Adobe Reader 8

3D-voorkeuren

In het venster Voorkeuren 3D, dat u opent met Bewerken > Voorkeuren (Windows) of Reader > Voorkeuren (Mac OS), kunt u bepalen of de 3D-werkbalk en de Modelstructuur standaard worden weergegeven. U kunt ook een standaard rendermethode opgeven en bepalen of animaties toegestaan zijn.

Gewenste rendermethode
Hiermee geeft u de rendermethode op. Omdat dit zowel van invloed is op de prestaties als op de kwaliteit, is het belangrijk de juiste rendermethode te kiezen. Afhankelijk van uw systeem kunt u de rendermethode wijzigen. Voor Windows XP kunt u DirectX 8, DirectX 9 of Software selecteren. Voor Mac OS 10.3 of hoger kunt u OpenGL of Software selecteren. Als u een DirectX- of OpenGL-optie selecteert, wordt alle rendering uitgevoerd met behulp van de grafische chip op de videokaart. Als Software is geselecteerd, kost rendering mogelijk meer tijd, maar zijn de prestaties consistenter met die van het model in de oorspronkelijke toepassing.

Dubbelzijdige rendering toestaan
Sommige modelonderdelen zijn dubbelzijdig. Als u tijd en ruimte wilt besparen, schakelt u deze optie uit zodat rendering alleen wordt uitgevoerd voor de zijde die naar de gebruiker is gericht. Als de gebruiker in een onderdeel kijkt waarvan slechts één zijde wordt gerenderd, is de achterzijde onzichtbaar.

Gewenste 3D PMI rendermodus
Geeft de PMI-methode aan die wordt gebruikt voor het renderen. U kunt een van de volgende opties selecteren:

Instelling van inhoud gebruiken - Voor het renderen van de PMI wordt de instelling van elke PMI gebruikt om te bepalen of de Z-buffer wordt gebruikt.

3D PMI altijd renderen voor model - Voor het renderen van de PMI wordt de Z-buffer genegeerd, ongeacht de instelling in het bestand.

3D PMI altijd renderen met Z-buffer - Voor het renderen van de PMI wordt de Z-buffer altijd gebruikt, ongeacht de instelling in het bestand.

Hardwareweergave voor legacy videokaarten inschakelen
Hiermee wordt het gebruik van een hardwareversneller geforceerd voor videokaarten die niet een pixel shader ondersteunen.

Modelstructuur openen na 3D-activering
Hiermee bepaalt u of de Modelstructuur wordt weergegeven wanneer het 3D-model wordt geactiveerd. Kies Instelling Annotatie gebruiken om de instelling te gebruiken die de maker heeft gebruikt bij het toevoegen van het 3D-model aan de PDF.

Standaardstatus werkbalk
Hiermee geeft u op of de 3D-werkbalk wordt verborgen of wordt weergegeven wanneer een 3D-model wordt geactiveerd. Kies Instelling Annotatie gebruiken om de instelling te gebruiken die de maker heeft gebruikt bij het toevoegen van het 3D-model aan de PDF.

In-/uitschakelen van besturingselement 3D-werkbalk inschakelen
Hiermee plaatst u een driehoekige knop op het geselecteerde 3D-model waarmee de 3D-werkbalk wordt verborgen of weergegeven.

3D-selectie inschakelen voor het gereedschap Handje
Hiermee kan de gebruiker onderdelen van het 3D-model selecteren en markeren met behulp van het gereedschap Handje. Als deze optie niet is ingeschakeld, selecteert u objecten met het gereedschap Objectgegevens (Opties > Objectgegevens > Objectgegevens).

Functies bundelen op 3D-werkbalk
Als u deze optie inschakelt, worden de bewerkings- en navigatiegereedschappen onder het gereedschap Roteren geplaatst, waardoor de 3D-werkbalk korter wordt.

Weergave-overgangen inschakelen
Sommige 3D-modellen bevatten overgangen met animatie tussen weergaven. Schakel deze optie uit als u deze 3D-animatie wilt blokkeren.

Optimalisatieschema voor lage framesnelheid
Hiermee legt u vast wat er gebeurt met animaties van complexe modellen als de framesnelheid laag wordt. De optie Geen heeft geen nadelig effect op de animatie en houdt de framesnelheid laag. Bij Omsluitende kaders worden de driedimensionale vlakken weergegeven die de onderdelen omsluiten, in plaats van de onderdelen zelf zodat de framesnelheid hoog blijft. Als u Objecten verminderen kiest, worden enkele onderdelen van het model niet weergegeven om te zorgen dat de framesnelheid hoog blijft.

Drempel framesnelheid
Hiermee stelt u de drempelwaarde voor de framesnelheid in. Dit kunt u doen door de schuifregelaar te slepen of een getal in het invoervak in te voeren. Als de framesnelheid lager wordt dan dit aantal frames per per seconde wordt de optie Optimalisatieschema voor lage framesnelheid actief.