Opties opgeven in het deelvenster Afdruktaak

Afdrukken in conceptmodus

Met de optie Afdrukken in conceptmodus kunt u contactbladen en snelle concepten van een foto afdrukken. Bij het afdrukken in deze modus maakt Lightroom gebruik van fotovoorvertoningen in het cachegeheugen. Wanneer u foto's selecteert die niet volledig in het cachegeheugen zijn opgenomen en u drukt deze af met de optie Afdrukken in conceptmodus, stuurt Lightroom de miniatuurgegevens van de foto's naar de printer en valt de kwaliteit van de afdrukken mogelijk tegen. De besturingselementen voor verscherpen en kleurbeheer zijn niet beschikbaar wanneer Afdrukken in conceptmodus is geselecteerd.

 Selecteer Afdrukken in conceptmodus in het deelvenster Afdruktaak van de module Afdrukken.

Afdrukken als JPEG

U kunt foto's opslaan als JPEG-bestanden in de module Afdrukken en deze delen met een leverancier van drukbenodigdheden. Als u JPEG-bestanden in Lightroom afdrukt, kunt u een resolutie kiezen, verscherping toepassen en de compressiekwaliteit instellen. U kunt ook de afmetingen van het bestand opgeven en een RGB ICC-profiel en een rendering intent toepassen.

Adobe raadt aan

Printing to a JPEG Image (Engelstalig)

Tim Grey
Maak een JPEG-afbeelding van uw lay-outs om, bijvoorbeeld, eenvoudig contactbladen via e-mail te delen.

Hebt u een zelfstudie die u wilt delen?

  1. Kies Afdrukken naar > JPEG-bestand in het deelvenster Afdruktaak van de module Afdrukken.
  2. Geef een resolutie (van 72 ppi tot en met 600 ppi) op in het vak Bestandsresolutie.
  3. Geef bij Afdruk verscherpen de gewenste waarde op: Laag, Standaard of Hoog.
  4. Geef de mate van compressie op met de schuifregelaar JPEG-kwaliteit. JPEG maakt gebruik van compressie met gegevensverlies, waardoor het bestand kleiner wordt. Sleep de schuifregelaar of voer een waarde in van 0 tot en met 100.
  5. Geef aangepaste bestandsafmetingen op door Aangepaste bestandsafmetingen te selecteren en de gewenste waarden in te voeren in de velden voor de hoogte en de breedte.
  6. Geef opties voor kleurbeheer op.

De afdrukresolutie instellen

De afdrukresolutie-instelling in de module Afdrukken geeft het aantal pixels per inch (ppi) van de foto aan voor de printer. Indien nodig wordt in Lightroom het aantal pixels in de afbeeldingsgegevens gewijzigd op basis van de afdrukresolutie en -afmetingen. De standaardwaarde (240 ppi) is toereikend voor de meeste afdruktaken, waaronder afdrukken op geavanceerde inkjetprinters. Raadpleeg de documentatie bij uw printer om de optimale resolutie voor de printer vast te stellen.

 Voer een van de volgende twee handelingen uit in het deelvenster Afdruktaak van de module Afdrukken:
  • Als u de afdrukresolutie wilt aanpassen, selecteert u Afdrukresolutie en geeft u desgewenst een andere waarde op.

  • Als u de resolutie wilt gebruiken waarmee de foto is gemaakt (op voorwaarde dat deze niet lager is dan 72 ppi en niet hoger is dan 720 ppi), schakelt u Afdrukresolutie uit.

Verscherping toepassen op een foto die u wilt afdrukken

Met Afdruk verscherpen kunt u de afbeelding verscherpen voordat u deze naar de printer verstuurt. Afdruk verscherpen wordt toegepast in aanvulling op verscherpingen die u in de module Ontwikkelen toepast. De mate van verscherping die automatisch op de afdruk wordt uitgevoerd, is gebaseerd op de uitvoerresolutie en het uitvoermedium van het bestand. Als Afdrukken in conceptmodus is ingeschakeld, is Afdruk verscherpen uitgeschakeld. In de meeste gevallen kunt u bij Afdruk verscherpen de standaardoptie (Laag) gebruiken.

 Voer een van de volgende handelingen uit in het deelvenster Afdruktaak van de module Afdrukken:
  • (Optioneel) Selecteer Afdruk verscherpen en kies Laag, Standaard of Hoog in het pop-upmenu rechts in het deelvenster. Geef vervolgens aan of u afdrukt op het mediatype Mat of Glanzend. Mat omvat waterkleur, canvas en ander niet-glanzend papier. Glanzend omvat Luster, halfglanzend, Photo gloss en andere glanzende papiertypen.

    Opmerking: het papiertype dat u opgeeft in het deelvenster Afdruktaak wordt gebruikt voor het berekenen van de afdrukverscherping. Sommige printerstuurprogramma's bevatten mogelijk ook een optie voor het papiertype in het dialoogvenster Afdrukken, dat afzonderlijk moet worden ingesteld.
  • Hef de selectie van Afdruk verscherpen op als u geen verscherping wilt toepassen in de module Afdrukken. Dit is handig wanneer de verscherping die u hebt toegepast in de module Ontwikkelen de gewenste resultaten oplevert.

16-bits kleuren afdrukken

 Selecteer 16-bits uitvoer in het deelvenster Afdruktaak als u afdrukt op een 16-bits printer via Mac OS 10.5 (Leopard) of hoger.
Opmerking: als u 16-bits uitvoer selecteert en afdrukt op een printer die dit type uitvoer niet ondersteunt, neemt het afdrukken meer tijd in beslag, maar dit heeft geen gevolgen voor de afdrukkwaliteit.

Kleurbeheer voor afdrukken instellen

U kunt bepalen of Lightroom of het printerstuurprogramma tijdens het afdrukken voor het kleurbeheer zorgt. Als u een aangepast printerkleurprofiel wilt gebruiken dat voor een specifieke combinatie van printer en papier is bedoeld, is het raadzaam de kleuren te laten beheren door Lightroom. In andere gevallen kunt u het kleurbeheer door de printer laten uitvoeren. Als Afdrukken in conceptmodus is ingeschakeld, worden de kleuren automatisch beheerd door de printer.

Opmerking: voor aangepaste kleurprofielen voor printers wordt meestal gebruikgemaakt van speciale apparatuur en software waarmee de profielbestanden worden gegenereerd. Als kleurprofielen voor de printer niet op uw computer zijn geïnstalleerd of als Lightroom de profielen niet kan vinden, zijn alleen de opties Beheerd door printer en Overige beschikbaar in het gebied Profiel van het deelvenster Afdruktaak.
  1. Kies in het gedeelte Kleurbeheer van het deelvenster Afdruktaak een van de volgende opties in het pop-upmenu Profiel:
    • Als u een printerkleurprofiel wilt gebruiken voor het omzetten van de afbeelding voordat u deze naar de printer stuurt, kiest u het gewenste RGB-profiel in het menu.

      Belangrijk: zorg ervoor dat kleurbeheer is uitgeschakeld in het printerstuurprogramma als u een aangepast printerkleurprofiel in Lightroom kiest. Anders worden de kleuren van uw foto's tweemaal omgezet en worden deze mogelijk niet goed afgedrukt. Raadpleeg de documentatie van uw printer voor instructies om kleurbeheer uit te schakelen in de stuurprogrammasoftware. Lightroom herkent geen CMYK-printerprofielen.
    • Als u de afbeeldingsgegevens naar het printerstuurprogramma wilt sturen zonder ze eerst om te zetten op basis van een profiel, kiest u Beheerd door printer.

    • U selecteert de printerprofielen die u wilt weergeven in het pop-upmenu Profiel door Overige te kiezen en de gewenste kleurprofielen te selecteren in het dialoogvenster Profielen kiezen.

      Opmerking: doorgaans kiest u deze optie als het pop-upmenu Profiel leeg is of als het profiel dat u wilt gebruiken niet wordt vermeld. Lightroom probeert aangepaste afdrukprofielen te vinden op uw computer. Als er geen profielen worden aangetroffen, kiest u Beheerd door printer en laat u het kleurbeheer over aan het printerstuurprogramma.
  2. Als u een profiel opgeeft, kiest u een rendering intent om te bepalen hoe kleuren worden omgezet van de kleurruimte van de afbeelding naar de kleurruimte van de printer:
    Opmerking: de kleurruimte van de printer is meestal kleiner dan die van de afbeelding, waardoor kleuren vaak niet kunnen worden gereproduceerd. De door u geselecteerde rendering intent probeert de kleuren die buiten de kleuromvang liggen, te compenseren.
    Perceptueel
    Bij perceptuele rendering wordt geprobeerd de visuele relatie tussen kleuren te behouden. Kleuren die binnen de kleuromvang liggen, kunnen hierbij veranderen wanneer kleuren buiten de kleuromvang worden omgezet in reproduceerbare kleuren. Perceptuele rendering is vooral geschikt voor afbeeldingen met veel kleuren buiten de kleuromvang.

    Relatief
    Bij relatieve rendering worden alle kleuren binnen de kleuromvang behouden en worden kleuren buiten de kleuromvang omgezet in de kleur die het dichtst bij de te reproduceren kleur ligt. Met de optie Relatief blijft meer van de originele kleur behouden. Dit is daarom een goede keuze voor afbeeldingen met weinig kleuren buiten de kleuromvang.

  3. (Optioneel) Als u in de afdruk kleuren wilt bereiken die meer overeenkomen met de heldere en verzadigde uitstraling van kleuren op het scherm in Lightroom, selecteert u Afdrukaanpassing. Vervolgens versleept u de schuifregelaars Helderheid en Contrast.
    Opmerking: door de schuifregelaars Helderheid en Contrast te verslepen, past u de tooncurve aan. Deze aanpassingen zijn niet als voorvertoning op het scherm te zien. Mogelijk moet u wat experimenteren om te bepalen welke instellingen het beste werken voor afzonderlijke foto's en uw specifieke printer.