verplaatsen, selecteert u het gereedschap Selectiekader of Transformatie, klikt u in de selectie en sleept u.
Selecteer het gereedschap Transformatie en plaats de aanwijzer bij een knooppunt om een zwevende selectie te roteren. Als de aanwijzer verandert in een kromme dubbele pijl, sleept u om de selectie te roteren. U kunt ook de optie Omdraaien kiezen om de selectie horizontaal te draaien langs de verticale as van het vlak of de optie Omhoog gooien om de selectie te draaien langs de horizontale as van het vlak.
Opties voor het gereedschap Transformatie- A.
- Oorspronkelijke selectie
- B.
- Verticaal draaien
- C.
- Horizontaal draaien
Als u een zwevende selectie wilt schalen, dient u ervoor te zorgen dat deze zich in een perspectiefvlak bevindt. Selecteer het gereedschap Transformatie en plaats de aanwijzer boven op een knooppunt. Als de aanwijzer verandert in een rechte dubbele pijl, sleept u om de selectie te schalen. Druk op Shift om tijdens het schalen de verhoudingen te behouden. Druk op Alt (Windows) of op Option (Mac OS) om vanuit het middelpunt te schalen.
Een element in Perspectiefpunt plakken
U kunt een element van het Klembord in Perspectiefpunt plakken. Het gekopieerde element kan afkomstig zijn uit hetzelfde of een ander document. Nadat u het element in Perspectiefpunt hebt geplakt, wordt het een zwevende selectie die u kunt schalen, roteren, verplaatsen of klonen. Als de zwevende selectie in een geselecteerd vlak wordt geplaatst, past het zich aan aan het perspectief van het vlak.

- A.
- Gekopieerd patroon uit een ander document
- B.
- Afbeelding met selectie (om resultaten te beperken) die is gemaakt in Photoshop voordat Perspectiefpunt is geopend
- C.
- Geplakt patroon in Perspectiefpunt wordt conform de selectie naar het vlak verplaatst
Om het werken gemakkelijker te maken, kunt u het beste perspectiefvlakken maken in een eerdere sessie van Perspectiefpunt.Tekenen met pixelmonsters in Perspectiefpunt
Met het gereedschap Stempel tekent u in Perspectiefpunt met pixelmonsters. De gekloonde afbeelding heeft de oriëntatie van het perspectief van het vlak waarin u tekent. Het gereedschap Stempel is handig bij taken als het laten overvloeien en retoucheren van gedeelten van de afbeelding, het klonen van gedeelten van een oppervlak om een object meer op te laten vallen of het klonen van een afbeeldingsgebied om een object te dupliceren of een structuur of een patroon uit te breiden.
- Selecteer het gereedschap Stempel
in Perspectiefpunt. - Stel in het gebied met opties voor het gereedschap de volgende opties in: Diameter (penseelgrootte), Hardheid (de hoeveelheid doezelen op het penseel) en Dekking (in hoeverre het tekenen de onderliggende afbeelding bedekt of onthult).
- Kies een overvloeimodus in het menu Retoucheren:
Kies Uit als u wilt voorkomen dat de streken overvloeien met de kleuren, schaduwen en structuren van de omringende pixels.
Kies Luminantie als u de streken wilt laten overvloeien met de belichting van de omringende pixels.
Kies Aan om de streken te laten overvloeien met de kleur, belichting en arcering van de omringende pixels.
- Bepaal het monstergedrag van het gereedschap Stempel:
Schakel Uitgelijnd in om doorlopend pixelmonsters te nemen, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als u de muis loslaat.
Schakel Uitgelijnd uit als u de pixelmonsters vanaf het eerste monsterpunt steeds wilt hergebruiken als u het tekenen onderbreekt en hervat.
- (Optioneel) Geef de opties voor de tekentoepassing op:
Als u ononderbroken wilt tekenen van het ene vlak naar het andere, opent u het menu Perspectiefpunt en kiest u Bewerkingen op meerdere oppervlakken toestaan.
Als u het tekenen wilt beperken tot het actieve vlak, opent u het menu Perspectiefpunt en kiest u Bewerkingen bijknippen naar oppervlakranden.
- Verplaats de muisaanwijzer naar een vlak en houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt om het monsterpunt in te stellen.
- Sleep over het deel van de afbeelding waar u wilt tekenen. Houd Shift ingedrukt om een rechte lijn te slepen die voldoet aan het perspectief van het vlak. U kunt ook een punt klikken met het gereedschap Stempel en vervolgens Shift ingedrukt houden en op een ander punt klikken om een rechte lijn in perspectief te tekenen.
Meten in Perspectiefpunt (Photoshop Extended)
Vaak moeten gebruikers als architecten, binnenhuisarchitecten of wetenschappers de exacte grootte van objecten in een afbeelding weten. In Perspectiefpunt kunt u met het gereedschap Meetlat een meetlijn tekenen over een object in een perspectiefvlak waarvan u de grootte kent. Het gereedschap Meetlat beschikt over een optie voor het invoeren van een lengte voor de meting. Er worden twee tekstvakken weergegeven op de meetlijn: een voor de lengte en een die de hoek aangeeft waarin de lijn is getekend ten opzichte van het perspectiefvlak. Als de meting en de bijbehorende lengte eenmaal zijn ingesteld, worden alle volgende metingen in de juiste verhouding tot de aanvankelijke meting geschaald.
Er is een optie voor het koppelen van de lengte van de lijn aan de afstand in het raster van het perspectiefvlak. Zo leidt een meetlengte van 5 bijvoorbeeld tot een weergave van 5 vakken in het raster als de koppelingsoptie is geselecteerd. Dit is handig als u grootten in de afbeelding visualiseert of als u objecten in een afbeelding telt. Als de koppeling is uitgeschakeld, kunt u de afstand in het raster onafhankelijk van de meting aanpassen. Deze optie is bijvoorbeeld handig als de afstand in het raster te klein is en het verwarring oplevert wanneer u de afstand in het raster koppelt aan de meting.
De metingen die u aanbrengt, kunnen worden gerenderd, zodat ze in de afbeelding worden weergegeven als u het dialoogvenster Perspectiefpunt sluit. U kunt uw metingen en geometrische gegevens ook exporteren naar indelingen die kunnen worden gelezen door CAD-toepassingen.
Automatisch een meting uitvoeren in Perspectiefpunt
Met het gereedschap Meetlat kunt u automatisch de lengte- en breedtematen tekenen van een oppervlak dat wordt gedefinieerd door een perspectiefvlak.
Dubbelklik op het gereedschap Meetlat in een perspectiefvlak.Een meting verplaatsen in Perspectiefpunt
In Perspectiefpunt kunt u een meetlijn verplaatsen zonder de richting (hoek) of lengte te wijzigen.
- Selecteer het gereedschap Meetlat.
- Klik op een willekeurige locatie langs de lengte van een bestaande meting en sleep.
De lengte of richting van een meting wijzigen
U kunt de lengte of richting (hoek) van een bestaande meting wijzigen.
- Selecteer het gereedschap Meetlat en verplaats het naar het eindpunt van een bestaande meetlijn.
- Ga als volgt te werk:
Sleep een eindpunt om de richting en lengte van een meting te wijzigen.
Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en sleep een eindpunt om de lengte van een meting te wijzigen en de wijzigingen in de hoek te beperken tot stappen van 15 graden.
Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep een eindpunt als u de lengte van een meting wilt wijzigen zonder de richting te veranderen.
Houd Shift ingedrukt en sleep een eindpunt om de richting van een meting te wijzigen zonder de lengte te wijzigen.
Een meting verwijderen in Perspectiefpunt
Selecteer een meting en druk op Backspace (alleen Windows) of Delete.Metingen tonen of verbergen in Perspectiefpunt
Open het menu Perspectiefpunt en kies Metingen tonen.Metingen renderen in Photoshop
De Perspectiefpunt-metingen zijn niet zichtbaar wanneer u een afbeelding weergeeft in het documentvenster van Photoshop, ook al blijven de metingen behouden en worden ze weer weergegeven wanneer u Perspectiefpunt opent. U kunt metingen renderen, zodat ze zichtbaar zijn in het Photoshop-documentvenster wanneer u klaar bent met het bewerken in Perspectiefpunt. De gerenderde metingen zijn geen vectoren.
Open het menu Perspectiefpunt en kies Metingen renderen naar Photoshop. De opdracht Metingen renderen naar Photoshop moet worden gekozen voor iedere sessie met Perspectiefpunt.
Maak een nieuwe laag voor uw Perspectiefpunt-resultaten als u de metingen wilt renderen naar Photoshop. Zo blijven de metingen op een aparte laag, gescheiden van de hoofdafbeelding.Metingen, structuren en 3D-informatie exporteren
U kunt 3D-informatie (vlakken), structuren en metingen die zijn gemaakt in Perspectiefpunt exporteren naar een indeling voor gebruik in CAD-, modellerings- en animatietoepassingen en in programma's voor speciale effecten. Wanneer u naar een DXF-bestand exporteert, ontstaat een bestand met 3D-informatie en alle eventuele metingen. Geëxporteerde 3DS-bestanden bevatten naast geometrische gegevens ook gerenderde structuren.
- Open het menu Perspectiefpunt en kies Exporteren naar DXF of Exporteren naar 3DS.
- Selecteer een locatie voor het opgeslagen bestand in het dialoogvenster DXF exporteren of 3DS exporteren en klik op Opslaan.
Rasters renderen naar Photoshop
De Perspectiefpunt-rasters zijn standaard niet zichtbaar wanneer u een afbeelding weergeeft in het documentvenster van Photoshop, ook al blijven de rasters behouden in de afbeelding en worden ze weer weergegeven wanneer u Perspectiefpunt opent. U kunt rasters renderen, zodat ze zichtbaar zijn in het Photoshop-documentvenster wanneer u klaar bent met het bewerken in Perspectiefpunt. De gerenderde rasters zijn geen vectoren.
Open het menu Perspectiefpunt en kies Rasters renderen naar Photoshop. De opdracht Rasters renderen naar Photoshop moet worden gekozen voor iedere sessie met Perspectiefpunt.
Maak een nieuwe laag voor uw Perspectiefpunt-resultaten als u de rasters wilt renderen naar Photoshop. Zo blijven de rasters op een aparte laag, gescheiden van de hoofdafbeelding.






